nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

10.11.2017 Regionaal onevenwicht nutriëntencyclus van alle tijden

Anno 2017 kampt onze regio met een flink mestoverschot, maar voor de exponentiële groei van onze intensieve veehouderij was eerder het omgekeerde waar. Bovendien klopt ook het beeld van een perfecte symbiose tussen de nutriëntencycli in de stad en op het platteland maar deels. In het Vlaanderen van de achttiende eeuw bijvoorbeeld werd in sommige streken intensief bemest, terwijl dat in andere streken helemaal niet het geval was. Dat vlooide landbouwhistoricus Pieter De Graef uit, onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen. 

Extra plantenvoeding in de vorm van nutriënten afkomstig uit stedelijke beerputten was voor landbouwers uit het achttiende-eeuwse Vlaanderen van goudwaarde om hun oogst een duw in de rug te geven. Maar het beeld dat die stedelijke nutriëntenstromen voor een circulaire economie in evenwicht zorgden klopt niet, aldus onderzoeker Pieter De Graef (UAntwerpen) die er een artikel over publiceerde in het Journal for the History of Environment and Society.

Uit zijn onderzoek blijkt dat er tot op een zeker niveau wel degelijk sprake was van een harmonie, maar dat de verdeling van de nutriëntenstromen zeer ongelijk was. “De grootschalige kustlandbouw die de bulk van het stedelijke graan leverde, maakte een kosten-batenafweging van mestgebruik en arbeidskosten en vroeg veel minder stadsbeer terug dan de kleine “keuterboeren” uit binnen-Vlaanderen”, aldus De Graef. “Concreet gaat het om de Kust- en Scheldepolders enerzijds en het platteland in de driehoeken Kortrijk-Brugge-Oudenaarde en Oudenaarde-Aalst-Gent anderzijds.”

Vanwaar dat verschil? “De kleinere boeren uit het Vlaamse binnenland teelden vaak ook vlas, en om de productie op hun vaak heel kleine bedrijfsareaaltjes op te drijven waren ze quasi afhankelijk van stedelijke mest”, aldus De Graef. “De mest afkomstig uit de stedelijke beerputten drong met zijn vloeibare drijfmest-achtige structuur immesr sneller in de bodem en was dus uiterst geschikt voor een gewas als vlas dat veel minder lang op het veld staat dan bijvoorbeeld wintergraan.”

“Dat resulteerde in een ongelijke verdeling van nutriëntenstromen en nuanceert het soms geschetste ideaalbeeld toch wel”, concludeert De Graef, die zijn onderzoeksdata haalde uit schattingsdocumenten die opgemaakt werden bij boedelbeschrijvingen. Hoe kijkt de onderzoeker tenslotte naar de huidige situatie? “Als je naar de kringlopen van vandaag kijkt, stel je vast dat de voedselproductie zodanig geglobaliseerd is dat de nutriëntencyclus op globaal niveau grondig uit evenwicht is.” 

Lees het volledige artikel hier

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via