nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.05.2019 Precisielandbouw en onderzoek resulteren in minder fyto

De Roundup-boete van twee miljard dollar voor Bayer maakte het opnieuw duidelijk: gewasbeschermingsmiddelen zijn in de verdrukking. Belgische landbouwers doen er alles aan om hun gebruik te reduceren. Met de hulp van satellietbeelden, drones en gps-gestuurde tractoren. “Dankzij onze technologie moeten we bepaalde delen van onze velden nooit besproeien”, getuigt Jean- Marc Pirard in de krant De Tijd. Pirard is directeur van Apligeer, een groepering van honderd boeren die bijna exclusief aan Ardo leveren. Zijn organisatie zet drones in om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te doen dalen. “We kunnen heel gericht sproeien omdat we de velden fotograferen en de zwakke plekken in kaart brengen.”

Op basis van de luchtfoto's maakt Apligeer kaarten vol kleuren. Roze delen moeten veel gewasbeschermingsmiddelen krijgen, blauwe weinig of zelfs geen. “De kaarten laden we op in de boordcomputers van onze tractoren”, legt Jean-Marc Pirard uit. “Die rijden over het veld en dankzij gps-signalen weet de tractor waar hoeveel moet worden gesproeid, tot op twee centimeter precies. De landbouwer moet dus niet tussenkomen.” Velden die Pirard op deze manier besproeit, hebben tien procent minder pesticide nodig. “Dat is erg veel in absolute hoeveelheden.”

Jean-Marc Pirard en zijn coöperatie doen al die moeite omdat hun klant Ardo groenten wil verwerken waarin geen residu van gewasbeschermingsmiddelen meer zit. “Dat betekent dat de groenten maximaal tien deeltjes residu per miljard deeltjes mogen bevatten. Ter vergelijking: dat is de norm voor babyvoeding”, zegt Pirard. 75 procent van de groenten van Ardo is al 'residuvrij'. De verdere uitrol van de dronetechnologie moet het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen verder terugdringen. “Onze boeren hebben samen 8.000 hectare velden, en we hebben in twee jaar tijd 300 hectare in kaart gebracht met de drone. Dat willen we elk jaar verdubbelen.”

Drones, satellietfoto's, camera's. Ook Raf De Vis heeft ze overwogen in zijn Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver. De 500 tuinders die lid zijn van zijn onderzoeksinstelling leveren hun groenten vooral aan BelOrta, de grootste fruit- en groenteveiling van België. De Vis gelooft minder in de technische snufjes. “In de toekomst worden ze wellicht belangrijk, maar nu schieten ze nog tekort. De kwaliteit van drone- en satellietbeelden laat nog vaak te wensen over. Camera's herkennen onkruid niet of te laat. Er is nog veel onderzoekswerk nodig voor die systemen op punt staan.”

Zijn organisatie heeft meer basic oplossingen. “Want ook bij ons is de tijd al lang voorbij dat het volledige veld de volle lading pesticiden kreeg.” Het proefstation maakt elke week een waarschuwingsbericht met welke ziektes in de velden aanwezig zijn. Via BelOrta krijgen de leden een sms als ze tot actie moeten overgaan. Zo kunnen boeren gerichter sproeien. “We gaan ook continu op zoek naar groenterassen die minder snel ziek worden en dus minder beschermingsmiddelen nodig hebben.”

Bedrijven en landbouwers moeten heel wat geld investeren in de daling van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. GPS-sturing op de tractor kost snel 15.000 euro, een drone 8.000 euro. “Maar we sparen kosten omdat we minder sproeistoffen nodig hebben. En de opbrengst stijgt”, zegt Pirard. De telers van BelOrta krijgen een vergoeding als ze duurdere, maar resistentere zaden gebruiken. Ook druk van de consumenten en de supermarkten moedigt bedrijven aan hun gebruik te beperken. “We doen dit ook voor ons imago. De heisa over Roundup doet ons geen deugd”, zegt Pirard. “Alles wordt op een hoopje gegooid. De boeren doen veel inspanningen, maar dat erkennen de mensen niet.”

“Dit soort precisielandbouw is de toekomst”, voorspelt Pieter Spanoghe, hoogleraar aan de Universiteit Gent en een specialist in gewasbescherming. Maar helemaal geen pesticiden meer inzetten, is volgens Spanoghe onrealistisch. Zeker als we de groeiende wereldbevolking willen voeden. “Mensen hoeven zich geen zorgen te maken over mogelijke schadelijke gevolgen. De huidige regels voor het gebruik van pesticiden zijn erg streng, de voedselveiligheid is gegarandeerd. Belgische boeren gebruiken echt niet te veel gewasbeschermingsmiddelen. De controles zijn uitgebreid. Bestrijdingsmiddelen zijn duur. En wie de regels aan zijn laars lapt, krijgt strenge straffen.”

In ons land is Roundup veruit de populairste onkruidverdelger in de landbouw. Landbouwers gebruiken het totaalherbicide meestal voor het onkruidvrij maken van percelen die ze niet-kerend bewerken en voor het vernietigen van tijdelijk grasland dat anders hergroeit in de volgteelt. Een alternatief is ploegen, maar dan is er risico op erosie. Roundup is populair omdat het relatief goedkoop is en het onkruid tot in de wortel vernietigt. “De kans dat er resten Roundup in onze voeding zitten is bijna onbestaande”, zegt Spanoghe. “Roundup wordt nooit op landbouwgewassen gespoten.”

Bron: De Tijd

Beeld: Robin Reynders

Volg VILT ook via