nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.09.2015 Preventief antibioticumgebruik zit er stevig ingebakken

Drie jaar geleden werd er in ons land een kenniscentrum (AMCRA) opgericht om een rationele reductie van het antibioticumgebruik in de veehouderij mogelijk te maken. De sensibilisering draait ondertussen op volle toeren maar we komen van ver. Van heel ver zelfs, zo leert ons het doctoraatsonderzoek van Bénédicte Callens (UGent). Zij constateert dat een Vlaams varken gedurende een vijfde van zijn leven behandeld wordt met antibiotica. Preventieve groepsbehandelingen maakten in 2010 gewoon deel uit van de bedrijfsvoering van de 50 bezochte varkensbedrijven. “De landbouwers vertelden dat ze gemedicineerd voeder als een ‘verzekering’ zien tegen ziekte en hoge uitval bij de varkens”, vertelt Callens die dinsdag haar doctoraat verdedigt aan de faculteit Diergeneeskunde.

Sinds de ontdekking van antibiotica zijn het belangrijke middelen in de bestrijding van bacteriële ziekten bij mens en dier. Hun gebruik en werkzaamheid worden de laatste decennia echter overschaduwd door een alsmaar toenemende dreiging: antibioticumresistentie. Internationale organisaties (FAO, OIE, WHO, enz.) luidden al enkele decennia de alarmbel maar het besef dat het probleem ernstig en urgent is, sijpelt maar traag door naar de diergeneeskunde.

“Wetenschappers weten al lang dat antibioticumgebruik resistentie bij bacteriën in de hand werkt. Het is een ander paar mouwen om die boodschap over te brengen naar de praktijk”, zegt Bénédicte Callens. Zij onderzocht het antibioticumgebruik in de varkenshouderij en kwam tot enkele verontrustende vaststellingen. Op 50 varkensbedrijven uit gans Vlaanderen die meewerkten aan het onderzoek mat Callens de werkelijk toegediende dagdoseringen antibiotica. Daaruit blijkt dat een varken gedurende 20 procent van zijn leven onder antibioticumbehandeling stond in 2010. Tussen 2003 en 2010 is het gebruik zelfs nog gestegen met 18 procent.

Als je de vergelijking zou maken met de humane geneeskunde dan geeft die 20 procent toch een wat vertekend beeld. Bénédicte Callens: “Antibiotica worden vooral toegediend aan de jonge biggen, tijdens de eerste tien levensweken. Aangezien een vleesvarken maar 200-tal dagen leeft, komt de gemiddelde behandelingsduur hoog uit. Jonge dieren zijn het meest gevoelig voor infecties, waarmee ik het hoge antibioticumgebruik niet wil goedpraten. Je moet alleen in het achterhoofd houden dat ook kinderen veel vaker ziek zijn en antibiotica nodig hebben dan volwassenen.”

Niemand kan er iets op tegen hebben dat een varkenshouder zieke biggen probeert te genezen met antibiotica, maar de redenen voor behandeling deugden niet in 2010. Op 98 procent van de bezochte bedrijven werden groepsbehandelingen met antibiotica uitgevoerd. Voor maar liefst 93 procent van de behandelingen gebeurde dat om preventieve redenen, dus in de afwezigheid van ziektesymptomen. “Op tijdstippen in de groeifase van het varken dat een varkenshouder ziektedruk verwacht, behandelt hij preventief. Vaak gebeurt dat met kritisch belangrijke en breed werkende antibiotica”, vertelt Callens.

De vaststellingen die zij vijf jaar geleden deed, stroken geenszins met de richtlijnen rond voorzichtig antibioticumgebruik. “Hoe meer dieren met antibiotica behandeld worden, hoe groter de selectiedruk op resistente bacteriën is. Beter is om individueel en curatief te behandelen, maar in de praktijk gebeurde dat niet.” Een gemedicineerd voeder toedienen, is naar arbeidsgemak toe veel eenvoudiger dan dieren individueel inspuiten met antibiotica. Dat mag volgens Callens niet het grote struikelblok zijn. “Een varkenshouder zou zich eerst moeten afvragen of de ‘gestandaardiseerde’ behandeling wel noodzakelijk is. Indien dat niet zo is, dan spaart hij zowel arbeid als een hogere factuur voor gemedicineerde voeders uit.”

Tijdens de gesprekken met landbouwers werd Callens duidelijk dat het bewustzijn van het probleem vijf jaar geleden nog erg laag was. “Varkenshouders vertelden dat ze antibiotica zien als een soort verzekering tegen zieke biggen en een hoge uitval. De hoge factuur voor gemedicineerd voeder is voor hen een investering die ze er graag voor over hebben.” Deze kortzichtige aanpak verdient bijsturing. Callens: “Schrap je alle preventieve behandelingen op een varkensbedrijf, dan scheelt dat op het einde van de maand een smak geld. Geld dat men beter zou investeren in andere preventieve maatregelen, denk aan vaccinatie en het verhogen van de bioveiligheid. Dat kan gaan over kleine aanpassingen in de bedrijfsvoering zoals handen wassen en bedrijfskledij voor bezoekers tot investeringen in de infrastructuur die de hygiëne ten goede komen. Denk vooral niet dat bioveiligheid altijd handenvol geld kost.”

De wetenschappelijk medewerkster van AMCRA en onderzoekster aan UGent bestudeerde ook het voorkomen van antibioticaresistente stammen bij varkens. Voor werkzame stoffen als tetracyclines (98%), lincosamiden (92%) en macroliden (71%) is in grote mate resistentie opgebouwd bij streptokokken. Eenzelfde beeld bij E. coli, waar eveneens hoge resistentieniveaus gerapporteerd worden. De laatste studie is misschien nog wel de meest verontrustende want antibioticumresistentie bij E. coli komt reeds in de kraamstal voor. Slechts 27 procent van de isolaten afkomstig van pasgeboren biggen toonde volledige gevoeligheid voor de geteste antibiotica.

Resistentie tegen één of twee antibioticaklassen bedroeg 41, respectievelijk 47 procent bij E. coli geïsoleerd van zeugen en biggen tijdens de kraamperiode. “Voor de eerste toediening van antibiotica aan biggen is er al resistentie. Zo heel vreemd is die vaststelling niet in de wetenschap dat antibioticumresistentie ook bij de zeug voorkomt. De zeug is als het ware een reservoir van resistente E. coli voor de pasgeboren biggen”, aldus Callens. Zij spreekt van een heel slechte beginsituatie omdat een big een hoop antibiotica te verwerken krijgt op een moment dat bacteriën van het dier al resistentie vertonen. De toediening van antibiotica aan zeugen rond het werpen vormt dus een risicofactor voor het voorkomen van resistente E. coli bij de zeug zelf én bij haar biggen.

Meer info: project 'Reductie Antibioticumgebruik' & UGent

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: project Reductie Antibioticumgebruik

Volg VILT ook via