nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.10.2018 Sectorvoorzitter: "De emmer is vol voor fruitbedrijven"

In 2016 hield het niet op met regenen en trok er eind juni een verwoestende storm over Haspengouw. Vorig jaar bevroren de bloesems door uitzonderlijk late lentenachtvorst. En dit seizoen is het opnieuw ‘prijs’ voor fruittelers want door de droogte zijn er minder dikke peren. “Dat betekent minder kilo’s per hectare, en een lagere prijs voor de kleine maten. Op de koop toe is het seizoen gestart met een verkoopprijs onder onze kostprijs”, zegt Luc Borgugnons, fruitteler in het Hageland en voorzitter van de sectorvakgroep binnen Boerenbond. De opeenvolging van tegenslagen groeit veel bedrijfsleiders boven het hoofd. Borgugnons wacht met ongeduld op de introductie van een brede weersverzekering. Mirakeloplossingen zijn er niet. Bij het aantrekken van vreemd kapitaal via investeerders heeft hij geen goed gevoel.

In de fruitsector staat de rentabiliteit van bedrijven zwaar onder druk. Perentelers voelen nog steeds de nasleep van de Ruslandboycot. Voor appels wordt de toegenomen internationale concurrentie steeds scherper. Daarnaast wordt de sector geconfronteerd met een opeenvolging van uitzonderlijke weersomstandigheden die de oogst drukken: de juni-storm en het sombere weer in 2016, de late lentenachtvorst in 2017 en de droogte in 2018. Ook de Pukkelpopstorm (2011) ligt nog vers in het geheugen van de getroffen fruittelers.

Boerenbond raamt de omzetdaling in de fruitsector dit seizoen op 8,5 procent. Een enquête bij telers leerde deze zomer dat er 6 procent minder peren geoogst worden dan het vijfjarige gemiddelde, en 5 procent minder appels. Het totale areaal hardfruit blijft stabiel, met ruim 16.000 hectare in België, maar fruitbedrijven blijven appelplantages rooien en perenbomen in de plaats planten. Perenboomgaarden maken nu 63 procent van het areaal uit.

“Op de meeste fruitbedrijven wordt de appeloogst deze week afgerond”, vertelt Luc Borgugnons, fruitteler in Kersbeek-Miskom (Vlaams-Brabant) en sectorvakgroepvoorzitter bij Boerenbond. “Ondanks de droogte zijn de appels iets dikker dan anders. Ze hadden een groeivoorsprong voor het zo droog werd en de regen eind augustus kwam net op tijd voor appels. Peren zijn een ander verhaal. De vruchtmaat valt tegen en dat voelen we twee keer in onze portefeuille. Kleinere peren resulteren in minder kilo’s, en voor een kleine peer betaalt de handel ook minder dan voor een dikke conference-peer. Traditioneel is de prijs een tikje minder tijdens de pluk, maar dit seizoen start extreem slecht. De prijs voor conference is zo laag dat telers niet geneigd waren om hun nieuwe oogst te verkopen.”

Borgugnons hoopt samen met zijn collega’s op een spoedig herstel van de perenprijs. “De teelt van conference is altijd een stabiele factor geweest voor het inkomen van een fruitteler. Het huidige prijsniveau, dat zelfs de kosten niet dekt, geeft een hoop stress.” Wat de appeloogst betreft, durft de sectorvakgroepvoorzitter zelfs niet meer dromen van een faire prijs. “De marktsituatie is een catastrofe. Polen zit met een recordoogst aan appels waar het geen blijf mee weet. Dat geeft grote druk op zowel de vers- als de industriemarkt. Alle frigo’s in Polen zitten propvol appels. En zelfs al zijn Belgische retailers niet zinnens om Poolse appels in het schap te leggen, ze vergelijken wel onze prijs met die van buitenlandse concurrenten. Wanneer afnemers dan net iets meer betalen, is onze kostprijs nog niet gedekt want die ligt hoger dan in Polen.”

De malaise op de appelmarkt is niet nieuw zodat Luc Borgugnons het areaal Jonagold-appels (een topproduct dat in het verleden zijn plaats opeiste naast de Conference, nvdr.) in de toekomst verder ziet afnemen. Nog zorgwekkender vindt hij dat het inkomen uit perenteelt geen garantie is dat wie vandaag fruitteler is dat morgen kan blijven. “De actuele perenprijs hoeft geen voorbode te zijn van een slecht seizoen, maar we mogen wel eerlijk communiceren dat het momenteel financieel echt niet goed gaat op de bedrijven.” Luc hoopt dat telers er de moed in houden want onzekerheid is troef: “Het geloof in perenteelt krijgt een nieuwe tik. Het vertrouwen in de coöperaties kreeg eerder al een flinke knauw door het faillissement van een fruitveiling – iets wat we nooit voor mogelijk hebben gehouden. De weersomstandigheden zijn een bijkomende bron van onrust.”

