nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Hoe realiseer je ontharding in het buitengebied?
27.05.2019  Ruimtebeslag door stallenbouw (deel 2)

Ondanks de aangekondigde betonstop in Vlaanderen neemt de inname van open ruimte nog toe. Per dag verdwijnt er 7,3 hectare open ruimte. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat volgens bevoegd minister Koen Van den Heuvel een hapklare brok is voor de nieuwe regering, voorziet dat de verhardingsgraad in agrarisch gebied met 20 procent vermindert. “Van vijf even grote stallen moet er dus eentje weg tegen 2050”, zei Freek Verdonckt (Natuurpunt) op een debatavond over ‘megastallen’ in de Noorderkempen. Tenzij die ruimte gewonnen wordt op de zonevreemde activiteiten in agrarisch gebied, want die zouden sterker aan banden worden gelegd om beroepslandbouw alle kansen te geven. Kan je een kleiner ruimtebeslag verzoenen met de bouwplannen van toekomstgerichte landbouwbedrijven? En hoe (on)wenselijk zijn megastallen in die optiek? Ook ILVO-onderzoeker Anna Verhoeve en milieujurist Hendrik Schoukens lieten er hun licht over schijnen.

Aan het woord megastal kleeft een negatieve connotatie. Zij die het in de mond nemen, zijn ofwel milieubeschermers die wijzen op de nadelen van de schaalvergroting in landbouw ofwel burgers die niet opgezet met een nieuwbouwproject in landbouwgebied. Zo ook in Merksplas, waar de vergunning voor een nieuw melkveebedrijf met 1.500 koeien aangevochten wordt door Natuurpunt en een plaatselijk actiecomité. Een melkveebedrijf van die omvang is geen alledaagse verschijning op het Vlaamse platteland. Nieuwbouwprojecten zijn vaak een maatje groter, maar 1.500 koeien is een veelvoud van het gemiddelde melkveebedrijf waar nog altijd minder dan 100 koeien gemolken worden. Het actiecomité ‘Red de Markvallei’ is vooral bezorgd over het gelijknamige stuk open ruimte dat dreigt te verdwijnen.

“In het buitengebied neemt het draagvlak voor ‘verkeerdschalige’ landbouwbedrijven af”, constateert Freek Verdonckt, beleidsmedewerker bij Natuurpunt. “Het ongenoegen komt deels voort uit het ontbreken van deugdelijk bestuur. Als vergunningsaanvragen negatief advies krijgen maar uiteindelijk toch vergund worden, dan heeft de burger daar de buik vol van. Door het woord megastal in de mond te nemen, geven die burgers een signaal omtrent het duurzaam gebruik van de open ruimte.” Welke schaalgrootte is bij inplanting van een nieuw landbouwbedrijf juist dan wel verkeerd? “Dat wordt door een samenspel van criteria bepaald”, aldus Verdonckt, “en wat op de ene plek wel kan, kan op een andere plek niet.” Toetsing gebeurt volgens hem best aan het milieukader (bv. stikstofdepositie van een stal), de impact op gezondheid (luchtkwaliteit) en aan economische, sociale en andere maatschappelijke afwegingen.

Verhardingsgraad neemt nog toe
Landbouw op een verkeerde schaal ontwricht volgens Verdonckt niet alleen de omgeving rond de stal, maar ook de sector zelf. “Het resultaat is prijsdruk, of scheeftrekkingen op de grondmarkt of het landschap dat rond een biogasinstallatie verandert in niets dan maïs. Onze landbouw mag dan wel zeer milieu-efficiënt zijn, toch kan een groot veebedrijf lokaal de milieugrenzen overschrijden.” Bij Natuurpunt wachten ze met ongeduld op de realisatie van de betonstop uit het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Door de aankondigingspolitiek die niet meteen gevolgd werd door beslist beleid nam de verhardingsgraad nog toe. Met het beleidsplan zou de extra inname van open ruimte tegen 2040 gereduceerd moeten worden tot nul. Voor het agrarisch gebied is de ambitie nog groter, namelijk een vermindering van de verharding met 20 procent tegen 2050.

verharding.loods.ruimte_geVILT.LoonwerkDefour.jpg

Dat laatste vindt Natuurpunt onverzoenbaar met de versoepeling van de bouwregels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Voor het agrarisch gebied in zijn totaliteit vraagt Natuurpunt zich af of nieuwe inplantingen steeds nodig zijn indien het aantal landbouwers blijft dalen. Oude boerderijen komen leeg te staan maar jonge boeren starten op nieuwe locaties. “Dat is een ruimtelijke patstelling waar we vanaf moeten”, vindt Natuurpunt. Verdonckt vindt de houding van de landbouwsector daaromtrent dubbelzinnig. Hij merkt op dat de syndicaten de betonstop alleen steunen wanneer het over zonevreemde activiteiten in agrarisch gebied gaat.

