nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

02.04.2015 Postquotum koeien melken is knokken voor klein én groot

Op 1 april is het melkquotum verdwenen zodat melkveehouders nu elk hun eigen weg moeten zoeken op de vrije markt. Alle producenten streven zoals vanouds naar optimale resultaten in de stal en hopen verder het beste van de melkprijs. Dat is op een groot bedrijf niet anders dan op een klein of middelgroot melkveebedrijf. “Door onze schaalgrootte zijn we mogelijk zelfs iets kwetsbaarder voor perioden met een lage melkprijs”, beseffen Johan en Yves Vankelecom, die van plan zijn om op vrij korte termijn 970 koeien te melken. “Uit liefde voor de koeien en de stiel en niet omdat ik denk dat het niet anders kan in het postquotumtijdperk”, zo benadrukt Yves. Daarmee helpt Vankelecom het misverstand uit de wereld dat grote bedrijven het gemakkelijker hebben, bijvoorbeeld omdat hun kostprijs lager zou liggen, wat niet het geval is. In Vlaanderen zijn er een handvol melkveehouders die het een uitdaging vinden om 800 tot 1.200 koeien te melken.

De landbouwvennootschap van de familie Vankelecom verkreeg eerder dit jaar een milieuvergunning om het maximum aantal runderen in de bestaande stallen uit te breiden van 600 naar 1.200 dieren. Het bedrijf uit Tienen (Vlaams-Brabant) bekwam in 2010 al een uitbreiding van 300 naar 600 runderen en zet nu een volgende stap, door een bestaande stal annex stro-opslag in gebruik te nemen voor het melkvee. Omwille van de ligging van het bedrijf in waterwingebied diende dossierbeheerder DLV voor deze uitbreiding eerst een afwijking te bekomen bij de minister van Omgeving.

De instandhoudingsdoelstellingen voor natuur hebben evenmin roet in het eten gegooid voor Vankelecom Dairy, dat code groen kreeg omdat er geen natuurbeschermingszones in de buurt van het bedrijf liggen. “Toch is de meest recente stal uitgerust met een dichte vloer en mestschuiven die ieder anderhalf uur hun werk doen en de mest naar twee kleine mestkelders vegen. De ammoniakuitstoot wordt verder beperkt door de mestopslag in overdekte silo’s”, vertelt Yves Vankelecom, die op 54-jarige leeftijd nog graag zijn schouders onder de plannen van zoon Johan zet. In Vlaanderen zijn er voor rundveestallen (nog) geen ammoniakemissiearme technieken erkend zodat adviesbureau DLV de mosterd ging halen in Nederland.

Waar de vergunning 1.200 stuks rundvee vermeldt, gaat het in feite om 970 melkkoeien plus jongvee. “Momenteel melken we 470 koeien maar eind dit jaar kunnen dat er al 800 zijn”, lichten Johan en Yves hun toekomstplannen toe. Hoewel het eigen areaal niet volstaat voor ruwvoederwinning en mestafzet gaat het grondgebonden karakter van het bedrijf niet verloren. “Tienen is een akkerbouwstreek zodat we goede afspraken met collega’s kunnen maken over mestafzet en het aankopen van maïs. Een deel van de kuilmaïs wordt in het voorjaar al besproken, de rest wordt in het najaar bijgekocht.” In een jaar met een hoge korrelmaïsprijs, zal een melkveebedrijf dat kuilmaïs aankoopt daar meer geld voor moeten ophoesten. “Dat is geven en nemen”, bekijkt Yves het nuchter.

Het melkquotum is nog maar net verdwenen, maar zal door een hoge superheffing in het laatste jaar niet meteen vergeten zijn bij de familie Vankelecom. “Het is een opluchting dat we er vanaf zijn, al had dat veel eerder gemogen. Dat het afscheid van de quota voor mij gepaard gaat met een hoge factuur is een beetje zuur.” In de jaren ’90 investeerde de familie in quota, de laatste 12 jaar niet meer. Jarenlang boven het quotum melken, heeft altijd goed uitgepakt, tot nu. Yves benijdt de melkveehouders uit andere lidstaten niet die de superheffing gespreid over drie jaar mogen terugbetalen aan de overheid. “Ik wil die zogenaamde quotumschuld geen drie jaar meer meesleuren.”

Over de melkprijs breken Johan en Yves Vankelecom zich het hoofd niet. “Dat zullen we moeten afwachten. Er zijn al veel voorspellingen gebeurd die achteraf niet uitkomen.” Zij beseffen dat het kostprijsverhogend effect van onder andere de aankoop van maïs zijn bedrijf iets kwetsbaarder maakt tijdens een periode met een lage melkprijs. “Je kan in de stal zo goed werk leveren als je maar wil, als de prijs daalt dan zal het (financieel) resultaat navenant zijn.” Dat grote bedrijven door schaalvoordelen beter bestand zijn tegen een slechte conjunctuur is niet helemaal correct. “Leveranciers kunnen hier bijvoorbeeld in het geval van soja een volle vrachtwagen kwijt, wat een volumekorting kan opleveren maar die is veel kleiner dan collega-landbouwers vaak denken. Grondstoffen zoals krachtvoeder, maïszaad en kunstmest zijn ook voor ons duur.”

Als het over de obstakels voor groei gaat, wordt arbeid ook altijd in het rijtje problemen geplaatst waarvoor een melkveehouder staat. “Hier vind je geen dure melkstal, die maar enkele uren per dag gebruikt wordt maar een 2x13 50 graden melkstal waar flink wat uren in gemolken wordt.” De keuze valt dus op het werken met personeel. Zodra het melkveebedrijf op volle capaciteit draait, zal er tweemaal per dag zeven à acht uur gemolken worden. Een zware klus, die dankzij helpende handen op een sociaal aanvaardbare manier geklaard kan worden. Elke drie weken komt op het bedrijf iemand de klauwen van de koeien kappen want een kreupele koe willen Johan en Yves op hun bedrijf niet zien. Ook daarin verschilt een groot bedrijf in niets van een klein bedrijf. Vaak wordt gezegd dat door schaalvergroting de aandacht voor het individuele dier verminderd, maar bij Vankelecom in Tienen ervaart men dat anders. “Door het melken uit te besteden, kunnen wij ook in de toekomst de tijd nemen om de diergezondheid van kortbij op te volgen.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via