nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.10.2018 Prijs van kip en ei verliest veel van zijn pluimen

Grote ladingen kippenborstvlees uit Oekraïne komen nu al maanden tariefvrij op de Europese markt, ‘met dank aan’ een vleugeltje dat pas later versneden wordt en zodoende een achterpoortje in het handelsverdrag opent. Tezelfdertijd krabbelt de Braziliaanse vleesindustrie weer recht na een aantal schandalen. Ook in Europa stijgt de kipproductie na de zomer en valt het verbruik nu wat terug, wat een jaarlijks weerkerend fenomeen is en de prijs in het najaar steevast onder druk zet. Aan kostprijs werken en niets verdienen, en dat pakweg drie maanden per jaar volhouden, went dat? Vrolijk wordt sectorvakgroepvoorzitter Eric Van Meervenne (Boerenbond) daar alleszins niet van. Hoe het komt dat de vleeskippenhouderij dan toch zoveel aantrekkingskracht uitoefent op nieuwe producenten die kippenstallen bijbouwen op akkerbouw- en varkensbedrijven, lees je verderop in dit artikel.

Eric Van Meervenne is vleeskippenhouder, al enkele jaren sectorvakgroepvoorzitter pluimvee (en kleinvee) bij Boerenbond en sinds dit voorjaar ook eerste ondervoorzitter van Vlaanderens grootste landbouworganisatie. Van het hoofdbestuur van Boerenbond maakt hij al deel uit sedert 2013. Samen met zijn echtgenote baat Eric op twee locaties in Merchtem een kippenbedrijf uit. Deze zomer was het puffen voor mens en dier. Belden we toen, dan was de kippenhouder druk in de weer met het bewaken van de temperatuur in de stal. Over de prijsvorming klonk hij tevreden.

“Voor de vleeskippenhouderij leek 2018 een goed jaar te worden, maar de laatste maanden staat de prijs sterk onder druk. Stelselmatig zijn de noteringen gedaald tot kostprijsniveau”, zegt Van Meervenne nu. “Zo’n najaarsdip zien we ieder jaar opnieuw, en ik vrees dat het tot na Nieuwjaar gaat duren vooraleer het weer goed komt met de prijs.” Hij zegt het met een zekere gelatenheid, alsof hij het gewend is geraakt om drie maanden per jaar te werken zonder geld te verdienen. “Wennen doet dat niet”, spreekt de sectorvoorzitter tegen, “maar je zoekt als ondernemer wel naar manieren om je tegen de laagconjunctuur in het najaar in te dekken. De meeste bedrijven lukt het dan ook om zo’n moeilijke periode te overbruggen.”

Bovendien is het lastig spreken over ‘de kostprijs’ want die is voor elk bedrijf een tikkeltje verschillend. “Het zijn de kleine procentjes in het management die het verschil maken tussen winst of verlies in de stal. Zoveel bedrijven er zijn, zoveel kostprijzen komen voor en zoveel mogelijke verkoopmethoden tref je aan”, beschrijft Van Meervenne de grote diversiteit binnen een ogenschijnlijk uniforme deelsector. Voor de volledigheid legt hij uit dat je op een kippenbedrijf – om sanitaire redenen – nooit vleeskippen én legkippen zal aantreffen. “Er zijn leghennenbedrijven, vleeskippenbedrijven, moederdierenbedrijven en opfokbedrijven voor moederdieren en leghennen. De enige combinatie die wel eens voorkomt, is die van leghennenhouders die hun eigen hennen opfokken.”

Gevraagd naar de prijsvorming binnen zijn sector doet de vleeskippenhouder een poging om dat begrijpbaar te maken: “Iedere week worden er twee prijzen genoteerd: de ABC-prijs en de Deinze-prijs. De eerste is de contractprijs van de slachterijen, de tweede is de vrijemarktprijs die meer fluctueert. Wie vergoed wordt volgens de ABC-prijs zal niet meegenieten van de piekprijzen bij hoogconjunctuur, maar ontsnapt anderzijds wel aan de diepste dalen wanneer de markt tegenzit. Kippenbedrijven kunnen uitbetaald worden op basis van een meer-wekengemiddelde van de ABC-prijs of de Deinze-prijs of een combinatie van beide. Veevoederfabrieken zijn daar inventief in, maar de tijd dat ze zelf grote financiële risico’s namen is voorbij. Maak ik een afspraak met mijn voederleverancier, dan worden die kippen vaak meteen gecontracteerd bij een slachterij zodat zijn marge vastligt.”

Voor een veevoederfabriek die aan integratie doet, is het dus duidelijk wat er verdiend is aan een vleeskip. “Ook het voeder zie ik ze niet met verlies verkopen, al moet de veevoederindustrie natuurlijk wel zijn risico afdekken bij aankoop van grondstoffen. Van een slachterij kan ik me voorstellen dat ze net zomin als een vleeskippenhouder op voorhand weet wat er aan een kip verdiend is. Slachterijen kennen hun aankoopprijs, maar de verkoopprijs hebben ze minder vat op.” Het waren ook de pluimveeslachthuizen die dit voorjaar aan de alarmbel trokken toen er steeds meer kip tariefvrij uit Oekraïne geïmporteerd werd.

