nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

22.06.2015 SALV-event is louterend moment voor landbouw en natuur

Ieder jaar nodigt de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) alle stakeholders uit op een netwerkmoment. Bij de inhoudelijke invulling van het evenement liet het secretariaat van de adviesraad zich niet afschrikken door de verzuurde relatie tussen landbouw en natuur die veel politieke en media-aandacht kreeg. Wederzijds begrip bewerkstellig je door meer inzicht in het werk en de problemen van een ander zodat de SALV alle genodigden over een plankenpad doorheen de Vallei van de Abeek in Limburg stuurde. Natuurpunt levert daar grote inspanningen voor natuurherstel. Tot voor kort hadden de natuurbeschermers aan de boeren in Peer en omgeving een bondgenoot maar zij hebben de samenwerking opgeschort. Een bezoek aan het Broekxhof en een hartverscheurende getuigenis van landbouwer en schepen van Landbouw Harry Broekx maakten duidelijk waarom.

Voor zijn jaarlijkse netwerkmoment was landbouwadviesraad SALV dit jaar te gast in Peer in de provincie Limburg. De locatie sloot goed aan bij het thema – ‘Met de botten aan: een kijk op landbouw en natuur’ – want Limburg huisvest zowel 6.500 landbouwbedrijven als een groot aantal natuurgebieden die deel uitmaken van het Natura 2000 netwerk. In de aanloop naar het SALV-event was de tegenstelling landbouw versus natuur door media en politiek op de spits gedreven. De belangstelling was dan ook groot voor een terreinbezoek aan Europees beschermde natuur en aan een landbouwbedrijf dat de pineut dreigt te worden van de verwevenheid van landbouw en natuur in Peer. Wat een interessante namiddag zou worden, werd door SALV-secretaris Koen Carels ingeleid als “een kennismaking met de praktijksituatie, zonder te polariseren maar met landbouw en natuur die evenwichtig aan bod komen”.

De keuze viel op de Breugelhoeve in Peer, een paardenboerderij met educatie en recreatie als aanvullende activiteiten, vanwege de lokaal goede verstandhouding tussen boeren en natuurbeschermers. Ter plekke viel op dat het grondgebruik door beide sectoren hier vrij duidelijk gescheiden is – de natte gronden vlakbij de Abeek zijn ongeschikt voor landbouwexploitatie –, wat de samenwerking ongetwijfeld ten goede komt. Aan de relatie tussen landbouw en natuur is heel hard gewerkt, zo benadrukte de burgemeester van Peer, Steven Matheï. Als voorbeelden gaf hij het beheer van beekranden en de aanleg van poelen in landbouwgebied ter bescherming van de knoflookpad.

Als schepen van Landbouw en oud-schepen van Landbouw én Leefmilieu is Harry Broekx één van de drijvende krachten achter agrarisch natuurbeheer in Peer. Samen met zijn oudste zoon en echtgenote runt hij het Broekxhof, een gemengd landbouwbedrijf met 170 melkkoeien plus jongvee en een gesloten varkensbedrijf. Op bijna 100 hectare wordt ruwvoeder voor de dieren geteeld. De aandacht van de familie Broekx voor het milieu vertaalt zich onder meer in kilometerslange houtkanten die de percelen omzomen, het inzaaien van bloemenrijke perceelranden en een halve hectare granen die dient als wintervoedsel voor de vogels.

Harry heeft zulke inspanningen voor de natuur jarenlang bij zijn collega’s gepromoot, maar anno 2015 houdt hij er een zeer wrang gevoel aan over. In het najaar van 2014 kreeg de familie Broekx namelijk een brief met ‘code rood’ in de bus terwijl het knipperlicht op oranje staat voor een achttal veebedrijven in de omgeving. De nabijheid van de speciale beschermingszone voor natuur ‘Abeek met aangrenzende moerasgebieden’ breekt de veehouders zuur op, enerzijds door de zoekzones voor natuur op grond die in landbouwgebruik is en anderzijds door de ammoniakemissie uit stallen die via de vergunningverlening beteugeld zal worden om het natuurgebied niet met een overmaat aan stikstof op te zadelen die natuurherstel lastig maakt.

“Wij landbouwers voelen ons op onze nest gepakt”, verwoordt Harry de bedrukte stemming onder boeren. “Zelf kan ik nog altijd niet geloven dat mijn bedrijf vanwege de natuurdoelstellingen zou moeten verdwijnen.” Het Broekxhof heeft een geschiedenis die minstens tot 1492 teruggaat en het bedrijf wordt al generaties lang door dezelfde familie uitgebaat. De huidige generatie doet er ook alles aan om zich maatschappelijk te verankeren. Waar ze de tijd vinden, weet niemand maar de familie Broekx slaagt er in om naast het verzorgen van de dieren jaarlijks 150 klasjes scholieren een rondleiding te geven, verjaardagsfeestjes op de boerderij te organiseren en in de zomermaanden boerderijvakanties. In juli en augustus kunnen gezinnen op zondagvoormiddag kennismaken met de hedendaags landbouw. Verder is het Broekxhof zorgboerderij voor jongeren met leer- of andere problemen.

