nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

16.05.2017 Premier Michel en minister Borsus gaan samen de boer op

Voor zijn eerste officiële bezoek aan een landbouwbedrijf heeft premier Charles Michel ruim de tijd genomen. Hij werd in Corroy-le-Grand opgewacht door bedrijfsleider Philippe Janssens en federaal landbouwminister Willy Borsus. Er ligt de Waalse landbouwers heel wat op de lever zodat het luisterend oor op prijs werd gesteld. De hoofdbekommernis blijft natuurlijk de zwakke rendabiliteit in de sector en de volatiliteit van de prijzen. Maar er is meer aan de hand want landbouwers krijgen in toenemende mate te maken met maatschappijkritiek, en dat valt hen zwaar. De campagne ‘Jour sans viande’ sloeg in als een bom en de sensibilisering van burgers rond pesticiden straalt negatief af op het imago van landbouw.

Premier Charles Michel werd dinsdag ontvangen op het landbouwbedrijf van Philippe Janssens. Representatiever voor de Waalse landbouw kan een boerderij moeilijk zijn. Janssens runt een gemengd bedrijf in Corroy-le-Grand waar hij de combinatie maakt van melkvee, vleesvee en akkerbouw. Hij kent dus als geen ander de problemen waarmee de verschillende deelsectoren geconfronteerd worden. In de vleesveehouderij is dat een aanslepend gebrek aan rendabiliteit. De melkveehouderij maakte al tweemaal (2009 en 2016) kennis met de bodem van de zuivelmarkt zodat prijsvolatiliteit hier een thema is. Voor de akkerbouw zijn de hoge en nog steeds stijgende grondprijzen de voornaamste bekommernis.

Voor een buitenstaander kan het lijken dat de landbouwsector voortdurend in crisis is omdat de problemen in de verschillende deelsectoren elkaar afwisselen. Federaal landbouwminister Willy Borsus legt aan de premier uit dat vooral de extreme prijsvolatiliteit destructief is. “Gemiddeld genomen worden landbouwproducten verkocht aan dezelfde prijzen als 30 jaar geleden. Tussentijds zien we de volatiliteit toenemen, onder andere in de melkprijs. Ondertussen worden inputs zoals gewasbeschermingsmiddelen en diergeneesmiddelen almaar duurder zodat het familiale landbouwbedrijf onder druk komt te staan. Er is een economische en sociale limiet aan het systeem.”

Philippe Janssens ervaart dat allemaal, maar hem zit nog iets anders dwars. “Wij landbouwers krijgen steeds meer het gevoel dat we voortdurend moeten rechtvaardigen wat we doen. Recent onderbrak ik een bespuiting om een dame die druk gebaarde uit te leggen wat ik doe. Op dat moment spoot ik niet eens gewasbeschermingsmiddelen maar gebruikte ik het spuittoestel voor het toedienen van vloeibare stikstof. Heel vervelend is dat de overheid als sensibilisering van burgers een week zonder pesticiden organiseert, net op een ogenblik dat de gewassen op het veld verzorgd moeten worden. Mensen begrijpen niet dat als wij die week niet behandelen we achteraf met excessieve kosten geconfronteerd worden. Als ik de tijd zou hebben, wil ik elke voorbijganger of buurtbewoner uitleggen waarom ik een bespuiting uitvoer.” Volgens Laurent Gomand, vice-voorzitter van FWA, doet de overheid er verkeerd aan om burgers aan te praten dat pesticiden vergif zijn. “Gewasbeschermingsmiddelen dienen om planten te verzorgen zoals geneesmiddelen dat doen met de mens.”

De campagne op initiatief van de Waalse milieuadministratie duurt bij nader inzien zelfs langer dan een week, want gaat al tien jaar door onder de noemer ‘Printemps sans pesticides’ en is vergelijkbaar met de campagne ‘Zonder is gezonder’ van de Vlaamse Milieumaatschappij. Ook op federaal vlak is de tendens dat het met minder pesticiden moet en op dit niveau worden ook de professionele gebruikers geviseerd. Landbouwminister Willy Borsus sust dat het federale reductieplan een goed evenwicht vindt tussen maatregelen voor particuliere en professionele gebruikers. De hele heisa rond glyfosaat stoot op onbegrip in boerenmiddens. Laurent Gomand van FWA denkt er het zijne van: “Als gebruiker komen wij zelf het meest in contact met gewasbeschermingsmiddelen en dat leidt niet tot meer gezondheidsklachten bij landbouwers.”

