nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.12.2018 Rubberpaardenbloem klaar voor doorbraak

Door een dreigend tekort en volatiele prijzen op de wereldmarkt is Europa op zoek naar een stabiele, lokale bron van natuurlijk rubber, dat vandaag de dag voor zo’n 90 procent afkomstig is van rubberboomplantages in Zuid-Oost-Azië. Een oplossing zit er aan te komen in de vorm van de rubberpaardenbloem. In het kader van het Europees onderzoeksprogramma Drive4EU is het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) erin geslaagd de teelt van de rubberpaardenbloem succesvol op te schalen en samen met enkele bedrijven grote stappen te zetten naar de ontwikkeling van een lokale rubberproductieketen.

Het Drive4EU-project werd opgestart in 2014 en is nu afgelopen. In het project was de ganse keten betrokken: de veredelaars van KeyGene domesticeerden de rubberpaardenbloem van wild plantje naar gewas, ILVO legde zich toe op de teelt-, oogst- en bewaartechnologie, enkele bedrijven ontwikkelden een methode en een pilootfaciliteit om de ruwe rubber (en ook de aanwezige inuline) uit de wortels te extraheren, en enkele partners uit de rubberverwerkende industrie gingen er vervolgens mee aan de slag.

De resultaten blijken uitermate beloftevol, en het ziet ernaar uit dat de rubberpaardenbloem op termijn een succesvolle nicheteelt kan worden in de Vlaamse landbouw. “Het is een sterk verhaal en ik ben ervan overtuigd dat dit een meerwaarde zal bieden voor de Vlaamse boer”, vertelde een opgetogen Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege tijdens de oogst van het proefveld in De Pinte. “Binnen de Vlaamse landbouw is er interesse voor alternatieve teelten met groot afzetpotentieel. De rubberpaardenbloem kan op dat vlak een win-win betekenen, en vormt een mooie opportuniteit met het oog op differentiatie, teeltrotatie en risico’s spreiden in deze tijden van schommelende prijzen en klimaatverandering.”

“Qua teelttechniek, gewasbescherming en mechanisatie van de oogst, die nu gebeurt met een prototype gebaseerd op een aardbeiplantenrooier, kunnen en gaan we nog flinke stappen zetten”, legde ILVO-expert Hilde Muylle de huidige stand van zaken uit. “Momenteel halen we zo’n 300 kilogram rubber uit een hectare. We willen dit opdrijven naar 700 à 900 kilogram per hectare. Vanaf 700 kilogram kunnen we spreken van een rendabele teelt voor de landbouwer.”

Is een verdrievoudiging van de opbrengst haalbaar? Wat betreft teeltoptimalisatie is er, onder andere via een hogere zaaidichtheid, alvast nog een ruime marge. En ook Anker Sørensen van veredelaar KeyGene is positief: “Wat we hier vandaag oogsten is een prototype, waarbij ongeveer 5 procent van de droge stof bestaat uit natuurrubber. In onze veredelingstuin in Nederland hebben we echter al types staan met 10 procent en individuele planten die richting 15 à 20 procent gaan. Het ziet er dus goed uit dat we op teeltniveau zullen kunnen verhogen tot 15 procent, en daarom ben ik er erg van overtuigd dat dit gewas het gaat halen.”

Ook de rubberverwerkende industrie, meer bepaald Apollo Tyres (dat al een fietsband ontwikkelde met het rubber uit de rubberpaardenbloem) en QEW Engineered Rubber, zat mee in het project, en stelde vast dat het rubber uitstekende eigenschappen vertoont, met name qua flexibiliteit, sterkte, taaiheid en slijtvastheid. “Voor specifieke robuuste toepassingen die slijtvaste en flexibele rubber vereisen, is het uitermate geschikt”, bevestigt Hilde Muylle. “Uiteraard denken we dan aan banden. De auto-industrie is met 75 procent niet voor niets de grootste gebruiker van natuurlijk rubber wereldwijd. Maar het is ook ideaal voor toepassingen voor aardbevingsgevoelige gebieden, industriële bouwmaterialen of machineonderdelen. Denk bijvoorbeeld aan sluitingen in onderwatertunnels die lange tijd blootgesteld worden aan hoge druk.”

Teelt en verwerking staan dus klaar, rest nog de tussenstap van het op grote schaal extraheren van de rubber. In het project werd daarvoor een pilootfaciliteit uitgebouwd, en het raffinageproces bleek eenvoudig, efficiënt, makkelijk opschaalbaar en bovendien veel minder arbeidsintensief dan bij rubberbomen. “Nu zijn we op zoek naar investeerders die met de opgedane kennis aan de slag willen gaan”, aldus Sørensen. “KeyGene en ILVO blijven alvast samenwerken tot we een rendabele keten hebben voor een nieuw type rubber voor Europa.”

Wanneer duikt lokaal geproduceerd natuurlijk rubber uit de rubberpaardenbloem dan op in ons dagelijks leven? Volgens de partners van het project is een doorbraak binnen 5 à 10 jaar realistisch. Tegen 2040 wil Europa alvast 20 procent van z’n binnenlandse vraag zelf produceren. En dat is ook goed nieuws voor de Vlaamse landbouwer. “Want willen we 2 procent van de geïmporteerde natuurlijke rubber vervangen door eigen productie, dan zitten we al aan 50.000 hectare in Europa”, geeft Hilde Muylle aan. “En dat is nog maar 2 procent, dus er is een enorm potentieel.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via