nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"De rode draad doorheen mijn carrière is landbouw"
26.05.2014  Sabine Laruelle - uittredend federaal minister van Landbouw

Wie ons land van noord naar zuid doorkruist, ziet het landbouwlandschap veranderen. Eens in Wallonië worden de percelen en de bedrijfsarealen groter, maar zie je nog amper pluimvee- en varkensstallen. Ook naar glastuinbouw is het vruchteloos zoeken. Rundvee-, akkerbouw- en gemengde bedrijven zijn er des te meer. Dankzij de regionalisering van het landbouwbeleid kunnen de gewesten hun landbouwbeleid daarop afstemmen. Een aantal strategische bevoegdheden bleven verankerd op het federale niveau, waar ze tien jaar lang in de goede handen waren van uittredend federaal landbouwminister Sabine Laruelle (MR). Als dochter van graanhandelaars groeide ze op in het zelfstandigenmilieu en tussen de boeren. Toeval of niet, maar landbouw en zelfstandigen behoren van bij het begin tot haar bevoegdheden. Afgelopen zondag vonden we haar naam niet terug op de kieslijsten. Na een decennium als minister in zes opeenvolgende regeringen houdt Laruelle het voor bekeken in de politiek. In dit interview nemen we afscheid van een minister die steeds haar beste beentje voorzette voor de landbouwsector in België, en er met haar ervaring voor zorgde dat er naar ons kleine landje geluisterd werd tijdens de Europese Landbouwraden.

Felicitaties voor een tien jaar lange carrière als federaal landbouwminister lijken hier wel op hun plaats. Had u ooit durven denken dat u deze ministerpost in zes regeringen zou bekleden?
Sabine Laruelle: Ministers zoals Didier Reynders, Laurette Onkelinx en Johan Vande Lanotte maken nog langer deel uit van de federale regering, maar elf jaar het ambt mogen bekleden is ook al mooi. Nooit had ik dat durven denken. Tot mei 2003 stond ik aan het hoofd van de landbouworganisatie Fédération Wallone de l’Agriculture (FWA). Voordien was ik al twee jaar directeur-generaal bij de Alliance Agricole Belge die in 2001 fusioneerde met UPA tot één groot Waals landbouwsyndicaat. Met politiek zat ik niet in mijn hoofd tot Reynders me in 2002 vroeg voor de MR-lijst. Kort na deze eerste verrassing volgde een tweede, en werd ik in de zomer van 2003 gevraagd om als minister deel uit te maken van de regering Verhofstadt II. Meer dan tien jaar ben ik ondertussen bevoegd voor KMO’s, zelfstandigen en landbouw. Kortere tijd was ik ook bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking en economie (2007-2008) en wetenschapsbeleid (2008-2012). Voedselveiligheid werd in 2008 toegevoegd aan mijn bevoegdheidspakket.

Tijdens welke legislatuur hebt u de meeste positieve veranderingen voor landbouw kunnen bewerkstelligen? Is dat een afspiegeling van de waardering die landbouw genoot binnen die federale regering?
Ik zou niet durven stellen dat de ene regeringsformatie gunstiger was voor landbouw dan de andere. Ik heb mij in elk geval tijdens heel mijn carrière als federaal landbouwminister ingezet voor de sector.