Van Meervenne kent het probleem: “De Oekraïense kip geniet extra van het nultarief omdat de versnijdingsvorm (borstvlees met een stukje vleugel aan) niet beschreven staat in het handelsakkoord. Deze import glipt door de mazen van het net en de Europese beleidsmakers horen onze grieven wel, maar willen Oekraïne graag te vriend houden gezien de relaties met Rusland. Wat import van ‘vermomde’ kipfilet, eieren en eiproducten uit Oekraïne betreft, wordt daarom veel getolereerd ten koste van de eigen Europese productie.” Het laatste nieuws daaromtrent is dat de Commissie een contingent wil opstellen voor tariefvrije import van die specifieke versnijdingsnorm. “Te gek voor woorden, en het zal de vleeskippenprijs nog meer onder druk zetten want we voelen op de markt ook dat Brazilië de export hervat na de klappen die het kreeg door vleesschandalen”, vult Boerenbond-adviseur Wouter Wytynck aan.

Oneerlijke concurrentie, daar snijden de voorzitter en secretaris van de Boerenbond-sectorvakgroep een teer punt aan. Vleeskippenhouders maar ook leghennenhouders kennen het maar al te goed. Toen Europa de klassieke legbatterij verbood met ingang vanaf 1 januari 2012 waren ze in eerste instantie blij dat er een tweedehandsmarkt bleek te bestaan voor batterijkooien. Met wat ze nu weten, zouden al die kooien linea recta naar de ijzerboer gegaan zijn. Boerenbond-adviseur Wouter Wytynck, secretaris van de sectorvakgroep Pluimvee, geeft tekst en uitleg: “In Polen zijn er in tweedehands legbatterijen nog eieren geproduceerd toen de omschakeling in huisvesting in de meeste EU-lidstaten al gebeurd was. Op Oekraïense bedrijven mogen nog altijd legbatterijen ingezet worden, en Europa maalt daar niet om bij eierimport terwijl het strenge dierenwelzijnsnormen oplegt aan de pluimveehouderij op eigen bodem.”

Over de conjunctuur in de leghennenhouderij wil Wytynck nog het volgende kwijt: “Het jaar begon goed, maar de prijs ging snel bergafwaarts. Door de fipronil-crisis in de zomer van 2017 stonden begin dit jaar nog altijd heel wat bedrijven in Vlaanderen en Nederland leeg. Tegen Pasen hebben de meesten de eierproductie kunnen hervatten en dat zette meteen druk op de prijzen. Sindsdien is de conjunctuur moeilijk in de leghennenhouderij, voor alle huisvestingsnormen. Meer nog, bij momenten zijn eieren uit verrijkte kooien dit jaar zelfs duurder dan scharreleieren. Gelet op het verschil in kostprijs en consumentenvoorkeur zou het net andersom moeten zijn, maar het aanbod van scharreleieren is in bepaalde periodes te groot voor de vraag. Vorig jaar scheerden de eierprijzen hoge toppen. Zoiets blijft nooit lang duren want de export valt dan stil en je krijgt meer import van eieren omdat de hoogconjunctuur op de Europese markt een aanzuigeffect heeft.”

Vleeskippenhouder Eric Van Meervenne beaamt die analyse, ook voor wat zijn sector betreft: “Boer zijnde, dienen we te beseffen dat we een grondstof produceren voor de verwerkende industrie. Wordt die grondstof te duur, dan valt de verwerking stil omdat de afzet op de (wereld)markt dan spaak loopt. Bij een tekort op de markt kan de prijs van een landbouwgrondstof wel stijgen, maar om die reden niet verdubbelen of toch niet voor lange tijd. Bij een te hoge prijs valt de vraag weg en dat zie je zowel bij kippen als bij aardappelen of melk gebeuren. Als primaire producent zou ik het natuurlijk liever anders zien, maar kan je daar niet mee leven dan is het beter dat je je als boer toelegt op nicheproducten met meerwaarde.”

Die harde economische realiteit heeft veel boeren niet afgeschrikt om te investeren. Bestaande vleeskippenbedrijven hebben uitgebreid, maar de voorbije jaren viel vooral op dat er kippenstallen verschenen op akkerbouw- en varkensbedrijven. “Stapt zoon- of dochterlief in het bedrijf, dan zoekt men naar extra inkomsten. Als de melk- en varkensprijs slecht is, kom je al snel uit bij vleeskippen. De uitbreidingsgolf lijkt nu over zijn piek heen, al zijn er nog altijd erfbetreders die verkondigen dat het eenvoudig is om je boterham te verdienen met vleeskippen. Dat kan zo lijken voor een buitenstaander, maar zoals in elke tak van de landbouw zijn het enkel de beste managers die een behoorlijk arbeidsinkomen realiseren. Gelet op de jaarlijks weerkerende laagconjunctuur richting het jaareinde zijn het de kleine (pro)centjes doorheen het jaar die het verschil maken.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: AVEC

Volg VILT ook via