nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.06.2019 Pluimveesector wacht op gecoördineerde bestrijding H3N1

Het H3N1-virus blijft verder tekeergaan in de Vlaamse pluimveesector. Intussen zijn al meer dan 50 bedrijven besmet met deze laagpathogene variant van het vogelgriepvirus. Na leghennenbedrijven, vermeerderingsbedrijven, kalkoenbedrijven en een struisvogelbedrijf, zijn nu ook op het eerste braadkippenbedrijf dieren opgedoken die duidelijke klinische symptomen van het H3N1-virus vertonen. Omdat deze variant van het vogelgriepvirus geen bestrijdingsplichtige ziekte is, beschouwt Europa de ziekte vooral als een economisch probleem en blijft het wachten op een gecoördineerde bestrijding.

Het is vooral het atypische gedrag van het H3N1-virus dat de pluimveesector zorgen baart. Hoewel het gaat om een laagpathogene variant van het vogelgriepvirus gedraagt het zich als een hoogpathogeen virus. Laagpathogeen wil zeggen dat het virus weinig besmettelijk is of weinig in staat is om ziekte te veroorzaken. Maar dat lijkt in dit geval niet aan de orde. Op de besmette bedrijven is de productie tot nagenoeg nul gedaald, vertonen de dieren zenuwsymptomen en is de voeder- en wateropname van de dieren gedaald. Dat resulteert in een sterftegraad van ongeveer 60 procent. Voor de mens en voor de voedselketen is het virus volledig onschadelijk.

Niet alleen de impact van het virus is ongewoon, ook de snelle verspreiding doet denken aan echte vogelgriepvirussen met subtype H5 en H7 die wel hoogpathogeen zijn. Op twee maanden tijd zijn al meer dan 50 pluimveebedrijven besmet. Het gaat vooral om bedrijven in West-Vlaanderen en op de grens met Oost-Vlaanderen. “Meteen toen we beseften dat het niet om een gewoon H3-virus ging, heeft de sector met het Voedselagentschap aan tafel gezeten om het probleem in kaart te brengen en maatregelen te nemen om het in de kiem te smoren”, aldus de Landsbond die de belangen van pluimveehouders behartigt. “Maar de beperkte maatregelen die toen genomen werden, namelijk het verhogen van de bioveiligheid en de mestafvoer van besmette bedrijven, blijken onvoldoende.”

Zowel Landsbond als Boerenbond ijveren voor een gecoördineerde bestrijding vanuit het FAVV waarbij de getroffen bedrijven geruimd worden. De vergoeding van de dieren zou dan kunnen gebeuren vanuit het Sanitair Fonds en de operationele kosten door de federale overheid, zoals ook is voorzien wanneer het gaat om H5- of H7-virussen. Maar aan die vraag wordt vooralsnog geen gevolg gegeven. Het voornaamste probleem is dat het H3-virus niet op de OIE-lijst of de Europese lijst van te bestrijden ziekten staat. Hierdoor ontbreekt elk wettelijk kader en zou een vergoeding vanuit het Sanitair Fonds gezien kunnen worden als illegale staatssteun.

“Europa beschouwt de ziekte vandaag enkel als een economisch probleem”, stelt Boerenbond. “We bekijken samen met onze Europese contacten wel of via andere denksporen alsnog een vergoeding mogelijk is”, klinkt het. In Vlaanderen besliste de regering net voor de verkiezingen nog om een leegstandsvergoeding toe te kennen aan pluimveehouders die getroffen worden door een herbevolkingsverbod als gevolg van de uitbraak van het H3-virus. Deze steunregeling kan wel pas uitgewerkt worden op het moment dat de federale overheid een ruimplicht en herbevolkingsverbod invoert. En dat blijft voorlopig nog uit.

Voor de Landsbond is de maat vol. “Er is genoeg gepokerd geweest. De sector heeft zich heel meegaand opgesteld, er dient nu gehandeld te worden”, klinkt het in het ledenblad. “De verschillende organisaties en instanties die betrokken zijn, moeten dringend het paraplu-effect naast zich neerleggen en ‘out of the box’ beginnen denken.” De organisatie roept tot slot nog eens op om in afwachting van afdoende maatregelen de hoogste bioveiligheidsmaatregelen in acht te nemen.

Bron: Pluimvee Actueel / Boer&Tuinder

Beeld: provincie Antwerpen

Volg VILT ook via