nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.05.2019 Plattelandsontwikkeling reikt verder dan boerenerven

Bijna elke communicatie over het Europees landbouwbeleid gaat de jongste maanden over de hervorming die op stapel staat. Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde in dat verband reeds een brainstorm en publieke bevraging. Aanstaande zaterdag focust de organisatie niet op wat komen gaat, maar op de verwezenlijkingen van het huidige plattelandsontwikkelingsbeleid (PDPO III) dat startte in 2014 en nog loopt tot 2020. PDPO III is een totaalinvestering van 671,5 miljoen euro in het Vlaamse platteland. De campagne ‘Land InZicht!’ toont hoe die steun in de praktijk het verschil maakt. Zo genieten jonge landbouwers overnamesteun en verzoenen beheerovereenkomsten ecologische maatregelen met een rendabele bedrijfsvoering. Zaterdag kom je niet alleen op boerenerven, maar ontdek je ook elders boeiende projecten zoals het Dorpspunt van Beveren-aan-de-IJzer.

Een robot die helpt bij de teelt van azalea’s. Een tractor die zijn weg vindt zonder bestuurder. Een landbouwer die bomen tussen zijn gewassen plant. Landbouw van de toekomst? Nee, van vandaag en wie daaraan twijfelt, kan er zich zaterdag zelf van gaan vergewissen. Een dozijn landbouwbedrijven en plattelandsprojecten in heel Vlaanderen neemt deel aan de campagne ‘Land InZicht!’ van het Vlaams Ruraal Netwerk. Op zaterdag 11 mei nodigen ze iedereen uit om te kijken hoe Europa en Vlaanderen met het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO) investeren in ons platteland.

Deze beleidsperiode (2014-2020) werkt de Vlaamse overheid met het PDPO rond vier strategische thema’s: jonge landbouwers, innovatie en opleiding in de landbouw, weerbaarheid en verduurzaming van landbouw en, tot slot, een vitaal platteland door een kwalitatieve inbedding van de landbouwsector. Wat die inbedding betreft, lieten we gisteren akkerbouwer Eric Avermaete al aan het woord. Zijn motivatie om een boslandbouwperceel rond de hoeve in Linter (Vlaams-Brabant) aan te leggen, is onder meer het verfraaien van het landschap. Het Vlaams Ruraal Netwerk vond de landbouwer bereid om daar aanstaande zaterdag voor het grote publiek over te vertellen.

Hij doet dat niet als enige want verspreid over Vlaanderen gooien nog meer landbouwbedrijven de deuren open. In de Limburgse gemeente Borgloon hoopt collega-akkerbouwer Koen Monard dat burgers een kijkje komen nemen naar zijn ‘landschapskantoor’. “Het mooiste van het land, helemaal zelf ingericht met ruige graskanten, meidoornhagen en een poel vol dierenleven”, verwijst hij naar het platteland dat zijn werkplek is. Ingrepen die ook hun nut hebben op zijn boerderij: de hagen houden de koeien op de weide, de grasstroken aan de rand van de velden doen hetzelfde met de vruchtbare teeltaarde.

Om de grasstroken aan te leggen en inheemse hagen en houtkanten te planen, krijgt Koen financiële steun via vijfjarige beheerovereenkomsten die hij afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij. Alle ingrepen die hij op en rond zijn percelen doet, gebeuren doordacht zodat ze een maximaal effect hebben. “De voorwaarden van de beheerovereenkomsten verplichten me pas na 15 juli te maaien. Daardoor krijgt alles wat er groeit en bloeit de kans om zaad aan te maken en de akkervogels worden niet gestoord tijdens het broedseizoen”, illustreert Koen.

Koen Monard is met zijn 38 jaar een relatief jonge landbouwer. Dat wordt zeldzaam, maar toch heeft hij nooit echt getwijfeld. Toen zijn vader tien jaar geleden 65 jaar werd, droeg hij het bedrijf over aan zijn zoon. Het werd een forse investering voor Koen. “Ik heb nog een broer en een zus om rekening mee te houden”, zegt hij. “Als beginnende landbouwer heb je geen reserve opgebouwd om op terug te vallen als het wat minder goed gaat. Gelukkig kon ik rekenen op overnamesteun. Dat maakte de bank inschikkelijker.” De overnamesteun waarnaar hij verwijst, wordt verstrekt door het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) dat zijn middelen zowel van Vlaanderen als van Europa krijgt. Cofinanciering typeert het plattelandsontwikkelingsbeleid, terwijl de inkomenssteun aan landbouwers (pijler 1 van het GLB) volledig door Europa gefinancierd wordt.

Investeren in het platteland is soms ruimer dan investeren in landbouw. Dat wordt zaterdag ook duidelijk met de deelname van een aantal verrassende projecten. In West-Vlaanderen kan je een bezoek brengen aan het gezellige Dorpspunt in Beveren-aan-den-IJzer. Met alleen nog een broodautomaat en een café in het dorp, waren alle inwoners sterk op hun auto aangewezen. Uit dit mobiliteitsvraagstuk is het Dorpspunt ontstaan. Hier vind je alles wat een plattelandsdorp nodig heeft op één plek: lokale boeren en producenten bevoorraden de winkel, dorpsbewoners ontmoeten er elkaar bij een kop koffie of een leuke activiteit. Zo blijft een dorp leven. Helemaal uniek wordt Dorpspunt door de mensen met een verstandelijke beperking die het uitbaten.

Ontdek alle activiteiten aanstaande zaterdag via Land InZicht!

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Vlaams Ruraal Netwerk

Volg VILT ook via