groenteteelt_geVILT.jpg

Wat zijn voor u de landbouwdossiers waarvan u het gevoel hebt dat u het verschil maakte?
Sedert 2008 genieten landbouwers een belastingvermindering (-4% in de personenbelasting) voor de Europese inkomenssteun die ze ontvangen. Verschillende voorstellen passeerden de revue, maar mijn voorstel haalde het ten tijde van de zuivelcrisis. Twee opeenvolgende ministers van Financiën, eerst Didier Reynders en daarna Koen Geens, kon ik overtuigen van de noodzaak van een maatregel die de federale schatkist toch meer dan 50 miljoen euro kost. Afgelopen zomer werd deze fiscale gunstmaatregel overigens opnieuw verlengd. Ik herinner mij ook de oprichting van het Prijzenobservatorium in 2009, waardoor we nu beschikken over analyses van de prijzen en de marges in de vlees- en zuivelketen. Datzelfde jaar reisde ik naar China om een doorbraak te forceren in de export van groenten, varkensvlees en sportpaarden. Inzake voedselveiligheid is het mijn betrachting om een hoge veiligheidsstandaard te verzoenen met behapbare verplichtingen voor de kleine operatoren, de landbouwers in de eerste plaats. Voor de bestrijding van dierziektes bepleitte en verkreeg ik een ruimere begroting. Het laatste grote dossier was wellicht het belangrijkste voor de sector, en dan heb ik het over de hervorming van het Europees landbouwbeleid.

Vindt u de ministerportefeuille landbouw op het federale niveau het voortbestaan nog waard als hij verder uitgehold wordt door de zesde staatshervorming?
Meer coherentie nastreven tussen de bevoegdheden van de federale overheid en de gewesten is absoluut een goed idee. Het landbouwrampenfonds wordt om die reden overgeheveld naar de gewesten, terwijl het logisch is dat de voedselveiligheid op alle vlakken een federale bevoegdheid blijft.

“Voornamelijk landbouwsters profiteren van de verbetering van het statuut van de meewerkende echtgenoot”

Sedert 2003 bent u bevoegd voor zelfstandigen. Wat hebt u voor hen gerealiseerd dat ook de landbouwsector sterk ten goede komt?
Alle landbouwers zijn zelfstandigen, dus gaat het om een groot pakket maatregelen. Ik denk in de eerste plaats aan de integratie van de zogenaamde kleine risico’s (b.v. bezoeken aan dokter en tandarts) in de sociale zekerheidsbijdragen van zelfstandigen. Tot 2008 dienden zij ongeveer 1.500 euro bij te leggen om te kunnen genieten van dezelfde ziekenzorg als andere Belgen. Op de faillissementsverzekering kan een ondernemer tegenwoordig ook terugvallen in geval van een natuurramp of brand. Verder is er de verbetering van het sociaal statuut van de meewerkende echtgenoot. Het merendeel van hen werkt overigens in de landbouwsector. De kinderbijslag voor zelfstandigen werd door mezelf gelijkgetrokken met die van werknemers, wat een verhoging in tien jaar tijd betekent van 37 naar 90 euro. Tot slot vernoem ik graag de gelijkschakeling van de pensioenbijdragen van zelfstandigen. In tien jaar tijd steeg het minimale gezinspensioen van zelfstandigen van 823 naar 1.404 euro en het pensioen van een alleenstaande zelfstandige van 617 naar 1.060 euro.

En op het fiscale vlak?
De kloof van drie jaar tussen het inkomstenjaar waarop de bijdragen van zelfstandigen berekend worden en het jaar waarin ze die moeten betalen, is verdwenen. De nieuwe berekeningswijze van de sociale bijdragen treedt in 2015 in voege. Gelet op de prijs- en inkomensvolatiliteit in de landbouw is dat zeker voor deze sector een welgekomen maatregel. Een volgende regering kan zich misschien buigen over het voorstel van Boerenbond om een meerjarig gemiddelde te nemen als belastbare basis zodat goede en slechte jaren elkaar kunnen compenseren. Maar vergeet niet dat de landbouwsector reeds een bijzonder belastingstelsel geniet: de forfaitaire landbouwregeling. Indien een akkoord daarover met de fiscus eens een jaar uitbleef, heeft minister Reynders steeds in het voordeel van de landbouwsector beslist.

