nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Weergoden en marktgrillen maken het de boer moeilijk in 2016
10.10.2016  Rendabiliteit landbouw evolueert in ongunstige zin

Een jaar om snel te vergeten dat bij Vlaamse land- en tuinbouwers toch nog lang zal nazinderen. Zo kondigde Boerenbond zijn resultatenraming voor het jaar 2016 aan. Nu de aardappelen niet gerooid kunnen worden omdat malse regen uitblijft, zou je haast vergeten dat grote delen van Vlaanderen dit voorjaar verzopen. Plaatselijk viel in enkele uren tijd de neerslag die je normaal gedurende een maand mag verwachten. Terwijl de aardappelen, maïs en groenten stonden te verpieteren op het veld viel er in de stal evenmin geld te verdienen. Het woord prijsdruk vat de situatie in pluimvee- en vleesveehouderij perfect samen. In de melkvee- en varkenshouderij sneed de crisis nog dieper. De prijs zakte zo diep weg dat ‘uitval van het aanbod’ onvermijdelijk was. Dat heeft beide markten weer wat zuurstof gegeven, al moeten melkveehouders nog even geduld uitoefenen om dat te merken in hun afrekening van het melkgeld. De volatiliteit van de markt blijft moeilijk verteerbaar op bedrijfsniveau. Erger nog is dat het gemiddelde van al die pieken en dalen aantoont dat de marge van de boer verschrompelt. Tien jaar geleden kon er 146 euro omzet gerealiseerd worden door 100 euro kosten te maken. Boerenbond becijferde dat dit anno 2016 gedaald is naar 122 euro omzet.

2016 is een jaar dat landbouwers nog lang zal bijblijven. In mei en juni zagen ze hun voorjaarswerk verknoeid worden door de overvloedige regenval. Met de spade werden greppels gegraven om het overtollige water van de velden te laten. Drie maanden later snakken de landbouwgewassen naar een beetje vocht want op veel plaatsen in Vlaanderen heeft het sinds half augustus nauwelijks nog geregend. Daardoor verdween de armtierige kuilmaïs veel vroeger dan verwacht van het veld. Ondertussen is het zo droog dat de hard opgedroogde en kluiterige bodem de oogst van een aantal gewassen bemoeilijkt. Vooral aardappeltelers worden zenuwachtig aangezien de weersvoorspellingen geen regen van betekenis in het vooruitzicht stellen tijdens de eerste helft van oktober.

Als het tegenzit, dan loopt het meteen goed mis. 2016 was bijvoorbeeld ook het jaar waarin melkveehouders onzacht kennis hebben gemaakt met de bodem van de zuivelmarkt, varkenshouders inschatten hoe diep de financiële put is die de crisis naliet, pluimveehouders de positieve marktstemming zagen omslaan, bietentelers het niet eens geraakten met de suikerfabriek over de leveringsvoorwaarden na het verdwijnen van de quota, siertelers ’s nachts wakker lagen van de gevolgen van de Brexit, enz. Verbaasd zijn we daarom niet wanneer Boerenbond prognosticeert dat de omzet in de Vlaamse landbouw voor het derde jaar op rij daalt. In 2016 genereert de Vlaamse land- en tuinbouw nog een omzet van 5,1 miljard euro. Zowel in de dierlijke als de plantaardige productie schommelt de omzetdaling rond de vijf procent. De veehouderij vertegenwoordigt 60 procent van de productiewaarde.

boerenprotest.geVILT.jpg

Op basis van de areaal-, productie- en slachtcijfers van de eerste acht maanden van het jaar tracht Boerenbond na de zomer de rekening te maken van het lopende jaar. De landbouworganisatie doet dat voor iedere deelsector afzonderlijk aangezien een gemiddelde voor ‘de Vlaamse boerderij’ weinig zegt. Of toch, want de globale omzetdaling met vijf procent doet vermoeden dat de klad er in de meeste bedrijfstakken in zit.