Green- en brownfieldontwikkeling op het platteland
Een strikte interpretatie van de betonstop maakt elke nieuwe stal, mega of niet, in landbouwgebied ongewenst. “Wanneer nieuwe stallen gebouwd worden op voorheen onbebouwde grond zorgen ze voor een netto toename van de bebouwde oppervlakte. In die zin staan megastallen haaks op de visie uit het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen”, verduidelijkt ILVO-onderzoeker Anna Verhoeve. “Anderzijds, als je het op sectorniveau bekijkt, dan kan schaalvergroting ook een aanknopingspunt zijn voor ontharding. Het potentieel daarvoor ligt bij de stoppers in de landbouw en de opgave voor beleidsmakers is agrarische reconversie van bestaande sites.” In de praktijk kiezen landbouwers met bouwplannen sneller voor greenfield- dan brownfieldontwikkeling. Dat heeft met de kostprijs te maken, maar ook met afstandsregels uit het milieubeleid en natuurdoelstellingen die de boer richting open ruimte drijven.

leegstand.stal_geVILT.LoonwerkDefour.jpg

Als Vlaanderen open ruimte in het algemeen en ruimte voor landbouw in het bijzonder wil vrijwaren, dan is actie nodig. Verhoeven verwijst opnieuw naar de inname van oude landbouwbedrijfsgebouwen door zonevreemde activiteiten. “Op jaarbasis verliezen 750 sites, met een gemiddelde verharde oppervlakte van 800 m², hun landbouwfunctie. Dat is een enorme kans om de ontharding van het agrarisch gebied werkelijk te bereiken.” Vanzelf zal dat niet gaan want wat in het voordeel is van de landbouw als sector – afbraak van bedrijfsgebouwen en herstel van de open ruimte – staat haaks op het financiële belang van de eigenaar van een oude hoeve die zijn landbouwfunctie verliest.

Freek Verdonckt verwoordt het probleem nog iets scherper: “Stoppers willen kapitaal uit hun vastgoed opstrijken.” Hij hoopt de landbouwsector te responsabiliseren met een pleidooi voor ‘verhardingsneutraliteit’: “Nieuwe beton kan nog op voorwaarde dat er elders verdwijnt. Naar het voorbeeld van het Nederlandse principe van ‘staldering’ kan je verhandelbare verhardingsrechten introduceren.” Als de landbouwactiviteit op een boerderij uitdooft, zijn er voor Natuurpunt dus twee opties. Ofwel wordt een nieuwe boer gezocht die op de site aan de slag wil, ofwel verdwijnen de oude bedrijfsgebouwen zodat de open ruimte zich kan herstellen. Zowel qua bouwwijze (bv. inpandige bedrijfswoning i.p.v. vrijstaande woning) als naar vergunningverlening toe vergt dat grote aanpassingen. Verdonckt ziet mogelijkheden om de vergunning te koppelen aan het tijdelijk karakter van de verharding, of aan een fonds voor ruimtelijk herstel.

Platteland is hoe langer hoe minder de werkplek van boeren
Kandidaat-kopers voor oude hoeves komen meestal niet uit het landbouwmilieu, maar zijn mensen die willen wonen op de ‘boerenbuiten’, of een andere zonevreemde bestemming voor ogen hebben. Het cumulatief effect van al die huizen, tuintjes en paardenweiden in agrarisch gebied is aanzienlijk. Anna Verhoeve: “Gemiddeld wordt 15 procent van het agrarisch gebied in Vlaanderen in de praktijk niet door landbouwers gebruikt. In de provincie Antwerpen is dat 27 procent en in bepaalde gemeenten loopt dat op tot wel 42 procent van het agrarisch gebied dat geen feitelijk landbouwgebruik meer kent.”