dierenarts_geVILT.jpg

Als voogdijminister van het Voedselagentschap moet de polemiek over besparingen die de goede werking van het FAVV bedreigen niet leuk geweest zijn. Hoe kijkt u daar op terug?
De federale regering deed de laatste twee jaren grote inspanningen voor de begroting. Iedere federale overheidsdienst deed zijn duit in het zakje bij de besparingen, ook het Voedselagentschap. De inkomsten van het FAVV vielen het voorbije jaar hoger uit dan verhoopt zodat het agentschap een inspanning kon leveren voor de federale begroting en tegelijk al zijn betalingsverplichtingen kon nakomen. Er was dus geen probleem, er werd er één gemaakt door de oppositie en de media die het dossier niet kenden. De beperking in de uitgaven van het FAVV heeft de uitbetaling van de zelfstandige dierenartsen die de slachthuizen en export controleren, nooit in het gedrang gebracht. Het evenwicht tussen de nodige budgettaire discipline en de noodzakelijke uitgaven werd steeds behouden.

Na het paardenvleesschandaal kreeg het agentschap het verwijt dat het burgers sust in plaats van over hun veiligheid te waken. Kan die kritiek niet makkelijker ontkracht worden als de minister van Volksgezondheid voogdijminister van het FAVV zou zijn?
Resultaten zijn belangrijk voor mij. Kritiek is van geen tel als de voorbeelden ontbreken waarom een landbouwminister geen goede voogdijminister van het Voedselagentschap zou kunnen zijn. Ik zie niet één concreet voorbeeld waar het is misgelopen. Het paardenvleesschandaal was een geval van economische fraude en had niets te maken met voedselveiligheid.

“Vlaanderen en Wallonië zijn het inzake landbouw over zowat alles behalve ggo’s eens”

Kon u uw stempel drukken op de bijeenkomsten van de Europese Raad van landbouwministers of zat u daar gekneld in het keurslijf van woordvoerder van de regio’s?
Voor de splitsing van het bevoegdheidspakket landbouw en de bevoegdheden die de regio’s inzake landbouw hebben, bracht ik steeds het nodige respect op. Ieder doet zijn job. De samenwerking met de gewesten liep dan ook al die tijd heel vlot, en dat was tijdens de moeilijke onderhandelingen op EU-niveau over het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet anders. In dat dossier hebben we een mooi parcours afgelegd en goed samengewerkt zodat duidelijk werd wat haalbaar was voor de Belgische boeren. Omtrent de hervorming van het Europees landbouwbeleid hadden Vlaanderen en Wallonië dezelfde visie. Dat maakte het makkelijk om het Belgische standpunt te verdedigen. Tijdens de laatste Europese Landbouwraad ging het over een ggo-maïs. Als woordvoerder van België moet ik mij dan onthouden bij gebrek aan een akkoord over ggo’s tussen de gewesten. Dat moet zowat het enige landbouwdossier zijn waarover Vlaanderen en Wallonië het niet eens geraken.

Hoe zwaar weegt België tijdens Landbouwraden wanneer landbouwgrootmachten als Frankrijk, Duitsland en Polen plaatsnemen aan de vergadertafel?
Nu de EU 28 lidstaten telt, is het schipperen om een meerderheid van de landen en de stemmen achter een besluit te scharen. België heeft niet alleen veel ervaring met Europa, onderhandelen is onze tweede natuur. Bovendien neemt ons land inzake landbouw steeds een evenwichtig standpunt in, zodat we niet in het kamp van de grote voor- of de grote tegenstanders terechtkomen. Dat onderscheidt ons bijvoorbeeld van landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken, die steevast minder Europese bemoeienis bepleiten. Anderzijds maken we niet de fout van een aantal andere lidstaten die veel vragen maar uiteindelijk met lege handen achterblijven. België speelt dus wel degelijk een rol in de zoektocht naar een consensus.

