nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.04.2017 Resistente amarant teistert Amerikaanse maïsteelt

Steeds meer Amerikaanse akkerbouwers ondervinden hinder van woekerende amarant dat vanuit natuurgebieden makkelijk zijn weg vindt naar nabijgelegen maïspercelen. Vooral in de staat Iowa, die goed is voor 20 procent van de Amerikaanse maïsproductie, tiert de amarant welig. Dat feit op zich zou weinig akkerbouwers zorgen baren, ware het niet dat de amarant door het veelvuldige gebruik van Roundup resistent is geworden tegen glyfosaat.

‘Palmer amarant’ of Amaranthus Palmeri, een variant van het eenjarige, kruidachtige amarantgeslacht, is steeds vaker het gespreksonderwerp onder ongeruste Amerikaanse akkerbouwers. Vooral in de noordoostelijke staat Iowa vormt het onkruid een steeds grotere bedreiging voor de maïsteelt. Sommige soorten amarant worden in Azië, Afrika, maar ook steeds meer in Europa gecultiveerd als groente. Bij ons wordt de plant wel eens gebruikt als graanvervanger in een glutenvrij dieet. Andere varianten komen in Noordwest-Europa dan weer voor als tuinplant of wilde plant.

In de getroffen gebieden zijn verschillende natuurgebieden gelegen waar de amarant welig tiert. Het Amerikaanse landbouwministerie USDA heeft een programma dat landbouwgrond omzet in natuurgebied. Het Conservation Reserve Program betaalt boeren om bodemerosie tegen te gaan en het leefgebied voor bedreigde diersoorten te vergroten. Maar het beleid heeft een keerzijde voor de akkerbouwers. In de jonge natuurgebieden is een wilde variant van amarant aan een stevige opmars bezig. Probleem? Het plantje is door het veelvuldige gebruik van glyfosaat resistent geworden tegen het middel, waardoor het zich niet enkel ongestuurd verspreid in de natuurgebieden, maar het zaad zich ook steeds makkelijker verspreid naar omliggende akkers.

Het Amerikaanse landbouwministerie neemt het fenomeen serieus en schat dat amarant in het slechtste geval de opbrengst op maïspercelen met 91 procent kan drukken als het niet wordt bestreden. Amarant is voor het eerst aangetroffen in Iowa in 2013. De Universiteit van Arkansas voerde in 2014 een onderzoek uit naar de schadelijkheid van glyfosaatresistente amarant. Binnen drie jaar kan het onkruid de teelt van een gewas onmogelijk maken, zo klonk de onrustwekkende conclusie.

Onderzoekers legden in het midden van een gebied van 2,5 vierkante kilometer 20.000 zaden van glyfosaatresistent amarant in een perceel transgene katoen. Er werd alleen een onkruidbestrijding uitgevoerd met een glyfosaathoudend middel en er werd niet geschoffeld. De amarant had zich na één groeiseizoen 114 meter verspreid. In het tweede jaar dook het op in 20 procent van het onderzoeksgebied. In het derde jaar was op veel plekken de katoenteelt niet meer mogelijk, omdat de velden overwoekerd waren met amarant.

Door de lage graanprijzen is de populariteit van het Conservation Reserve Program bij Amerikaanse boeren flink gestegen. Het programma wordt uitgevoerd door de Natural Resources Conservation Service (NRCS) and the Farm Service Agency (FSA), beide onderdeel van landbouwministerie USDA. Volgens het NRCS waren de zaadmengsels die boeren gebruiken om hun akkers om te zetten in natuurgebied “vervuild” met amarantzaad. Boeren bevestigen dat omdat het onkruid gelijkmatig verspreid voorkomt op de natuurakkers en niet pleksgewijs. Om die reden zeggen NRCS en FDA zich niet verantwoordelijk te voelen, omdat de oorzaak dus niet de verspreiding in natuurgebieden is, maar het gebruik van goede zaadmengsels. 

Bron: Reuters

Beeld: Superior Ag Resources/Tom Sinnot

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via