nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.10.2017 Schauvliege geen voorstander van verplichte groennorm

Een verplichte groennorm als instrument om steden en dorpskernen effectief en snel te vergroenen, zit er niet meteen aan te komen in Vlaanderen. Dat antwoordde Vlaamse minister van Natuur, Omgeving en Landbouw Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer. De minister is meer gewonnen voor doorgedreven sensibilisering rond het thema. Een maand geleden bepleitte sectorfederatie AVBS deze groennorm tijdens een rondetafelgesprek over groenvoorziening in steden en dorpen.

De groennorm waar AVBS voor pleit, betekent dat er een minimum aan groen wordt voorgeschreven door het ruimtelijk beleid bij nieuwbouw en bij de herinrichting van bestaande verharde ruimte. “Zoals men vandaag rekent met 1,5 tot 1,8 parkeerplaatsen per woning in een verkaveling, zo kan men ook cijfers kleven op de wenselijke verharde en vooral niet-verharde oppervlakte binnen een verkaveling”, geeft Pieter Van Oost, secretaris van AVBS, als voorbeeld. De organisatie ziet veel voordelen in een dergelijke norm. Dit gaat van het filteren van fijnstofdeeltjes tot het verlagen van de omgevingstemperatuur en de warmteopname via groendaken.

Ook Schauvliege beseft dat iedereen gebaat is bij meer groen in de leefomgeving, maar volgens haar zou het zomaar invoeren van een groennorm ertoe kunnen leiden dat deze gepercipieerd wordt als een zoveelste last of normering die wordt opgelegd. “Om ervoor te zorgen dat een groennorm positief wordt ervaren, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Zo moet in de opleiding van architecten en stedenbouwkundigen meer aandacht worden besteed aan hoe men vanaf het concept van een gebouw meedenkt over de aankleding van de omgeving. Hetzelfde geldt voor de aanleg van een weg”, aldus de minister.

Volgens haar is het concept van ecosysteemdiensten of natuurvoordelen ook nog onvoldoende doorgedrongen in de maatschappij. “We zien dat heel veel verschillende diensten met dat onderwerp bezig zijn: het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het plattelandsbeleid, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Onroerend Erfgoed, naast tal van middenveldorganisaties. Spijtig genoeg werkt iedereen naast elkaar aan dat thema, elk op zijn eigen terrein.”

Om die reden heeft Schauvliege een ronde tafel opgezet over het thema. Daar werd het idee geopperd om een Staten-Generaal ‘Groen in de stad’ op te zetten. “Bedoeling is om een nog groter draagvlak voor het thema te creëren. Ook het uitwerken van een gezamenlijke visie over groenvoorzieningen in steden en gemeenten is een onderdeel van de agenda van deze Staten-Generaal”, klinkt het. De natuuradministratie is belast met het uitwerken van zo’n visie. Van zodra een eerste draftversie klaar is, kan die als basis dienen om tot een gezamenlijke visie te komen.

De minister wijst erop dat ook in de ontwerpteksten voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) sprake is van een groennorm of groenscore op plannings- en vergunningenniveau. Die moet bijdragen tot een substantiële vermeerdering van groen en blauw in de straten. Daarnaast kwamen er tijdens het rondetafelgesprek ook andere thema’s aan bod. “Zo hadden we het ook over kennisdeling, multifunctioneel groen, het belang om te denken aan groenaanleg vanaf het begin van het proces, het uitwerken van een ‘green deal’, enz.”, aldus Schauvliege.

Volgens haar is er veel expertise bij de verschillende partners aanwezig, maar ontbreekt het momenteel nog aan een coherente aanpak. “Als we die krachten veel meer bundelen en op elkaar afstemmen, dan zullen we veel verder geraken en onze middelen op een veel efficiëntere manier kunnen besteden. En dat is juist de bedoeling van de rondetafel over groenvoorziening in steden en dorpen”, besluit de minister. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via