nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.11.2018 PPPL: Vruchtbare samenwerking landbouw/ontwerpwereld

Het traject Pilootprojecten Productief Landschap (PPPL), dat werd afgesloten met de voorstelling van de resultaten van de vijf projecten en de lancering van een manifest met aanbevelingen voor de toekomst, bracht de voorbije vijf jaar de werelden van landbouw en ontwerp/ruimtelijke ordening samen. En dat was zeker een vruchtbare samenwerking, vinden ze bij het ILVO en het Team Vlaams Bouwmeester, die samen met het Departement Omgeving en het Departement Landbouw en Visserij het traject hebben opgezet.

In het traject werd gezocht naar inspirerende voorbeelden van innovatieve landbouw met meerwaarde voor landschap en samenleving, met als uiteindelijk doel de open ruimte open te houden en landbouwers als belangrijke beheerders van die open ruimte nieuwe perspectieven te bieden in een verstedelijkt Vlaanderen. “De vijf pilootprojecten, die exemplarisch zijn voor heel Vlaanderen, hebben ons heel wat geleerd over hoe landbouwgebied kwalitatief beter kan worden ingevuld, zodat het ook verschillende diensten kan leveren aan de samenleving”, vertelt Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO. “En het heeft ons ook geleerd wat de werkpunten zijn, en daar hebben we aanbevelingen voor uitgewerkt. Zowel aan de kant van de landbouw als aan die van de ruimtelijke ordening hebben we heel wat bijgeleerd. Er was nog niet veel ervaring op dat vlak. Het verhaal rond landbouw en ruimtelijke ordening beperkt zich vaak tot een discussie over hectares.”

“De cases hebben inderdaad enkele interessante vraagstukken en probleemstellingen blootgelegd, en geven meteen ook een aanzet voor mogelijke oplossingen”, beaamt Vlaams Bouwmeester Bruno Van Broeck (zie foto). “Ze leveren grote beschouwingen op en hebben dus een serieuze relevantie. Daar moet het beleid op ingaan, als het met een visie op een haalbare toekomst de landbouw in dit land wil hertekenen. Binnenkort komt het Landbouwrapport uit, en ik heb in het voorwoord een keihard signaal kunnen schrijven naar het beleid en de politiek toe om die landbouw toch eens op een totaal andere manier te bekijken. Mijn dank gaat hierbij trouwens uit naar de mensen die zich kandidaat gesteld hebben, en ons de problematische situatie getoond hebben. Dat ze de energie en de intelligentie hadden om van die problemen een kans te maken. Alleen zo konden we de wijsheid opgraven die toekomstige oplossingen hopelijk mogelijk zal maken.”

Als er een tweede PPPL-oproep zou komen, dan pleit Van Broeck ervoor om geen tijd meer te verliezen met mogelijkheden te verkennen, maar om meteen veel harder te focussen op budgetten en haalbaarheid. “En desnoods moet daarbij teruggekomen worden naar de Bouwmeester en ook naar de politiek. Ik pleit nogal voor de casuïstiek van het maatwerk, voor wetten openbreken en voor de dictatuur van het gezond verstand in dergelijke processen. Met die overtuiging ga ik ook zo veel mogelijk de lessons learned op de tafels leggen waar de beslissingen worden genomen.”

Deze rol van de Vlaams Bouwmeester is voor Joris Relaes van groot belang: “Hij zet de toon voor de ruimtelijke ordening en als hij iets zegt, dan wordt daar naar geluisterd. Ook bij de reconversie van landbouwbedrijven, waar we nu heel sterk op inzetten, zou de Bouwmeester een belangrijke rol kunnen spelen en zou hij onze expertise maatschappelijk kunnen versterken.”

Een verdere samenwerking met de ontwerpwereld zien ze bij ILVO alvast als een noodzaak. “Eigenlijk zouden we nu moeten profiteren van het leergeld dat we betaald hebben, want bij veel ontwerpers ontbrak aanvankelijk de kennis van landbouw die nodig is voor een goed ontwerp dat effectieve oplossingen aanreikt voor de problemen”, geven onderzoekers Elke Rogge en Elke Vanempten aan. “De ontwerpmatige kennis van landbouw die nu verzameld en gegroeid is, zouden we verder moeten opbouwen, zodat hij rendeert voor toekomstige projecten.”

Als bijvoorbeeld ook zou blijken dat die landbouw- of voedselparken, zoals Tuinen van Stene in Oostende, interessant zijn als concept, dan wil ILVO dat idee laten groeien en verder uitwerken. “Alleen daar al zit een heel traject rond verdere samenwerking. Ik denk dat de Bouwmeester daar ook belangstelling voor heeft, maar er moeten natuurlijk middelen zijn. Er bestaat weinig twijfel over dat het nuttig is om de samenwerking voort te zetten en dat er nog veel gemeenschappelijke uitdagingen zijn.”

Lees meer over de geleerde lessen en het manifest die voortvloeiden uit het PPPL-traject, en over de vijf pilootprojecten in detail.

Bron: eigen verslaggeving / PPPL

Volg VILT ook via