nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.12.2017 Rekenkamer verwacht meer van vergroening landbouwbeleid

Door de vorige beleidshervorming wordt 30 procent van de inkomenssteun aan landbouwers uitbetaald als een vergoeding voor de (verplichte) inspanningen die ze leveren in het kader van de vergroening. De landbouworganisaties vinden de inspanningen niet min, de natuurorganisaties vinden ze daarentegen weinig voorstellen. Nu heeft de Europese Rekenkamer zich er over gebogen en het auditverslag is kritisch van toon: “De vergroeningspremie leidt waarschijnlijk niet tot aanzienlijk betere milieu- en klimaatprestaties van het landbouwbeleid. Slechts op ongeveer vijf procent van de landbouwgrond leidde de vergroening tot andere landbouwpraktijken.” Ook de complexiteit ervan wordt als pijnpunt aangemerkt.

Na de jongste hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die ingezet werd in 2013 maar pas zijn volle uitwerking kende in 2015, bleven land- en tuinbouwers inkomenssteun ontvangen in de vorm van hectaresteun. De grootste wijziging was dat 30 procent daarvan gekoppeld werd aan drie vergroeningsvoorwaarden: behoud van blijvend grasland, gewasdiversificatie en vijf procent van het bouwland inrichten als ecologisch aandachtsgebied. Dat kan door groenbedekkers of eiwithoudende gewassen te zaaien, maar bijvoorbeeld ook door het onderhoud van hagen en andere kleine landschapselementen. Jaarlijks geeft de EU 12 miljard euro per jaar uit aan de nieuwe vergroeningspremie.

Wie het nieuwe verslag van de Europese Rekenkamer leest, krijgt de indruk dat de vergroening de uitbetaling van inkomenssteun een pak complexer maakt maar weinig milieuverbetering met zich meebrengt. De vergroeningspremie was bedoeld om landbouwers te belonen voor hun positieve impact op het milieu die anders niet door de markt zou worden beloond. Het is de enige rechtstreekse betaling uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) waarvan de belangrijkste doelstelling niet het landbouwinkomen maar het milieu is.

Om de effectiviteit daarvan na te gaan, gingen de auditeurs van de Europese Rekenkamer op visite bij de landbouwadministraties in vijf lidstaten: Griekenland, Spanje (Castilië en León), Frankrijk (Aquitanië en Nord-Pas-de-Calais), Nederland en Polen. Ze komen tot de conclusie dat de vergroening in wezen een inkomenssteunregeling blijft. “Vergroening, zoals die momenteel wordt uitgevoerd, zal waarschijnlijk niet bijdragen tot een aanzienlijke verbetering van de milieu- en klimaatprestaties van het GLB”, zegt de verantwoordelijke voor de audit.

De auditeurs stelden vast dat de Europese Commissie geen volledige interventielogica voor vergroeningsbetalingen had ontwikkeld. Evenmin legde zij duidelijke, voldoende ambitieuze milieustreefdoelen vast die met vergroening moesten worden bereikt. Verder wordt de begrotingstoewijzing voor vergroening niet gerechtvaardigd door de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van het beleid. Ze stelden eveneens vast dat vergroening waarschijnlijk geen substantiële voordelen voor het milieu en klimaat zou opleveren, met name omdat een aanzienlijk deel van de gesubsidieerde praktijken ook zonder de betaling zouden zijn gevolgd. In feite is dat de voornaamste kritiek: slechts op ongeveer vijf procent van de landbouwgrond in de EU leidde de vergroening tot een gedragsverandering bij de boer.

De magere resultaten wegen volgens de Europese Rekenkamer niet op tegen de complexe regeltjes die de vergroening aan het GLB toevoegt. Dit is deels het gevolg van overlappingen tussen de vergroening en andere GLB-milieuvereisten. Het staat nu al vast dat vergroening een belangrijk deel zal blijven uitmaken van de volgende beleidshervorming voor de periode na 2020. Daarom doet de Rekenkamer een resem aanbevelingen. Zo zouden landbouwers alleen toegang mogen krijgen tot inkomenssteun indien ze voldoen aan een reeks basismilieunormen. Sancties voor niet-naleving zouden voldoende afschrikkend moeten zijn.

Om werkelijk te beantwoorden aan milieu- en klimaatdoelen, moeten de beleidsmakers voor de volgende vergroening streefdoelen formuleren en er centen voor uittrekken die in verhouding staan tot de kosten die landbouwers maken en de inkomsten die ze mislopen. Ook kan er volgens de Rekenkamer enkel betaald worden voor prestaties die verder gaan dan de basismilieuvereisten. Bij de introductie van de vergroening kregen de lidstaten een keuzepallet aan opties zodat de uitvoering op het terrein zou stroken met de eigenheid van het platteland. De Rekenkamer zou graag zien dat de lidstaten in de toekomst aantonen dat de door hen geselecteerde opties doeltreffend en doelmatig zijn voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen.

Bij middenveldorganisaties roept de vergroening van het Europees landbouwbeleid tegengestelde reacties op. De landbouworganisaties beseffen dat extra milieu-inspanningen nodig zijn voor het maatschappelijk draagvlak van inkomenssteun aan de landbouw. Maar ze zijn ongelukkig over de complexiteit van de vergroeningsmaatregelen en het productieverlies dat ermee gepaard gaat op in Vlaanderen duur betaalde landbouwgrond.

Voor de milieu- en natuurbeweging is de huidige invulling van de vergroening vaak nog te productief en te weinig op milieuvoordelen gericht. Zij vinden het bijvoorbeeld geen fijne vaststelling dat groenbedekkers een bijzonder populaire invulling zijn van het ecologisch aandachtsgebied. Mengsels van gele mosterd, bladrammenas of zonnebloemen ogen fraai wanneer ze in het najaar in bloei komen, maar Natuurpunt en co vinden de milieuvoordelen overroepen. Zij zouden liever zien dat boeren zorg dragen voor kleine landschapselementen, extensievere landbouwsystemen zoals agroforestry omarmen, eiwithoudende gewassen telen zonder het gebruik van mest- en sproeistoffen, enz.

"De vergroeningssteun gaat over miljarden aan belastinggeld waar bitter weinig tegenover staat dat heilzaam is voor milieu en klimaat. Dat was niet de bedoeling en de Europese Rekenkamer maakt hier dus terecht een punt van”, reageert Freek Verdonckt, beleidsmedewerker Landbouw bij Natuurpunt, op het auditverslag. De natuurvereniging vraagt de Europese Commissie en de Belgische en Vlaamse landbouwminister om de conclusies ter harte te nemen in het politiek debat over de GLB-hervorming. Verdonckt: “Dat moet nu fundamenteel anders. Want als Vlaanderen en Europa bij haar burgers een draagvlak wil voor landbouwsubsidies, dan zal dat in de toekomst niet meer lukken met platte hectaresteun en een pot groene verf. Het blijft daarnaast cruciaal dat het nieuwe GLB mechanismen inroept die er voor zorgen dat boeren opnieuw hun boterham kunnen verdienen met wat ze produceren. Als dat niet zo is, zal men groene subsidies als pasmunt blijven gebruiken.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via