nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.12.2017 Slechte waterkwaliteit voorspelt strenger mestbeleid

Uit het nieuwe Mestrapport blijkt dat de waterkwaliteit nog niet genoeg is verbeterd, ondanks de onmiskenbare inspanningen van landbouwers die zich schikken naar het mestbeleid. De Vlaamse Landmaatschappij brengt het slechte nieuws (21% rode MAP-meetpunten voor nitraat en 67% overschrijdingen van de fosfaatnorm, nvdr.), maar probeert de moed er bij land- en tuinbouwers in te houden: “Hoopgevend is dat uit de controleacties door de Mestbank en uit de begeleiding blijkt dat er vooruitgang mogelijk is. Maar dan moet alles op alles gezet worden.” Minister Joke Schauvliege voegt daaraan toe dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om aan te tonen dat de performante Vlaamse landbouw binnen de milieukundige randvoorwaarden kan opereren.

Sinds 2001 rapporteert de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) jaarlijks over de mestproblematiek in Vlaanderen via het Mestrapport. Bij het verschijnen van elk nieuw rapport is het hopen op een bemoedigende vooruitgang van de waterkwaliteit want opeenvolgende mestactieplannen hebben de lat steeds hoger gelegd voor land- en tuinbouwers. Het goede nieuws blijft helaas uit want het percentage rode MAP-meetpunten staat na winterjaar 2016-2017 nog steeds op 21 procent, terwijl het mestactieprogramma (MAP5) erop gericht was om dat percentage te doen dalen tot vijf in 2018. Een rood MAP-meetpunt houdt een overschrijding in van de drempelwaarde voor nitraat (50 mg per liter water).

Vijftien jaar lang is de waterkwaliteit gestaag verbeterd, maar de laatste vier (meet)jaren stagneert het percentage rode MAP-meetpunten. “De doelstelling uit MAP5 lijkt niet haalbaar”, erkent de Vlaamse Landmaatschappij, “maar de regionale verschillen zijn groot.” De bekkens van de Boven-Schelde, IJzer, Leie en Maas vertonen het hoogste percentage meetpunten met een overschrijding.

Eén overschrijding van de nitraatnorm volstaat om een MAP-meetpunt rood te kleuren zodat er meetpunten zijn die op de wip zitten tussen ‘rood’ en ‘groen’. Het gaat om 15 procent van de meetpunten die de afgelopen vier jaar de ene keer goed en de andere keer slecht scoorden. Bij 72 procent van de meetpunten werd geen enkele keer een overschrijding vastgesteld in de voorbije vier winterjaren. Na februari zijn er nauwelijks nog meetpunten die de omslag maken van ‘goed’ naar ‘slecht’. Het voorbije winterjaar overschreed 38 procent van de rode MAP-meetpunten de nitraatnorm reeds in de eerste drie maanden (juli-augustus-september).

Ook voor grondwater kan de positieve lijn in de resultaten niet doorgetrokken worden, maar – anders dan voor oppervlaktewater – is de doelstelling hier niet buiten bereik. Sinds 2005 wordt een daling van de nitraatgehalten in het grondwater vastgesteld, maar in 2015 en 2016 zijn de nitraatconcentraties terug licht gestegen. VLM vermoedt dat de (uitzonderlijke) weersomstandigheden daarvoor verantwoordelijkheid zijn. Net zoals in het oppervlaktewater zijn er grote regionale verschillen wat de nitraatgehalten in het grondwater betreft. “Het halen van de MAP5-doelstelling voor grondwater – een afname van de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie op filterniveau 1 tot minder dan 32 mg nitraat per liter in 2018 – is nog altijd haalbaar als het opnieuw tot een duidelijke concentratiedaling komt”, zo benadrukt VLM.

Historisch lag de focus van het Vlaamse mestbeleid vooral op nitraat, wat logisch voortvloeit uit de omzetting van de Europese Nitraatrichtlijn. Gaandeweg is de aandacht ook steeds meer uitgegaan naar fosfaat. In het vijfde mestactieplan werken de fosfaatnormen zelfs meer beperkend bij de toediening van dierlijke mest dan de bemestingsnormen voor stikstof. Schijnbaar zonder resultaat want het Mestrapport meldt dat “de doelafstand tot volledig normbereik voor fosfaat nog veel groter is dan voor nitraat”.

Hier past één belangrijke bedenking bij, die VLM ook maakt: “De verschillende dynamiek van beide nutriënten moet in het achterhoofd gehouden worden. De historisch opgebouwde fosfaatvoorraad in de bodem en het riviersediment zal nog verscheidende jaren aanleiding geven tot normoverschrijdingen.” Op dit moment overschrijdt twee derde van de MAP-meetpunten de milieukwaliteitsnorm voor fosfaat, wat iets beter lijkt dan de drie voorgaande jaren.

Het frusterende aan fosfaat is dat er nauwelijks wat veranderd, laat staan verbeterd, is. Een trendanalyse van het voorbije decennium wijst uit dat de meeste meetpunten geen statistisch significante trend vertonen. Voor fosfaat is het percentage meetpunten met een significante daling (4%) zelfs kleiner dan het percentage meetpunten met een significante stijging (19%). Ook zijn er opmerkelijk veel meetpunten met een overschrijding voor fosfaat die een stijgende trend vertonen (17%). Verder onderzoek zal beter inzicht moeten geven in de uitspoeling van fosfaat en de termijnen waarop effecten zullen zichtbaar zijn.

De uitdagingen op vlak van waterkwaliteit zijn groot, en de tijd dringt. Over de reflectie die VLM maakt in het Mestrapport 2017 en de acute oplossingen die minister Schauvliege uitwerkte in afwachting van MAP6 schrijven we later nog.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLM

Volg VILT ook via