nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.06.2017 SALV verkent dynamische glastuinbouwregio Hoogstraten

Wanneer landbouwadviesraad SALV vergadert, zitten er 18 middenveldorganisaties rond één tafel. Dat noopt tot overleg en begrip voor elkaars standpunten. Het opzet is altijd een advies bij consensus en ondanks de tegenstellingen tussen landbouw- en natuurorganisaties lukt dat meestal wonderwel. Voor zijn jaarlijkse netwerkevent nodigde de SALV zichzelf uit bij de tweede grootste tuinbouwcoöperatie, die op zijn beurt bewijst dat je meer impact kan hebben door samen te werken. Coöperatie Hoogstraten verdubbelde tot dusver elke tien jaar zijn omzet, met dank aan de dynamische glastuinbouwregio die de thuisgemeente is.

Als landbouwadviesraad SALV een advies uitbrengt, dan heeft dat in het leeuwendeel van de gevallen een impact op het beleid. Van tien adviezen uit 2016 durft de SALV zeggen dat ze een grote impact hadden. Dat de adviesraad door beleidsmakers in zijn rol erkend wordt, blijkt ook uit de verkennende nota rond een duurzame toekomst van de landbouw die geschreven is op vraag van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement. Aan de oplossingsrichtingen voor vijf fundamentele uitdagingen heeft SALV zich vanwege uiteenlopende visies bij de ledenorganisaties niet gewaagd. Alleen al het feit dat zij het eens zijn geraakt over de uitdagingen is goed om weten voor beleidsmakers.

SALV-voorzitter Hendrik Vandamme (Algemeen Boerensyndicaat) drukte tijdens het jaarlijkse netwerkevenement de hoop uit dat de SALV zijn rol kan blijven spelen. Het Vlaamse landschap van adviesraden is reeds gewijzigd en daarbij werd de SALV ingekapseld in de socio-economische adviesraad SERV, wat Vandamme doet hopen dat de overheid de inbreng van de zeer breed samengestelde landbouwadviesraad in de toekomst naar waarde blijft schatten. De adjunct-kabinetschef Landbouw van minister Schauvliege, Patricia De Clercq, geeft aan dat die tevredenheid er alleszins is. “In het witboek Bestuurlijk beleid zit de SALV verankerd. De adviezen zijn van begin tot eind doorspit en grondig bediscussieerd, wat de kwaliteit ten goede komt. Bovendien kijkt de raad verder dan pure landbouwthema’s, bijvoorbeeld naar het Beleidsplan Ruimte.” Meer informatie over de werking van de landbouwadviesraad vind je terug in het jaarverslag

Dit jaar bracht de SALV samen met zijn stakeholders een gecombineerd bezoek aan de veiling en het proefcentrum in Hoogstraten. Burgemeester Tinne Rombouts sprak haar waardering uit voor het werk van de SALV. Zij zetelt ook in het Vlaams Parlement, zit daar de commissie Leefmilieu voor en merkt dat de landbouwadviesraad door breed gedragen adviezen zijn stempel kan drukken op de besluitvorming. Naar aanleiding van het SALV-bezoek aan Hoogstraten zette ze de kwaliteiten van de landbouwregio in de verf: “De veiling is één van onze troeven, maar we beschikken ook over een proefcentrum en een landbouwschool, over producenten en consumenten. De slogan van de veiling ‘Hoogstraten, home of quality’ vindt weerklank tot in het buitenland. Als stadsbestuur ervaren we dat het geen holle slogan is maar een bedrijfshouding.”

Als lokale en Vlaamse beleidsmaker vindt Rombouts het niet aan haar om het bedrijfstype in de landbouw te kiezen. “Laat dat aan ondernemers over. Diversiteit is het sleutelwoord in de landbouw. De toekomst is aan degenen die zich het best kunnen aanpassen.” Wat aanpassingsvermogen betreft, verdienen de tuinders die hun product leveren aan Coöperatie Hoogstraten een eervolle vermelding. In de jaren ’80 waren ze nog met 4.000 ‘gelegenheidstuinders’. Elkeen verkocht zijn (kleine) aardbeioverschot op de veiling. De import van Spaans product verbrodde de markt zodat telers een uitweg zochten in de vruchtgroenten tomaat, paprika en komkommer. Ondertussen is de aardbei helemaal terug bij Coöperatie Hoogstraten.

“In drie kwartier tijd wordt vandaag 200 ton aardbeien verhandeld. Met een areaal bij de telers van 900 hectare aardbeien, een jaarlijks volume van circa 30 miljoen kilo aardbeien en een bijbehorende jaaromzet van 103 miljoen euro (46% van de totale productomzet) speelt onze veiling mee op de Europese markt”, zegt directeur Gaston Opdekamp. De aardbeien uit Hoogstraten vinden heel vlot hun weg naar Scandinavië, en ook naar Frankrijk zodra de eigen productie daar stilvalt. Groenten exporteert Coöperatie Hoogstraten vooral naar Duitsland en Oost-Europa. Door in te zetten op kwaliteit – met de slogan ‘Hoogstraten, home of quality’, mikt de veiling op meer afzet op de binnenlandse markt.