Gomand verwijt de overheid miscommunicatie en bangmakerij, en de gevolgen daarvan zijn dagelijks voelbaar voor lanndbouwers. Burgemeester Luc Decorte bevestigt dat een spuittoestel in het veld gevoelig ligt, vooral bij de nieuwe plattelandsbewoners. “We ervaren hier een dualiteit van bewoning enerzijds en de exploitatie van landbouwbedrijven anderzijds. De maatschappij verandert snel zodat voor de gemeenten een belangrijke rol is weggelegd op vlak van communicatie. Inwijkelingen op het platteland begrijpen het werk van een landbouwer vaak niet.”

Wat meer fierheid in Wallonië op de producten die in eigen streek geproduceerd worden, zou landbouwers een hart onder de riem kunnen steken. Nu ontbreekt het daaraan. Laurent Gomand geeft het Belgisch wit-blauw vleesvee als voorbeeld. “Een excellent vleesras, geliefd in het buitenland voor kruisingen maar in eigen land ondergewaardeerd. Je hoort mensen klagen over de keizersneden die nodig zijn maar nooit in positieve zin zeggen dat het vlees erg mager is. Zo kritisch is men anders nooit voor rundvlees uit het buitenland.” Philippe Janssens valt hem als kweker van wit-blauw bij: “Wanneer ik zelf op restaurant ga, geef ik de voorkeur aan ingrediënten uit eigen streek. Waarom promoten restauranthouders niet de voeding die in de omgeving geproduceerd wordt?”

In Wallonië ging dit voorjaar voor het eerst de Franstalige versie van de campagne ‘Dagen zonder vlees’ door. Gomand enerveert zich meteen wanneer we daarnaar informeren: “De campagne werd heel slecht onthaald in Wallonië. Ik heb geen enkel argument tegen vlees gehoord dat hout sneed en onthou alleen dat de veehouderij op zijn slechtst werd voorgesteld. Gelukkig heeft de politiek – anders dan in Vlaanderen – de campagne niet omarmd.” Zowel minister Borsus als zijn Waalse ambtsgenoot René Collin keurden de campagne publiekelijk af. Die laatste stelde voor om er ’40 dagen voor lokale voedingsproducten’ van te maken.

Premier Charles Michel en minister Willy Borsus maakten na het bedrijfsbezoek een uur de tijd voor een keukentafelgesprek met het landbouwersgezin. Beiden onthouden ze dat landbouwers vooral nood hebben aan een stabiel overheidsbeleid en investeringsklimaat. In de praktijk volgen de hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) elkaar in een veel sneller tempo op dan landbouwers hun investeringen kunnen afschrijven. Momenteel wordt alweer gediscussieerd over het GLB na 2020, “waarbij het eerst over de centen zal gaan gelet op de Brexit”. Premier Michel beaamt dat met de Europese begroting eerst een heel moeilijke oefening afgerond moet worden, alvorens het over de inhoud van het landbouwbeleid kan gaan.

Opdat landbouwers hun geloof in Europa niet zouden verliezen, wijst Borsus op de vanuit Brussel gedirigeerde productievermindering in de melkveehouderij. “Uitgezonderd Denemarken en Nederland heeft een grote groep landen, waaronder België, gebruikgemaakt van die mogelijkheid.” Waar Europa oog heeft voor de problemen in de melkveehouderij is ze volgens FWA blind voor de problemen die er aankomen in de suikersector. Laurent Gomand heeft weinig vertrouwen in het post-quotumtijdperk en vreest dat de boer door de suikerindustrie gebruikt zal worden om de eigen rekening te doen kloppen. “Enige garantie vanuit Europa komt er niet.” Over de suikerbietenprijs is het onduidelijkheid troef, volgens minister Borsus weet niemand nog hoeveel een ton suikerbieten exact waard zal zijn. Gomand sneert naar de voedingsindustrie in het algemeen: “Boeren zijn geslaagd in hun missie om de bevolking te voeden. Spijtig genoeg kan de industrie ons geen rendabele prijs garanderen voor de kwaliteitsvolle grondstoffen die we aanleveren.”

Naast steun om een marktcrisis het hoofd te bieden, zouden landbouwers ook op prijs stellen dat de administratie rond het landbouwbeleid minder belemmerend werkt. Gevraagd naar zijn verwachtingen omtrent de beloofde GLB-vereenvoudiging zegt Borsus: “De intentie is er al veel langer. Da’s belangrijk maar ik beoordeel de Europese Commissie liever op de resultaten die ze kan voorleggen.” Premier Charles Michel geeft aan dat hij de problemen van landbouwers ernstig neemt, en er op federaal niveau maatregelen genomen worden die kleine ondernemingen en zelfstandigen en dus ook landbouwers ten goede komen. Op Europees niveau wordt het de kunst om landbouw op het voorplan te krijgen op een moment dat de agenda beheerst wordt door de financiële crisis, de veiligheidscrisis en de vluchtelingencrisis.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via