2016 is een slag in het water voor akkerbouwers
Akkerbouw is één van die deelsectoren waar het niet goed is, getuige de omzetdaling van 7,6 procent. In areaal uitgedrukt zijn de granen nog steeds een belangrijke teelt, maar qua saldo zijn ze het zwakke broertje. Dat is zeker dit jaar het geval, want niet alleen is de wereldmarktprijs bijzonder laag, ook de opbrengsten waren zonder meer teleurstellend. De granen kleurden grauw in mei en juni door de vele regen, wat tot gevolg had dat de opbrengst van tarwe 30 procent lager lag dan in het goede graanjaar 2015. Voor gerst wordt de gemiddelde opbrengstdaling zelfs op 40 procent geschat.

wateroverlast.graan_geVILT.jpg

Suikerbieten zijn van oudsher een belangrijke steunpillaar onder een akkerbouwbedrijf. Het einde van het suikerquotum legt echter een bom onder de financiële zekerheid die de bietenteelt bood. De onderhandelingen tussen de Tiense suikerfabriek en haar leveranciers slepen al maandenlang aan. Het vooruitzicht op een meer volatiele Europese suikermarkt die onderhevig is aan de grillen van de wereldmarkt boezemt alle partijen angst in. Dit jaar genieten telers en verwerkers nog de bescherming van het oude regime. Het zal dus niet zozeer de prijs zijn die tegenvalt, maar wel de opbrengst. Op meer dan 70 à 72 ton bieten per hectare mag een akkerbouwer dit jaar niet hopen. Voor cichorei is de verwachte opbrengstdaling minder groot en bleven de contractprijzen ongewijzigd. Voor het nieuwe seizoen zet verwerker Beneo-Orafti uit Oreye druk op de prijs in de wetenschap dat er weinig rendabele alternatieven zijn nu de graanprijs zo laag is. Dat soort misbruik van de malaise in andere teelten zien ze bij Boerenbond niet graag gebeuren.

Als een akkerbouwer zijn boterham niet kan verdienen met granen en suikerbieten, waarmee dan wel? De aardappelteelt wint almaar aan belang, getuige het 15 procent grotere areaal dit jaar. In de opbrengstprognoses is van die areaaluitbreiding niets te merken als gevolg van de wateroverlast in het voorjaar. In plaats van meer zullen er naar schatting 5,5 procent minder aardappelen geoogst worden, tenminste als het eindelijk wil beginnen regenen want de aardappelruggen zijn nu zo hard als beton. Door het stilvallen van de aanvoer worden verwerkers nerveus en stijgt de prijs, maar als niemand kan rooien heeft een boer daar weinig aan. Bovendien wordt 60 procent van de Vlaamse aardappelproductie op contract geteeld, aan een vooraf afgesproken prijs. François Huyghe, economisch adviseur bij Boerenbond, ziet één lichtpuntje in de akkerbouw en dat is vlas. De export van de vlasvezels naar China verloopt vlot en dat ondersteunt de prijs van vlas.

Omzet groenten daalt met bijna twee procent
De volumes en prijzen van de verhandelde groenten in de eerste acht maanden van 2016 wijzen op een omzetdaling voor groenten met circa twee procent. De aanvoer van verse groenten op de veilingen steeg, uitgezonderd voor bloemkolen. Gemiddeld was er een lichte prijsdaling, wat vooral toe te schrijven is aan de 32 procent lagere prijs van sla. Prei en bloemkolen werden daarentegen beter vergoed. De globale omzet van de glasgroenten ligt in de lijn van vorig jaar. Iets kleinere volumes worden gecompenseerd door iets betere prijzen. Het gemiddelde verbergt volgens François Huyghe een wisselend prijsbeeld bij de verschillende groenten. Hij herinnert zich dat tomaten het dit voorjaar niet goed deden als gevolg van de Rusland-boycot en de import vanuit Spanje. Het Spaanse tomatenseizoen duurde langer dan in 2015 zodat de zuiderse tomaten dit voorjaar het lokale product langer beconcurreerden.

wortel.wateroverlast_geVILT.jpg

Industriegroenten is een meer eenduidig verhaal, spijtig genoeg eenduidig slecht. Een voorjaar met overvloedige neerslag en een najaar waarin het maar niet wil regenen, scheppen slechte groeicondities voor tere gewassen zoals spinazie, erwten en wortelen. In alle teelten, bijvoorbeeld ook in bloemkool en spruitkool, zijn er aanzienlijke opbrengstdervingen (-10 tot -35%). Sommige spinaziepercelen werden dit voorjaar afgeschreven omdat ze niet berijdbaar en dus niet te oogsten waren. Een teler verbindt zich ten aanzien van de diepvriesgroente-industrie tot een bepaalde hoeveelheid zodat beide partijen het er nu over eens moeten geraken dat dit een geval van overmacht is.

