nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

13.03.2018 Prijzenobservatorium wakkert prijspolemiek opnieuw aan

Vorig jaar betaalden Belgische consumenten voor identieke producten gemiddeld 13,4 procent meer in de supermarkt dan in Duitsland, 12,9 procent meer dan in Nederland en 9,1 procent meer dan in Frankrijk. Het gaat dan vooral om merkproducten. Dat blijkt uit het jaarverslag 2017 van het Prijzenobservatorium. “Minder gunstige aankoopprijzen, hogere taksen en beperkte schaalvoordelen zijn belangrijke oorzaken”, zegt directeur Peter Van Herreweghe. De voedingsindustrie en merkartikelfabrikanten klagen al jaren dat de loonkostenhandicap en opeenstapeling van taksen Belgische bedrijven parten spelen.

Het Prijzenobservatorium baseerde zich op gegevens van het marktonderzoeksbureau Nielsen over het prijsniveau van 65.000 producten. Uit de analyse blijkt dat de Belgische consument vorig jaar 9 tot 13 procent meer betaalde voor consumptiegoederen dan in de buurlanden. Ten opzichte van een vorige analyse in 2013 zijn de verschillen in prijsniveaus nog toegenomen. Verse groenten en fruit, die niet in de analyse zijn opgenomen, zijn gemiddeld wel goedkoper bij ons dan in de buurlanden.

Voor het geheel van de bewerkte voedingsmiddelen lagen de prijzen in België respectievelijk 11,7 procent, 10,3 procent en 10,2 procent hoger dan in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Van de gemeenschappelijke producten met Nederland kostte circa 70 procent meer in België. Voor Frankrijk en Duitsland was dit voor twee derde van de producten het geval.
De prijsverschillen met de buurlanden worden in de hand gewerkt door minder gunstige aankoopprijzen en -voorwaarden, onder meer door de relatief kleine omvang van ons land. Daarnaast zijn er de hogere belastingen en de hogere loonkosten, al worden die laatste gecompenseerd door een hogere productiviteit per werknemer. Ook de beperkte schaalvoordelen vormen een verklaring.

In de zoektocht naar een verklaring komt het Prijzenobservatorium ook uit bij de ondernemingsstrategie van de grootdistributie. Eén van de grootste en meest efficiënte warenhuisketens (Colruyt, nvdr.) is een prijsvolger zodat de strategie van een aantal andere spelers erin bestaat om zich te onderscheiden door dienstverlening en kwaliteit in plaats van lage prijzen. Door de fusie van Delhaize met Ahold (Albert Heijn) vond er recent wel een grote verandering plaats op de Belgische retailmarkt. Daaruit zouden volgens het Prijzenobservatorium schaalvoordelen kunnen volgen, wat kan leiden tot meer inkoopmacht en beter aankoopvoorwaarden, wat op zijn beurt kan zorgen voor lagere prijzen voor de consument.

De sectorfederaties van de voedingsindustrie (Fevia) en merkartikelfabrikanten (BABM) zijn van mening dat er beter wat gedaan zou worden aan de opeenstapeling van taksen, heffingen en de loonkostenhandicap. Die laatste bedraagt ook na de taks shift nog steeds 17,5 procent ten opzichte van onze buurlanden. “Zulke handicaps hebben onvermijdelijk als gevolg dat de prijzen in ons land hoger zijn en dat grensaankopen jaar na jaar stijgen”, waarschuwt Chris Moris, directeur-generaal van Fevia.

Naar verluidt slagen Belgische voedingsfabrikanten met hoge kwaliteit, innovatie en diversiteit er gedeeltelijk in die prijsverschillen te compenseren, “maar op termijn ondergraven we hiermee ons concurrentievermogen”. De winstmarges in de voedingsindustrie blijven dalen en ook supermarkten zien zich geconfronteerd met te krappe marges. Fevia steekt samen met BABM de hand uit naar de retail om “in de gehele keten te bekijken hoe we inefficiënties samen kunnen aanpakken”. Minister van Consumentenzaken Kris Peeters liet aan VRT NWS weten de belangrijkste warenhuisketens in ons land uit te nodigen voor een discussie over de prijsverschillen met onze buurlanden. Peeters wil een verantwoording horen en dringt aan op een daling, klinkt het.

Handelsfederatie Comeos nuanceert de vaststelling van het Prijzenobservatorium. “De populaire huismerken die de Belgen elke dag kopen zijn amper opgenomen in het rapport terwijl die huismerken net meer dan 36 procent van onze verkoop vertegenwoordigen. Ook verse groenten en fruit zijn niet opgenomen en die zijn hier gemiddeld 11 procent goedkoper dan in onze buurlanden”, zegt Comeos-bestuurder Dominique Michel.

Maar over de echte oorzaken die het rapport aanhaalt, is er volgens Comeos geen twijfel mogelijk. Michel: “We hebben het vorige week nog vastgesteld in het dossier van Zalando. De hoge loonkosten en het gebrek aan flexibiliteit maken het onze retailers bijzonder moeilijk. Bovenop het feit dat multinationals hogere prijzen opleggen aan onze handelaars. Daarom verliezen we telkens opnieuw met de ons omringende landen. We kunnen alleen maar vaststellen dat we nu ook gelijk krijgen van het Prijzenobservatorium.”

Door het jaarverslag van het Prijzenobservatorium ligt de focus toch weer sterk op de prijs van voedingswaren en dat daags na een hoorzitting in de Kamercommissie Volksgezondheid waar de prijsdruk in de voedingsketen net gehekeld werd. Aanleiding voor die hoorzitting was de vleesfraude door slachthuis Veviba. De pijlen van de parlementsleden waren vooral op het Voedselagentschap gericht, maar bij een aantal onder hen begon het te dagen dat het gesjoemel een uitwas is van de enorme prijsdruk die de retail uitoefent op zijn leveranciers. Prijsdruk die er ook toe leidt dat de boer geen eerlijk inkomen haalt uit zijn werk.

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Beeld: Jelle Goossens i.o.v. Rikolto

Volg VILT ook via