Sommige bedrijven wordt de opeenvolging van tegenslagen gewoon teveel. Hulp komt van buitenaf, van investeerders die weinig affiniteit hebben met landbouw maar in grond wel een goede belegging zien. Dat is niet het soort hulp waar de voorzitter van de fruittelers bij Boerenbond vrolijk van wordt: “De instroom van vreemd kapitaal in de sector is nog nooit zo groot geweest. Ik vrees dat het ons op termijn zuur kan opbreken. Je wordt fruitteler bij de gratie van een investeerder en leidt een bedrijf dat eigenlijk niet meer van jou is. Bovendien creëert het een financieel onevenwicht tussen fruitbedrijven, en oneerlijke concurrentie om grond. Dat dreigt ten koste te gaan van het familiaal fruitbedrijf.”

Vreemd kapitaal kan helpen om snel te groeien in areaal, maar in de huidige conjunctuur is het dikwijls niet van weelde dat een fruitbedrijf toenadering zoekt tot een investeerder. Het plaatje klopt al enkele jaren niet meer aan opbrengstenzijde, en ook aan kostenzijde hapert er wat. “Alles wordt duurder en dat voelen we vooral aan de personeelskosten, energiekosten en de facturen van de gewasbeschermingsmiddelen”, legt Borgugnons uit. Door de indexaanpassing stijgt het loon van arbeiders. De kostprijs van energie is sterk onderhevig aan taksen en bijdragen allerhande. “Hernieuwbare energie biedt geen uitkomst”, betreurt de fruitteler, “omdat zonnepanelen en windmolens ook elektriciteit opwekken wanneer een fruitbedrijf daar helemaal geen behoefte aan heeft. Onze koelcellen beginnen pas te draaien vanaf de eerste plukbeurten in september.” Aan het risico op een stroomonderbreking in november tilt hij niet zwaar: “Fruit dat in de koelcel zit, kan zonder effect op de kwaliteit een paar uren zonder stroom. Koelen in de daluren en de frigo’s uitschakelen in de piekuren zijn we gewend.”

Wat de aankoop van gewasbeschermingsmiddelen betreft, merkt Borgugnons dat de oude merkproducten verdwijnen en er nieuwe in de plaats komen. “Nieuwe middelen zijn milieuvriendelijker maar helaas ook altijd duurder. We spuiten minder met meer milieuvriendelijke middelen, maar de kostprijs van een spuitschema neemt wel hand over hand toe.” Een ander zorgenkind is de watervoorziening, zowel de beschikbaarheid van water als de prijs daarvan. “Sommige bedrijven hebben hun plantages reeds uitgerust met druppelbevloeiing, andere beregenen helemaal niet. Dat is sterk regioafhankelijk. Op de zware grond in Sint-Truiden gaat zich minder gauw een vochttekort voordoen.” Luc Borgugnons verwacht dat meer fruitbedrijven zullen investeren in beregening na de droogte dit seizoen. “Eigenlijk hollen we achter de feiten aan. Hetzelfde fenomeen doet zich voor na grote hagelschade. Nadien wordt er meer geïnvesteerd in hagelnetten of hagelverzekeringen.”

Op de vraag wat zijn voorkeur heeft – de oogst redden of het inkomen veilig stellen via een verzekering – zegt de Hagelandse fruitteler: “Ik heb liever een plantage van 1 hectare die goed beschermd is tegen een oogstmislukking dan 2 hectare waarvan ik maar moet zien wat er mee gebeurt in de loop van het seizoen.” Verzekeren is in de ogen van de fruitteler een noodoplossing om achter de hand te houden. “We hebben allemaal een brandverzekering. Toch doen we er ook alles aan om te vermijden dat onze woonst in vlammen opgaat. Ook in de fruitteelt is het én-én, waarbij de premie van een verzekering goedkoper zou moeten worden naarmate je als teler meer voorzorgen neemt.” In het licht van de bedroevende appel- en perenprijs plaatst hij daar wel de kanttekening bij dat investeren in teeltbescherming rendabel moet blijven. Net zoals de premie van een brede weersverzekering betaalbaar zal moeten wezen opdat land- en tuinbouwers er wat aan zouden hebben.

“Waar blijft de weersverzekering?”, vraagt Luc Borgugnons zich tot slot af. Dit beleidsinstrument krijgt van Europa de wind in de zeilen. Vanaf 1 januari 2019 wordt de toegelaten overheidstussenkomst in de verzekeringspremie opgetrokken van 65 naar 70 procent. Het aandeel eigen risico daalt van 30 naar 20 procent. “In Nederland bestaat de weersverzekering al langer. Ga kijken hoe het daar werkt”, suggereert de sectorvoorman aan de Vlaamse beleidsmakers.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via