Zoals de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur zich nu aandienen – de brieven met kleurcodes zijn indicatief – zijn ze volgens Harry Broekx de doodsteek voor de landbouw in Peer. Een 30-tal bedrijven in de gemeente kregen code oranje of rood omdat de ammoniakemissie uit hun stallen het natuurherstel in een nabij gelegen beschermingszone belemmert. “Hebben we het dan verkeerd gedaan door samenwerking te zoeken met natuurbeschermers”, vraagt Harry zich vertwijfeld af. Het onzekere lot van het eigen bedrijf en de overlegmomenten over natuurrealisatie vallen hem emotioneel bijzonder zwaar. Zijn gemoed wordt nog verzwaard door schuldgevoel: “Wat heb ik mijn collega’s toch aangedaan door hen te overtuigen om mee te werken aan oeverbeheer en de instandhouding van de knoflookpad. Hetgeen we bewerkstelligd hebben, werkt nu tegen ons.” De knoflookpad is een zeer zeldzame amfibie in Vlaanderen, maar in Peer zijn er nog enkele poelen waar ze voorkomt. Om de knoflookpad meer voortplantingskansen te geven, werden in samenspraak met de landbouwers zelfs nieuwe poelen gegraven.

Peer is een lappendeken van geel (landbouw) en groen (natuur) ingekleurde percelen zodat het altijd de overtuiging was van Harry dat beide sectoren samen moeten instaan voor het beheer van de open ruimte. Dat geloof wankelt nu Harry zijn levenswerk – “elke steen die je hier ziet, heb ik zelf gemetst” – moet afgeven of in het beste geval mag hopen dat zijn boerderij door de verkleining van de zoekzones voor natuur oranje kleurt. “Maar wat dan, een tweede van vier zonen zou in het bedrijf willen stappen dus zou een uitbreiding de normale gang van zaken zijn in plaats van een forse inkrimping vanwege de ammoniakemissie.” De vraag werd niet gesteld, maar voor een kritisch publiek wou Broekx zelf iets zeggen over de schaalgrootte van zijn bedrijf. “Hoe je het ook draait of keert, in de toekomst zullen er minder maar grotere landbouwbedrijven zijn. Vroeger leefde een gezin met 11 kinderen van de melkopbrengst van tien koeien, nu kom je ternauwernood rond met 170 koeien.”

Zelf blijft Harry met veel vragen zitten, hoe het bijvoorbeeld kan dat hij als landbouwer en zelfs als schepen van Landbouw in Peer geen flauw benul had van de afbakening van de speciale natuurbeschermingszone voor natuur en de lasten die de overheid op die manier op private gronden legt. De bedrijfszetel valt er net buiten, maar alle graslanden rond het Broekxhof zijn zoekzone voor natuur. Over het flankerend beleid wil Harry het volgende kwijt: “Verplaatsen, maar naar waar? En wie zal dat betalen, de opbouw van een nieuw bedrijf en de afbraak van het oude. Bovendien kleeft er aan de huidige site nog een schuldenlast van 1,5 à 2 miljoen euro. Met de 10 miljoen euro die uitgetrokken is, kunnen ze mij helpen maar dan is het geld op terwijl er collega’s zijn in dezelfde situatie. Reken dus maar eens uit hoeveel het flankerend beleid “om rode boerderijen weg te nemen” zal kosten en beeld je eens in hoeveel natuur je daar meer zou kunnen realiseren.” Ondanks de onheilstijding en alle onzekerheid sindsdien – “welke schouders kunnen dat dragen tot 2017 of 2019” – blijft het Broekx zijn overtuiging dat natuurrealisatie samen moet gebeuren ofwel niet zal gebeuren.

Met zijn bij momenten hartverscheurende getuigenis maakte Harry treffend duidelijk dat het verschil tussen theorie en praktijk in het dossier van de natuurdoelstellingen groot is, en voor getroffen boeren ondraaglijk. De theorie was eerder op de dag uit de doeken gedaan door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De verspreide ligging van natuur in Vlaanderen maakt volgens Jeroen Nachtergaele (ANB) dat er veel grenzen en potentiële conflictsituaties zijn. Het volstaat immers niet om in een gebied aan natuurherstel te werken als de invloed van buitenaf averechts werkt. Ook de impact van de ‘buren’ moet beheerst worden om tegen 2050, met 2020 als eerste tijdshorizon voor de doelstellingen, een natuur in goede staat te bereiken.