Teelten met hoge toegevoegde waarde delen in de klappen
De ramingen voor de appel- en perenoogst wijzen op een kleinere opbrengst. Het dieptepunt van de ongunstige weeromstandigheden was de storm van 23 juni die grote delen van Zuid-Limburg en het oosten van Vlaams-Brabant teisterde. De appeloogst wordt op 233 miljoen kilo geraamd, of 18 procent kleiner dan in 2015. De totale perenoogst zal naar schatting 332 miljoen kilo bedragen, wat ruim 10 procent minder is. Voor de Rusland-boycot wisten fruittelers dat hun dure peren de magere appelprijs wel zouden compenseren, maar in de eerste acht maanden van 2016 lag de perenprijs bijna een kwart lager dan het jaar voordien. Het wegvallen van de Russische markt treft de perenteelt in eigen regio rechtstreeks want één op de drie Belgische peren vond daar tot voor kort een koper. Op de appelteelt is er indirect een impact. Poolse appels overspoelen de Europese markt omdat ook de Poolse fruittelers op zoek zijn naar alternatieven voor Rusland.

sierteelt_Herplant.geVILT.jpg

In de sierteelt genieten snijbloementelers (eindelijk) van betere prijzen (+10%) en stegen groene en bloeiende kamerplanten gemiddeld vier procent in prijs. Toch is de stemming onder telers overwegend negatief en dat heeft twee oorzaken. Enerzijds zorgt de Brexit voor veel onzekerheid want het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke afzetmarkt. Nu reeds verloopt de afzet stroef als gevolg van de verzwakking van de Britse pond. Anderzijds zit de klad in de boomkwekerij, terwijl dat net de subsector is die de helft van de productiewaarde in de sierteelt realiseert. De gezamenlijke omzet van boomkwekers daalde met vijf procent. De sector ondervindt al enkele jaren de gevolgen van de besparingen op openbaar groen. In de laanboomsector is de omzetdaling gemiddeld groter. Bosboomkwekers zijn er het slechtst aan toe want zij zien hun omzet circa 10 procent dalen.

Prijsdalingen doen ook de dierlijke sectoren de das om
Lage graanprijzen zijn een domper voor akkerbouwers maar een meevaller voor veehouders die krachtvoeder moeten aankopen. In het verleden was een slecht jaar voor de akkerbouw daarom vaak een goed jaar voor de veehouderij, en omgekeerd. Veehouders zullen het niet graag horen maar 2016 breekt met die logica. Veevoeder is bijna vijf procent in prijs gedaald tijdens de eerste acht maanden van 2016 maar dit weegt niet op tegen de slechte prijzen voor melk en vlees. Aangekochte veevoeders maken overigens 48 procent van de directe kosten op een Vlaamse boerderij uit, de aan medewerkers uitbetaalde lonen inbegrepen. Andere belangrijke kostenposten zijn lonen, energie, zaai- en pootgoed, onderhoud en herstellingen, de veearts, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest.

melkvee_geVILT.jpg

Terug naar de vraag wat er dit jaar verdiend wordt in de dierlijke sectoren. In de melkveehouderij is het antwoord weinig tot niets. De omzet daalde 8,8 procent onder invloed van de scherpe melkprijsdaling en de rendabiliteit gleed in de loop van 2016 af naar het laagste niveau in meer dan tien jaar. De Vlaamse melkplas groeide met 7,2 procent, anders zou de omzetdaling nog groter geweest zijn. Volgens hoofdbestuurslid Guy Vandepoel vindt de huidige crisis zijn gelijke niet in de crisis van 2009. Op het dieptepunt wist minder dan tien procent van de melkveehouders zijn kritische opbrengstprijs nog gedekt. Dat is de melkprijs die ze nodig hebben om al hun uitgaven te kunnen betalen. Vandepoel merkt op dat je de huidige crisis niet volledig in de schoenen mag schuiven van de afschaffing van het melkquotum in Europa, net zoals het quotum de melkveehouders niet kon beschermen in 2009. “De wereldmarkt voor zuivel zal steeds meer impact hebben op de Vlaamse melkveehouderij. We zullen moeten leren omgaan met die volatiliteit.”

