nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.04.2016 "Realiteit op varkensbedrijven harder dan BEMEFA denkt"

Ondanks de moeilijkheden waarmee de veehouderij kampt, blijft de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten (BEMEFA) geloven dat de dierlijke productie het in eigen land kan waarmaken. Vooral de varkenssector verkeert in moeilijk vaarwater, maar in een interview met VILT wou directeur-generaal Yvan Dejaegher niet doemdenken. Dat hij daarbij aanhaalt dat 80 procent van de varkenshouders zijn facturen nog altijd prompt betaalt, schiet bij een aantal producenten in het verkeerde keelgat. “Op basis van een enquête onder de eigen leden kan BEMEFA moeilijk een juist beeld van de situatie krijgen maar een verhouding communiceren van 80 goede tot 20 slechte betalers toont aan hoe wereldvreemd de veevoederindustrie zich gedraagt ten aanzien van varkensbedrijven. Nochtans bezoeken ze onze bedrijven dagelijks via hun vertegenwoordigers”, reageert Bart Vergote namens het Algemeen Boerensyndicaat.

Vorig jaar werd in De Tijd een heel onrustwekkend beeld geschetst van de varkenshouderij in Vlaanderen. De malaise zou zo groot zijn dat failliete varkensbedrijven dreigen veevoederfabrieken mee te sleuren in hun val. Daarop trok VILT naar BEMEFA, de Belgische beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten, voor een gesprek met directeur-generaal Yvan Dejaegher. Ondanks alle problemen in de dierlijke sectoren behoudt de veevoederindustrie volgens Dejaegher het vertrouwen in de toekomst. Hetgeen gezegd wordt over boeren – “de goede slagen erin om ook in moeilijke perioden winst te maken” – geldt naar verluidt ook voor de toeleveranciers.

Mocht de toelevering geen toekomst meer zien voor varkenshouderij in ons land, dan zou dat pas zorgen baren. Maar het interview dat VILT.be publiceerde met Yvan Dejaegher wekt aan producentenzijde de indruk dat de problemen geminimaliseerd worden. Bart Vergote, zelf varkenshouder en voorvechter van de producentenbelangen namens het Algemeen Boerensynicaat, uitte zijn ongenoegen net zoals enkele collega’s op Twitter. “Wereldvreemd”, zo serveert hij de uitspraak af als zou 80 procent van de varkenshouders geen moeite hebben met de betaling van de voederfacturen.

“Op een gesloten varkensbedrijf maakt het voeder 65 procent van de kosten uit. Mocht het waar zijn dat 80 procent van de varkenshouders zijn facturen prompt betaalt aan de voederleverancier, dan zou dat betekenen dat de sector totaal geen problemen kent”, verduidelijkt Vergote. “In iedere sector zijn er immers goede en slechte bedrijfsleiders actief en zolang alleen die laatste betalingsproblemen ervaren, kan je moeilijk van een sector in crisis spreken.” De realiteit op varkensbedrijven is volgens Vergote veel harder. “Wekelijks zijn er varkensbedrijven die de boeken neerleggen, en dan spreek ik nog niet van de bedrijven die in handen vallen van de voederleveranciers.”

Door de contacten met Boeren op een Kruispunt weten ze bij het Algemeen Boerensyndicaat dat zoveel varkenshouders aankloppen voor hulp dat het voor de vzw amper bij te benen is. Bart Vergote verwijst ook naar het Ketenoverleg vorige zomer, waar ook BEMEFA aanwezig was toen de FOD Economie de kostprijs voor productie van biggen en vleesvarkens kwam toelichten. De conclusie liet naar verluidt niets aan de verbeelding over. “Zelfs op de best presterende varkensbedrijven werden er verliezen geleden. Niemand die daaraan twijfelde zodat de uitspraken in het VILT-interview, nota bene van toeleveranciers die varkenshouders hun klanten noemen, veel weg hebben van een mes in de rug steken.”

Zoals steeds zullen de technisch best presterende varkenshouders en degenen die hun kosten het meest kunnen drukken het hoofd het langst boven water houden. Wanneer mag je je tot die elitegroep rekenen, vraagt Vergote zich af. “Moet je daarvoor 35 biggen per jaar produceren, of wordt dit de komende jaren 40 biggen? De crisis sleept al meer dan tien jaar aan zodat zwakke bedrijfsleiders en pechvogels al eerder uit de sector zijn verdwenen en er momenteel alleen nog ‘best presterende bedrijven’ overblijven.

Bij het Algemeen Boerensyndicaat bestrijden ze met klem dat de beste bedrijven nog winst maken. Wel is het zo dat de gemiddelde varkenshouder een vijftiger is zodat er nogal wat varkens gekweekt worden in afgeschreven stallen. De jonge generatie varkensboeren die recent of alleszins in de afgelopen 10 à 15 jaar investeerde, heeft het veel moeilijker. “Bij BEMEFA lijkt men te vergeten dat de varkenshouder van de toekomst niet de vijftiger van nu is. Als de fabrikanten nog voeder willen verkopen, dan zullen ze moeten beseffen dat jonge boeren steun verdienen om deze crisis te overleven. Uiteindelijk zijn we allen van elkaar afhankelijk: geen varkens, geen voeder, geen slachthuis. Iedereen in de keten moet financieel voordeel doen om te kunnen overleven.”

Van een ‘warme sanering’ in de varkenshouderij, zoals in de tijd van voormalig landbouwminister Vera Dua, is de veevoederindustrie geen voorstander. Het Algemeen Boerensyndicaat is daar wél vragende partij voor. “Tien jaar geleden kon een varkenshouder zonder opvolger bij zijn pensioen het bedrijf met meerwaarde verkopen. Dezer dagen staan er zodanig veel varkensbedrijven te koop dat je al blij mag zijn dat je het verkocht krijgt”, weet Vergote. “Voor al deze mensen vindt ABS het sociaal verantwoord om een warme sanering door te voeren, waarbij randvoorwaarden ervoor kunnen zorgen dat er in deze stallen geen varkens meer terechtkomen.”

Voor de blijvers in de varkenssector biedt dit geen oplossing, dat beseft Vergote maar al te goed, maar hij vermoedt voor hen positieve gevolgen van een dalend varkensaanbod. Die daling moet het resultaat zijn van de warme sanering waarvan hierboven sprake is in combinatie met een uitbreidingsstop bij de blijvers. Andere problemen worden parallel daarmee opgelost: de milieudruk door uitspoeling van nitraat en luchtemissies van ammoniak, de hoge kostprijs van mestafzet en -verwerking, de grootscheepse invoer van soja, enz. Bij ABS rekenen ze er niet op dat BEMEFA deze kar helpt duwen “want net zoals de slachthuizen willen de veevoederfabrikanten het aantal varkens in Vlaanderen niet zien dalen want hun productiecapaciteit is hierop gebaseerd”.

Bart Vergote doet een oproep om de violen gelijk te stemmen tussen de verschillende schakels in de varkensketen. “Dat is nodig om de zwaarste crisis ooit in de sector te bezweren. We moeten samenwerken in plaats van elkaar blaasjes wijs te maken want dat zorgt alleen voor frustraties en helpt niemand vooruit. De oplossing zal niet alleen in Vlaanderen gezocht moeten worden. Met een zelfvoorzieningsgraad van 235 procent bestaat een uitweg uit de crisis gedeeltelijk uit export van varkensvlees. Maar dan wel export die meerwaarde oplevert voor alle partijen en dat kan alleen door alle partijen toegang te geven tot marktinformatie en met elkaar in overleg te gaan. Het is broodnodig nu.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via