Het organiseren van de ontharding is kapitaalsderving voor eigenaars van hoeves die buiten gebruik geraken, geeft de onderzoekster toe, “toch moet je daar durven over nadenken, en fiscale compensatiemaatregelen overwegen of een inperking van de zonevreemde basisrechten”. Door een teamlid van de Vlaamse Bouwmeester werd de uitdaging als volgt omschreven: “Na het maken van mooie plannen, mogen we om economische beweegredenen niet vervallen in minder transparante en zelfs foute keuzes op andere beleidsniveaus.”

afbraak.hoeve.geVILT.jpg

Problemen met de ruimtelijke ordening zijn in Vlaanderen historisch gegroeid. “Vrijheid blijheid heeft geleid tot het huidige versnipperde landschap. Met het gewestplan kreeg nochtans elke vierkante meter een bestemming. De opmaak van het gewestplan is echter wetenschappelijk niet erg goed onderbouwd, en ze ging gepaard met het nodige gemarchandeer”, weet milieujurist Hendrik Schoukens. “Inzake landbouw werd aan het gewestplan een ruime interpretatie gegeven waarbij het grondgebonden karakter van een landbouwbedrijf losgelaten werd. Ook industriële veeteelt en para-agrarische activiteiten worden toegelaten in landbouwgebied. Dat is een keuze die het gewestplan niet expliciet maakt.”

Dat Vlaanderen tot op heden niet in staat is tot duidelijke ruimtelijke visies, betreurt Freek Verdonckt namens Natuurpunt. “Zouden we wel ruimtelijke keuzes durven maken, dan kan je bijvoorbeeld rond natuurgebieden inzetten op bufferende landbouw en rond waterlopen op landbouw die blauwe en groene diensten levert. Als je landbouwers een carrière lang rechtszekerheid geeft, dan kunnen ze hun bedrijfsmodel daarop richten. Vandaag kan je naast de boerderij met verbrede activiteiten een megastal zien verrijzen die (behalve voedselvoorziening als hoofdtaak van landbouw, nvdr.) geen maatschappelijke diensten levert.”

Grenzen aan de groei zijn er vandaag al
Wat megastallen betreft, merkt Schoukens op dat de Vlaamse wetgever de schaalgrootte van een stal niet expliciet beteugeld. Anderzijds moet de vergunningverlener rekening houden met juridische grenzen die meer en meer beperkend worden voor landbouwbedrijven. Grenzen die onder meer van Europa uitgaan, bijvoorbeeld van de natuurrichtlijnen en de kaderrichtlijn water. Tezelfdertijd, en dat is volgens Schoukens de schizofrenie van Europa, worden landbouwsubsidies niet in lijn gebracht met de andere beleidsdoelstellingen.

varkensstal.stallenbouw.ruimte_geVILT.LoonwerkDefour.jpg

Freek Verdonckt introduceerde de begrippen ‘juist- en verkeerdschalig’. Anne Verhoeve spreekt over ‘passende schaal’. Dat laat zich niet eenvoudig uitdrukken in dieraantallen of in oppervlakte van het bouwvlak. Verhoeven: “Wat passend is, moet gebiedsgericht bekeken worden. In ons sterk verstedelijkte Vlaanderen is de ene open ruimte de andere niet. Een landbouwbedrijf kan zelfs zonder schaalwijziging moeilijker inpasbaar worden in zijn omgeving door een wijziging van het verwachtingspatroon van omwonenden. Denk daarbij aan stedelingen die op het platteland komen wonen.”

Vooral in de provincie Antwerpen staan open ruimte en het landbouwgebruik van die open ruimte onder druk door verstedelijking, en is het zoeken naar ruimte waar landbouwbedrijven nog ontwikkelingskansen krijgen. Specifiek wat de intensieve veehouderij betreft, wil het provinciebestuur tot een gedragen beleid komen dat de sector kansen biedt, de open ruimte vrijwaart en duurzame synergiën stimuleert. De focus ligt op de ruimtelijke, maatschappelijke en landschappelijke integratie van veebedrijven.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Anna Verhoeve i.o.v. ILVO & Loonwerk Defour & VILT

Volg VILT ook via