verstedelijking_geVILT.jpg

Waartoe heeft dat bijvoorbeeld al geleid?
Ik zal acht jaar lang de woordvoerder van ons land geweest zijn op de Europese Landbouwraden. Dat maakt mij daar de meest ervaren landbouwminister. Ik ken mijn collega’s allemaal persoonlijk. Dat maakt het makkelijker om coalities te smeden, bijvoorbeeld om elementen van de hervorming van het landbouwbeleid een andere richting uit te sturen. Tien lidstaten, België op kop, hebben bijvoorbeeld geprobeerd om het onderdeel marktregulering binnen het GLB sterker uit te bouwen. In het voorstel van de Commissie ontbrak een antwoord op de prijsvolatiliteit van landbouwproducten volledig. Ook voor het behoud van gekoppelde steun (de zoogkoeienpremies) hebben we samengewerkt met anderen. Samen met Nederland en Malta vroeg ons land om de specificiteit en hogere kostprijs (b.v. grondprijs) van een verstedelijkte landbouw te erkennen, maar met drie waren we met te weinig om gehoord te worden. Samen met Frankrijk en Spanje drongen we aan op het behoud van de suikerquota, maar dat stootte op verzet van Ierland. Daarop kwam er een compromis uit de bus: de quota voor suikerbietenteelt worden niet meteen, ook niet in 2020 maar in 2017 afgeschaft.

Willen de regio’s zich niet te nadrukkelijk profileren met een eigen landbouwbeleid? De landbouw in Vlaanderen en Wallonië verschilt toch niet meer van elkaar dan de varkenshouderij in het noorden van Frankrijk en de olijventeelt en wijnbouw in het zuiden van dat land?
Voor de regionale implementatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid heb ik samen met mijn collega van het Verenigd Koninkrijk geijverd. Het lijkt me logisch dat in landen waar de regio’s het landbouwbeleid uitstippelen, zij ook belast worden met de verdere invulling van het Europese beleidskader voor landbouw. Onderschat ook het verschil tussen de Vlaamse en Waalse landbouw niet: 95 procent van de varkens zit op Vlaamse boerderijen en voor pluimvee is dat niet anders. Het areaal van een bedrijf is in Wallonië dan weer dubbel zo groot.

“Gebrek aan marktmaatregelen in het nieuwe GLB stelt mij teleur”

Hebt u vrede met het eindresultaat van de Europese onderhandelingen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU?
Een compromis bevat altijd positieve en negatieve elementen. Gewoon al het feit dat de lidstaten en het Europees Parlement tot een akkoord zijn gekomen, is positief. Het Parlement speelde immers voor het eerst een belangrijke rol tijdens de onderhandelingen. Positief zijn voor mij ook het crisisfonds, de ruime invulling (o.a. met eiwithoudende gewassen) maar ook vermindering van het ecologisch focusgebied van zeven naar vijf procent van het akkerland, het behoud van de twee pijlers binnen het GLB, de flexibiliteit in de pijler inkomenssteun, de afbakening van wie een actieve boer is, de extra ondersteuning van jonge boeren, enz. Daar tegenover staan negatieve elementen zoals een krappe begroting, de herverdeling tussen lidstaten die te weinig rekening houdt met de hogere kosten van onze landbouw, de grote veranderingen in de inkomenssteun op bedrijfsniveau door de herverdeling van steun tussen bedrijven, enz. Ik noemde daarstraks de flexibiliteit in pijler I een pluspunt, maar het schept meteen ook een nadeel want vanaf 2015 zal het landbouwbeleid van de 28 lidstaten uit elkaar groeien. De grootste teleurstelling in het nieuwe GLB is voor mij het totale gebrek aan maatregelen rond marktregulering en prijsvolatiliteit.

En nu, na tien jaar als landbouwminister? Kruipt u terug op de barricaden van het landbouwsyndicalisme?
Ik blijf minister tot de vorming van de nieuwe regering. Dat kan in juni al gebeuren, maar evengoed pas in het najaar van 2014. Wat daarna komt, weet ik nog niet. De rode draad in mijn professionele carrière is landbouw, een sector waar ik van hou. Of ik actief blijf binnen de landbouw zal de toekomst moeten uitwijzen. Tot mijn opvolger bekend is, weet ik alleszins nog wat gedaan. Zowel voor zelfstandigen als landbouw liggen er nog belangrijke dossiers op mij te wachten. Er zit bijvoorbeeld een wettelijk kader voor de verplichte BVD-bestrijding bij rundvee aan te komen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via