Melkveehouders lijken zich nu makkelijker in hun lot te schikken terwijl er zeven jaar geleden melk werd uitgereden met beervaten. Schijn bedriegt, want de financiële cijfers zijn een betere indicator voor de ernst van een crisis, en die staan allemaal in het rood. Heel de sector klampt zich dan ook vast aan de meer gunstige voortekenen op de zuivelmarkt. Men leeft op hoop nu de boter- en kaasprijzen stijgen. Bovendien komt de prijs van melkpoeder los van het interventieniveau. Op Europees niveau zal de door Europa gesubsidieerde productiebeperking het marktevenwicht bevorderen. In Vlaanderen tekenden 738 melkveehouders in op het melkreductieprogramma, wat normaal gezien goed moet zijn voor 15 miljoen liter melk minder in drie maanden tijd. Een kanttekening die Boerenbond maakt bij de gunstige vooruitzichten is de tegenvallende ruwvoederoogst die melkveehouders zal verplichten om maïs aan te kopen.

maisoogst_LoonwerkBroeckx_geVILT.jpg

De prijsevolutie op de zuivelmarkt is er de jongste jaren één van ups en downs. Varkenshouders hebben vooral moeten leren leven met laagconjunctuur. Na jaren van crisis vertaalde zich dat eindelijk in een daling van de varkensstapel: min vier procent in de eerste helft van het jaar. De prijs trekt sinds mei weer aan, maar in de cijfers van de eerste acht maanden van 2016 is dat nog niet te merken. De omzet daalt met 4,6 procent. Gelet op het rustige vaarwater waarin de sector nu verkeert, spreekt Boerenbond van een pril marktherstel, “mogelijk het begin van een structureel herstel”. Hoog van de toren blazen is er niet bij want de varkensmarkt is zo hyper-concurrentieel dat iets hogere varkensprijzen in Europa al meteen de concurrentiepositie ten opzichte van de VS kunnen verzwakken. De sector leeft bij gratie van export.

In de vleesveehouderij lijkt het even geleden dat van een echte crisis sprake was, maar vergis je niet. De kosten zijn zo dicht naar de opbrengsten gekropen dat er nauwelijks nog wat verdiend wordt. De omzet daalde 3,6 procent ondanks een productiestijging van rund- en kalfsvlees met 4,2 procent. Het zijn niet de gespecialiseerde zoogkoeienhouders die verantwoordelijk zijn voor de grotere productie van rundvlees. De groei zit hem in het aantal geslachte vleeskalveren en reforme melkkoeien als gevolg van de toename van de melkveestapel. De prijzen van vleeskalveren daalden in de eerste acht maanden met twee procent, die van volwassen runderen met 7,5 procent. Voor mooie ‘dikbillen’ was de prijsdaling beperkter.

Uit de pluimveehouderij bereikte ons eind vorig jaar het geluid dat er door de gunstige conjunctuur veel animo was om nieuwe braadkippenstallen op te trekken. Inmiddels zal iedereen wel weer met beide voeten op de grond staan want de prijs daalde met 4,7 procent in de eerste acht maanden van 2016. De omzet steeg wel met ruim een procentje als gevolg van de productiestijging (+6,4% eerste jaarhelft). In de leghennenhouderij bleef de eierproductie ongeveer gelijk. De prijs daalde sterk (-17,1%) zodat de omzetdaling van dezelfde grootteorde is. 2015 was voor de leghennenhouderij een goed jaar omdat de toegenomen eierproductie in de EU toen opgevangen werd door export naar de Verenigde Staten. Daar was een groot tekort aan eieren ontstaan als gevolg van een zware uitbraak van vogelgriep. Sinds begin dit jaar is de productie er terug op peil. Ook de export naar het Midden-Oosten staat onder druk.