Met managementplannen voor de lokale natuur en de voorbereiding van een programmatische aanpak stikstof die in een structurele oplossing voor de hoge stikstofdepositie in beschermingszones wordt er momenteel vooral veel papier geproduceerd. “Uiteindelijk is het wel op het terrein dat het moet gebeuren, dus mogen we de plannen niet los zien van de realiteit. De realisatie van Europees waardevolle natuur is een participatief proces met alle betrokkenen rond de tafel. De gevoeligheden van de verschillende sectoren spelen op maar voor wie zich afvraagt of het sop de kool nog waard is, herinnert Nachtergaele aan een oud gezegde: “Zonder wrijving geen glans.” Zelf put de beleidsmedewerker vertrouwen uit de dialoog die ondanks het poken van de media voort blijft duren. “Als ik zie dat collega’s zich de energetische waarde van grasland eigen maken en landbouwvertegenwoordigers zich verdiepen in kritische depositiewaarden, dan besluit ik daaruit dat er al veel stappen voor een betere samenwerking tussen landbouw en natuur gezet zijn.”

Op het terrein zijn het natuurbeschermers zoals de vrijwilligers van Natuurpunt die de Europese ambities voor de Vlaamse natuur proberen waar te maken. Paul Capals en Freddy Janssens van de lokale Natuurpunt-afdeling Meeuwen-Gruitrode & Peer namen de SALV-delegatie op sleeptouw in de Vallei van de Abeek. Door de natte gronden is natuur er meestal de enige mogelijke gebruiksvorm. Ruimte voor water is belangrijk, zo benadrukt lokaal voorzitter Paul Capals. “Bij overstroming vangt de vallei het water op, staat het soms tot kniehoogte en trekt het nadien langzaam weg. Zo blijven huizen gespaard van wateroverlast.” De Abeek is met zijn omliggende moeras- en heidegebieden opgenomen in het Europese Natura 2000-netwerk van natuurgebieden. Het is een langgerekt gebied van 205 hectare in beheer van Natuurpunt en 173 hectare is ook eigendom van de natuurorganisatie. Driekwart van het natuurgebied is aangeduid als habitatrichtlijngebied.

De bovenloop van de Abeek is nog zeer ongeschonden. De beek heeft zich hier diep ingesneden in het Kempisch plateau. De elzenbroekbossen langs de beek kleuren in het voorjaar geel door de dotterbloemen. Goudveil en moerasviooltje zijn zeldzame planten die je er aantreft en daarnaast zijn er tal van waardevolle perceeltjes met bijzondere soorten als wateraardbei en holpijp. Op de drogere flanken van de vallei vind je heide en schraal grasland. De SALV-delegatie hield halt op de Molenberg, een sterk hellend perceel waar vorig jaar de bovenlaag werd afgegraven. Dat gebeurde tot 30 cm diep om niet alleen de nitraatrijke zode af te voeren maar ook de historische fosfaatverontreiniging op een snelle manier kwijt te geraken. De afgevoerde grond werd gebruikt om maïspercelen van landbouwers op te hogen. Met een kostelijke en voor het bodemleven ingrijpende maatregel als plaggen wil Natuurpunt de gewenste schrale vegetaties meer kansen geven.

Vanuit het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek kon bij plaggen meer duiding gegeven worden. Zo kwamen we te weten dat natuurlijke stikstofdeposities vanuit de lucht beperkt blijven tot 5 à 10 kilo stikstof per hectare per jaar. Door de impact van de mens, denk aan veehouderij, verkeer en industrie, is 30 kilo stikstofneerslag in natuurgebied vandaag de dag de regel. Dat vreet aan de concurrentiekracht van soorten die beter aangepast zijn aan een voedselarme bodem. Met de natuurdoelstellingen in het achterhoofd is het goed om weten dat natuur “maakbaar” is door als beheerder op de juiste manier “aan de knoppen te draaien”. Plaggen om nadien gemaaide heide als bron van zaden op te brengen, is een voorbeeld van die maakbaarheid. Ook het verhogen van de grondwatertafel kan de natuur weerbaarder maken voor stikstof, maar dat is voor een beheerder nog complexer en moeilijker te realiseren dan het plaggen van de zode. Begrazing door schapen of rundvee heeft volgens Luc De Keersmaeker (INBO) weinig effect op de nutriënteninhoud van de bodem, maar helpt doelsoorten wel in hun concurrentiestrijd tegen stikstof minnend gras dat door dieren meer gelust wordt.

Dankzij het bezoek aan de Vallei van de Abeek weten we nu wat Europese topnatuur is en hoe herstelbeheer er in de praktijk uitziet. De getuigenis van een landbouwer die zijn levenswerk dreigt te verliezen omdat zijn bedrijf gelegen is op de rand van een zoekzone voor natuur liet een diepe indruk na. Het is de verdienste van landbouwadviesraad SALV dat het netwerkmoment tientallen geïnteresseerden uit hun kantoren haalt om de praktijk aan den lijve te ervaren.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via