nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

21.04.2017 Rijmt schaalvergroting met biolandbouw?

De consument kiest steeds vaker voor bio, en dus is bio voor steeds meer land- en tuinbouwers een interessant alternatief voor de volatiele ‘gangbare’ markten. Bij bio-eieren is de opmars bovengemiddeld sterk: 14 procent van alle verkochte eieren is bio, waar dat een jaar geleden nog maar 10,5 procent was. Meer bio-eieren betekenen meer biokippen en dus ook meer en grotere bio-stallen, een evolutie die niet elke buurman toejuicht. En steeds minder rijmt met de idealen achter biologische landbouw? 

Net zoals in Bierbeek, waar het Natuurpunt is dat de vergunning van een nieuwe biokippenstal aanvecht, duiken er op verschillende plaatsen in Vlaanderen gevallen op waarbij biologische veehouders op tegenstand van de buren botsen bij het ontvouwen van de plannen voor de bouw van een nieuwe stal. Een meer dan bekende problematiek bij gangbare veehouders, maar voor de kleine biologische sector is het redelijk nieuw.

Omdat de wetgever er vanuit gaat dat het bij biologische landbouw vaak om eerder kleinschalige bedrijven gaat waar dure installaties voor luchtzuivering onnodig zijn en ook onbetaalbaar, zijn de bouwvoorschriften voor biostallen dan ook minder streng dan die voor de industriële pluimveehouderij. “Maar steeds meer is het voor sommige boeren een manier aan het worden om met weinig investeringen veel geld te verdienen”, aldus Hilde Derudder, die protest heeft aangetekend tegen de bouw van een legkippenstal voor 9.000 dieren in Oudenaarde.

“In Wallonië is het al langer bezig: daar is bio een grote rage en een reddingsboei voor wanhopige boeren die hun familiebedrijf proberen te redden”, aldus professor Marjolein Visser (ULB Brussel). “Als ze een weide hebben en een grote hangar, kunnen ze biokippen houden. Maar kippen zijn niet automatisch beter met die weide, zeker als er geen bomen of struiken op staan ter beschutting. Dan blijft de weide grotendeels onbenut en krijg je bio-eieren van kippen die hun dagen toch weer binnen slijten.”

“Zo wordt biolandbouw steeds industriëler”, aldus Visser. “We zien het ook in de Waalse akkerbouw: grote landeigenaars vangen op dat er geld te verdienen valt met bio, ze halen hun gronden uit de pacht, trommelen loonwerkers en gastarbeiders op, laten zware machines aanrukken en meststoffen die desnoods van de andere kant van de wereld komen. En zo is er ook veel lobbywerk om toch wat meer bestrijdingsmiddelen te mogen gebruiken, of hier en daar een dierenwelzijnsnorm wat te versoepelen. Het is een beetje beter dan de conventionele aanpak, maar het is niet hoe biolandbouw was bedoeld.”

“We zien inderdaad geen heil in schaalvergroting”, reageert Sabrina Proserpio van sectororganisatie Bioforum. “En we zijn er zeker geen voorstander van dat de biologische principes afgezwakt worden. Als het aan ons ligt, wordt het aantal legkippen op een biobedrijf wettelijk begrensd, zoals dat nu al voor biologische vleeskuikens het geval is. Het is daarbij wel belangrijk dat kleinschalige kippenhouders niet belast worden met dezelfde bouwvoorschriften als de grote spelers, die nu eenmaal meer vervuilen. Dat zou ertoe leiden dat alleen grootschalige bedrijven nog financieel leefbaar zijn.”

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via