Kostprijs daalt maar trend op lange termijn is stijgend
Belangrijker dan de omzet is de marge die land- en tuinbouwers overhouden. Waar de omzet de voorbije tien jaar met bijna negen procent toenam, noteert de sector een stijging van de directe kosten (dus exclusief eigen arbeid en vaste kosten) met maar liefst 30 procent! Gestegen kosten doorrekenen, blijft dus de achilleshiel van de landbouw en dat zet de marge in de sector gevoelig onder druk. Economisch adviseur François Huyghe rekent voor: “Met 100 euro directe kosten werd in 2006 nog een omzet gerealiseerd van 146 euro. In 2016 is dat gedaald naar een omzet van 122 euro. Bovendien stellen we vast dat de marges in de sector de voorbije tien jaar bijzonder volatiel zijn geworden.”

voedselprijs.tractorRoza_geVILT.jpg

Op de middellange termijn ziet een boer zijn kosten almaar stijgen, maar 2016 liet hem wat dat betreft even naar adem happen. Het veevoeder werd goedkoper (zie hierboven), net zoals energie (-13%) en daarmee samenhangend de meststoffen (-12%). Opvallend is wel dat elektriciteit duurder werd, wat Boerenbond wijt aan diverse heffingen en stijgende nettarieven. Ook vermeldenswaardig is dat 42 procent van de energiekost op de rekening van de gasfactuur komt.

Zaai- en pootgoed werd 4,3 procent duurder en de personeelskosten zullen door de inflatie met twee procent stijgen. “Een voorzichtige raming”, aldus Huyghe, “want de meeste tewerkstelling vindt pas in het derde kwartaal plaats.” In het najaar piekt namelijk de arbeidsbehoefte in de tuinbouw. Op tuinbouwbedrijven kunnen lonen 30 procent van de totale kosten uitmaken. De totale loonmassa van de Vlaamse land- en tuinbouw bedraagt om en bij de 400 miljoen euro, een bedrag dat ieder jaar nog stijgt. In zijn globaliteit dalen de directe kosten in 2016 met naar schatting 2,5 procent.

Rendabiliteitsbarometer staat op onweer
Om de eigen leden financieel beter te kunnen begeleiden, stelt Boerenbond voortaan elk kwartaal een rendabiliteitsbarometer op voor de verschillende deelsectoren. Bij deze berekening wordt de impact van de belangrijkste opbrengsten en kosten gesimuleerd in een standaard type bedrijf. Het gaat om tien variabelen die bijvoorbeeld een melkveehouder kan aanpassen aan de technische kengetallen van het eigen bedrijf. Zo wordt een individuele benchmarking ten opzichte van een ‘modelbedrijf’ mogelijk.

Deze tool past in de plannen van Boerenbond rond ‘Slimmer boeren met cijfers’. Hoofdbestuurslid Guy Vandepoel vat het kernachtig samen: “Niet groter, groter, grootst maar wel goed, beter, best.” Bij het maken van plannen moet een landbouwer zich volgens Vandepoel afvragen of het zijn bedrijf robuuster of net kwetsbaarder maakt. Een landbouwer moet weten waar hij staat. En liefst weet hij dat tijdig zodat er snel bijgestuurd kan worden, wat in het verleden niet mogelijk was op basis van een boekhouding die altijd een inkomstenjaar achterop hinkt.

varkensbedrijf.geVILT.jpg

Voor vier grote sectoren heeft Boerenbond de oefening met de rendabiliteitsbarometer al gemaakt: akkerbouw, melkvee, vleesvee en varkens. Voor de andere deelsectoren is een gelijkaardige barometer in de maak, belooft de landbouworganisatie. Met het vijfjarig gemiddelde (2012-2016) als referentie blijft de rendabiliteit van akkerbouw dit jaar steken op 60 procent, melkvee op 58 procent, vleesvee op 95 procent en varkens (gesloten bedrijven) op 91 procent dankzij de recente heropleving. Vleesvarkensbedrijven doen het barometergewijs beter dan gesloten en zeugenbedrijven aangezien zij konden profiteren van de lage biggenprijs en de verbeterde vleesvarkensprijs. In de varkenshouderij is nood aan een langere periode met betere prijzen om opgelopen achterstallen weg te werken en opnieuw een financiële buffer aan te leggen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Herplant / Loonwerk Broeckx

Volg VILT ook via