Alle Vlaamse veilingen werken met een geautomatiseerd systeem van dagverkoop, beter bekend als de veilingklok. Vanop afstand kan een koper groenten of fruit kopen, zonder zelf de kwaliteit te hoeven verifiëren want die is altijd gegarandeerd dankzij strenge kwaliteitsstandaarden. “De aardbeien die op de veilingvloer staan, moeten morgen weg zijn. Wat niet verkocht is, wordt afgevoerd voor industriële verwerking”, informeert Opdekamp over de consequenties van een strenge kwaliteitsaanpak. Behalve via klokverkoop wisselen aardbeien ook van eigenaar door bemiddeling, dat zijn volumes aardbeien die verkocht worden tegen een op voorhand afgesproken prijs. Coöperatie Hoogstraten bemiddelt zelf, of laat dit over aan veilingenkoepel LAVA.

Met een jaaromzet van 222 miljoen euro werpt in Vlaanderen enkel BelOrta meer commercieel gewicht in de schaal dan Coöperatie Hoogstraten. “Iedere tien jaar is de omzet verdubbeld”, toont de veilingdirecteur een spectaculaire grafiek. De precieze reden voor het succes laat hij wat in het midden, “maar zeker is dat er in de glastuinbouw in deze streek veel dynamiek heerst”. Ook de gemeenschappelijke marktordening die Europa uittekende voor de groente- en fruitsector gaf de coöperatie vleugels. “In Nederland zijn er afzetcoöperaties die geen gebruik willen maken van de GMO, maar wij zijn een groot voorstander en verdediger ervan”, zegt Gaston Opdekamp, wijzend op het hefboomeffect voor de tuinbouw. “In de beginjaren gebruikten we de GMO-middelen vooral om onze structuur te optimaliseren. Daarna werd kostenbeheersing naar telers toe belangrijk en nu helpt de Europese steun ons om duurzaamheid te laten doorwerken in de hoofden van telers.”

Een derde sleutelelement in het succesverhaal dat de veiling schrijft – vooralsnog alleen, maar in de toekomst mogelijk samen met BelOrta –, is het Proefcentrum Hoogstraten. “Mee opgericht door veilingverantwoordelijken in 1955 zorgt het proefcentrum vandaag voor onderzoeksoutput die heel relevant is voor de tuinders.” De directeur van het proefcentrum, Tom Van Delm, beaamt de goede wisselwerking met de praktijk. In deelgemeente Meer gebeurt projectmatig onderzoek, financieel ondersteund door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen of door het Departement Landbouw en Visserij ter demonstratie van nieuwe teelttechnieken. Meer en meer zet het proefcentrum in op EU-projecten met onderzoekspartners uit andere lidstaten.

Belangrijk voor de continuïteit in het onderzoek is dat de financiering niet volledig afhankelijk is van projecten. Van Delm verwijst naar de financiële steun van de tuinders uit de regio, de toelage van de Vlaamse overheid en de ondersteuning door de provincie Antwerpen en door Boerenbond. Via de werkgroepen in de diverse teelten worden de telers op de hoogte gehouden van de recente ontwikkelingen in het onderzoek. Voordien zaten zij al mee aan tafel bij het selecteren van de onderzoeksthema’s. Een team voorlichters koppelt de resultaten terug met de tuinders. Ook het vaktijdschrift Proeftuinnieuws houdt hen voortdurend op de hoogte.

Wat brengt de toekomst voor de glastuinbouw in de Noorderkempen? Veilingdirecteur Opdekamp: “Schaalvergroting en professionalisering bij de tuinders zetten zich door. Hun aantal zal nog afnemen en we krijgen nieuwe organisatievormen. Nu al zie je dat telers gaan samenwerken en iedereen zich specialiseert in de eigen sterke competenties. Daar komen heel sterke glastuinbouwbedrijven uit voort. Door het goedkoper worden van led-verlichting zal het areaal belichte teelt nog toenemen. Nu bedraagt het 60 hectare. Na de specialisatie in tomaat, paprika of aardbei zien we dat telers de jongste jaren opnieuw diversifiëren. Kleine teelten zoals blauwe bes en kiwibes groeien fors. Pijnpunten voor een verdere groei van bedrijven wordt het gebrek aan ruimte en de moeilijke toegang tot krediet.”

Over dat gebrek aan ruimte zegt Koen Eyskens, die als adviseur van de provincie Antwerpen het glastuinbouwbeleid toelicht: "We streven naar een behoud van het areaal onder glas vanwege de koppositie die de Antwerpse glastuinbouw inneemt. De helft van het Vlaamse tuinbouwareaal onder glas vind je in onze provincie. Het agrocomplex heeft zich rond de twee veilingen in Hoogstraten en Sint-Katelijne-Waver gevestigd. Beide gemeenten tellen respectievelijk 137 en 123 hectare serres.”

In gesprekken tussen de provincie en de gemeentebesturen gaat het vaak over de vraag waar serres nog kunnen in het landschap. Vlaanderen voert een driesporenbeleid wat dat betreft, waarbij zowel een verdere ontwikkeling van bestaande bedrijven mogelijk is als het projectmatig ontwikkelen van een nieuwe glastuinbouwzone. Eyskens: “Een dwingend kader van waar wel en waar niet zorgde in onze provincie voor te veel weerstand zodat we nu inzetten op lokaal draagvlak want dat zorgt in de praktijk voor realisaties.” Behalve op ruimte voor glastuinbouw zet de provincie Antwerpen ook in op de verduurzaming van de sector, landschapsintegratie van serres, energie (o.a. geothermie en het beter benutten van restwarmte) en reconversie van glastuinbouwbedrijven die op een kruispunt staan.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via