nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

30.06.2015 Schaalgrootte bedrijf geen parameter voor dierenwelzijn

Melkvee op kleinere bedrijven in Europa heeft het niet beter of slechter dan op grotere bedrijven. Welzijnsproblemen en ziekten kunnen op alle soorten bedrijven voorkomen. Wel kunnen per bedrijfstype de risicofactoren verschillen. Ook het feit of koeien veel of weinig weidegang kennen, heeft weinig invloed. Dat meldt de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA. Veel hangt af van de verzorging van het vee, maar daar is in de nu gepubliceerde studie geen onderzoek naar gedaan.

Omdat de aandacht van de consument voor de manier waarop zijn voedsel wordt geproduceerd, almaar toeneemt, is de Europese Commissie een onderzoek gestart naar de haalbaarheid om EU-richtlijnen in te voeren voor het diervriendelijk houden van melkvee. Veehouders zouden deze richtlijnen dan op vrijwillige basis kunnen volgen. In dat kader is er aan EFSA gevraagd om een wetenschappelijk advies te formuleren over dierenwelzijn van melkkoeien op kleinschalige bedrijven. In het verleden deed de Europese voedselveiligheidsautoriteit al onderzoek naar het dierenwelzijn van melkkoeien op intensieve bedrijven.

EFSA baseerde zich voor het onderzoek op de literatuur, op gegevens beschikbaar bij zuivelfederaties en op eigen empirisch onderzoek bij 124 melkveebedrijven in de Europese Unie, Noorwegen en Zwitserland. Om kleinschalige bedrijven te identificeren, werd er enerzijds gekeken naar het aantal melkkoeien, maar ook andere factoren werden in rekening gebracht zoals de eigendomsstructuur van een bedrijf, het gebruik van inheemse koeienrassen, het niveau van externe input aan voedergewassen of kunstmest, enz. Als een bedrijf op basis van twee van deze categorieën kon gezien werden als een kleinschalig bedrijf, dan werd het meegenomen in het onderzoek.

EFSA heeft op de 124 onderzochte bedrijven gekeken naar drie systemen die het vaakst voorkomen in de melkveehouderij: het melkvee het hele jaar buiten, het hele jaar binnen en (zomer)weidegang. Het eerste systeem wordt vooral gebruikt in Zuid-Europa en Ierland, het tweede komt in de hele Europese Unie voor. Het laatste systeem bestaat weer uit twee varianten: het systeem met langdurige weidegang, zoals dit in België en Nederland wordt toegepast en typische zomerweidegang, zoals toegepast in Europese berggebieden.

Hoewel kleinschalige bedrijven vaker beweiding toepassen, stuit EFSA niet op grote verschillen in welzijn van melkvee tussen kleinschalige en intensieve melkveebedrijven op basis van het type weidegang. Wel kan weidegang ervoor zorgen dat bepaalde ziektes zoals kreupelheid minder vaak voorkomen, terwijl het de kans op bijvoorbeeld stofwisselingsziektes doet stijgen. Opvallend detail is dat op meer dan een derde van de onderzochte bedrijven het vee nog aangebonden werd gehouden, een systeem waar de Europese Unie eigenlijk vanaf wil. Dit systeem heeft volgens EFSA wel specifieke risicofactoren, maar wordt ook niet duidelijk aangemerkt als veel slechter dan gemiddeld.

De categorie bedrijven met maximaal 75 koeien omvat 61 procent van al het melkvee in Europa en 96 procent van alle melkveebedrijven. Hierop worden 14,7 miljoen koeien gehouden. De categorie bedrijven met maximaal tien koeien is vooral aanwezig in Frankrijk, Duitsland, Polen en Roemenië. Op de bovengemiddeld kleine bedrijven spelen volgens EFSA nog wel eens problemen door overbevolking of te krappe huisvesting, slechte toegang tot voeder en water en een suboptimale inrichting. De categorie bedrijven groter dan 75 koeien is qua aantal ondernemingen heel klein en omvat slechts vier procent van alle Europese melkveebedrijven. Ze huisvesten wel 39 procent van het vee ofwel 9,6 miljoen koeien.

Meer informatie: Welfare of dairy cows on small scale farms

Bron: Eigen verslaggeving

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via