nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.09.2015 Prijsdruk is ook in de boomkwekerij onhoudbaar

Na het boerenprotest in Brussel is weeral gebleken dat Europa vooral oor heeft naar de problemen van melkveehouders. Het lijkt voor de landbouworganisaties en -ministers veel moeilijker om bij de Europese Commissie steun los te weken voor andere sectoren. Nochtans voelen varkens- en vleesveehouderij de prijsdruk al veel langer. Akkerbouwers hebben ook betere tijden gekend, om van de kleinere sectoren (tuinbouw en sierteelt) nog maar te zwijgen. De boomkwekers uit Wetteren voelen aan dat ook hun sector vergeten wordt wanneer het over prijsdruk op land- en tuinbouwproducten gaat. Daarom trokken ze niet naar Brussel maar reden ze met hun tractoren in colonne door de eigen streek. Uit hun verhaal trekken we één spijtige conclusie: marktgericht produceren, wat door Europa zo sterk gepromoot wordt, is geen garantie op loon naar werken.

De boomkwekers uit Wetteren zijn maandag niet naar Brussel getrokken. Ze reden met hun tractoren in colonne door de eigen streek om duidelijk te maken dat ook hun producten onder enorme prijsdruk staan. “Twijfel niet aan onze solidariteit met andere landbouwers want we hebben de petitie voor eerlijke voedselprijzen mee ondertekend”, zegt Joost De Winter, bedrijfsleider van Boomkwekerij De Winter Gebroeders. “Tot de actie in eigen streek hebben we besloten omdat naar een kleine sector als de boomkwekerij nooit wordt omgekeken, ook al realiseren we een hoge toegevoegde waarde.”

Dat hun sector zo moeilijk gehoor vindt bij beleidsmakers en media wijt De Winter niet alleen aan het kleine aantal boomkwekerijen. “Over de melkveehouderij wordt sneller gesproken omdat mensen meteen de link leggen met hun voeding of die van hun kind. Maar wanneer ze in een tuincentrum een hoogstam laanboom kopen voor 20 euro dan beseffen consumenten onvoldoende dat er vier tot vijf jaar werk in die jonge boom is gekropen.”

Veel landbouwbedrijven telt Wetteren niet maar boomkwekerijen zijn er behoorlijk wat. Joost De Winter schat hun aantal in Wetteren en omliggende gemeenten op 100 à 150. Wetteren is al sinds 1850 hét centrum van de boomkwekerij in ons land. Maar vandaag voelen alle bedrijven de prijsdruk want er is geen verkoopkanaal dat nog echt goed draait. Lokale besturen zitten op droog zaad zodat ze nauwelijks nog investeren in nieuwe groenaanplantingen. Wat volgens De Winter ook meespeelt, is dat inwoners vragende partij zijn voor meer groen in hun straat maar … liefst niet voor hun deur vanwege het vallen van de bladeren. Een derde belemmering is het hoge prijskaartje van milieuvriendelijke onkruidbestrijding op het openbaar domein. Sinds er geen herbiciden meer ingezet mogen worden, is het budget voor groenvoorziening extra snel opgesoupeerd.

Bovendien wordt dit verkoopkanaal druk gesolliciteerd door Nederlandse boomkwekers. De Winter: “Onze Noorderburen gebruiken veel agressievere verkooptechnieken. Door hun schaalgrootte – als wij 500 bomen van een soort aanplanten, dan gaat het in Nederland al gauw over 5.000 stuks – zetten ze de prijzen onder druk. Het resultaat is dat veel openbare besturen over de grens hun groeninkopen doen.” Openbare aanbestedingen gaan in principe naar de goedkoopste aanbieder van het plantgoed. Dat moet duurzaam geteeld zijn maar in tien jaar tijd mocht De Winter het nog maar één keer meemaken dat het milieucertificaat MPS, in Vlaanderen uitgereikt door VMS, expliciet mee genomen werd in de puntentelling van de aanbesteding.

Bij Boomkwekerij De Winter Gebroeders houden ze het hart vast voor het nieuwe seizoen. “Dat dreigt te starten met nog lagere prijzen dan afgelopen seizoen. De tussenhandel, die een broodnodige schakel is om bepaalde markten te kunnen bewerken, staat met zijn rug tegen de muur en zet ons op de knieën. Nog even en we kunnen onze planten gratis weggeven. Zo kan je geen bedrijf doen draaien.” De boomkwekers beseffen dat ze er samen met de andere marktpartijen moeten zien uit te geraken.

Waar de afzet richting openbare besturen stilviel, doen de particuliere markt en export het niet veel beter. Grote volumes sierteeltproducten waren in het verleden bestemd voor Rusland maar dat verhaal kent de lezer inmiddels. Polen trad in de plaats als afnemer maar sinds de roebel instortte, wil ook de doorvoer niet meer lukken. Dichter bij huis is het niet veel beter gesteld want de afzet richting Frankrijk, Duitsland en Italië viel stil. Lichtpuntje is Oostenrijk, maar dat is al bij al een kleine afzetmarkt voor coniferen en haagplanten.

Hoewel de boomkwekerij leeft bij gratie van export zou een goede verkoop op de binnenlandse markt, in de tuincentra, iets kunnen goedmaken. Maar ook daar loopt het niet naar wens. “Te weinig mensen weten hoe lang het duurt om een boom op te kweken. Wie staat er bij stil dat vier à vijf jaar werk vergoed moet worden wanneer je in een tuincentrum of boomkwekerij een hoogstam fruitboom van 20 euro koopt. En beseft een koper wel dat hij van die kleine investering tot 80 jaar lang een jaarlijkse opbrengst heeft van 20 tot 100 kilo lekker en gezond fruit?" zegt De Winter. Zelf begrijpt hij dat de consument beter voorgelicht moet worden. Alleen ervaart De Winter dat boomkwekerij moeilijk in beeld komt terwijl een boerenbetoging steevast de aandacht vestigt op het productieproces van bijvoorbeeld melk en vlees.

Als er één sector is die heel marktgericht produceert, dan is het wel de sierteelt. Toch mag dat blijkbaar niet baten op vlak van prijsvorming. Joost De Winter legt uit dat boomkwekerij daar voor een extra uitdaging staat: “In het voorjaar planten wij de bomen en hagen die pas over drie tot vijf jaar geoogst en verkocht zullen worden. De afzet nemen we in eigen hand maar we kunnen natuurlijk niet exact voorspellen wat onze klanten binnen vijf jaar wensen.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Jolien Lips

Volg VILT ook via