nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

07.06.2017 Slinkende boerenpopulatie is 1 van 5 grote uitdagingen

De commissie Landbouw van het Vlaams Parlement wil zich los van actuele dossiers diepgaander buigen over een duurzame toekomst van de landbouw in Vlaanderen. Een week geleden is daarover van gedachten gewisseld met de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Hoewel er bij de 18 ledenorganisaties verschillende en soms ook tegengestelde visies over landbouw bestaan, slaagde de SALV erin om vijf uitdagingen af te bakenen. “Het zijn stuk voor stuk heikele punten die elk een antwoord zullen moeten vinden vanuit het beleid, maar ook vanuit de sector zelf en liefst in een participatief traject”, zegt SALV-voorzitter Hendrik Vandamme. Uitdaging nummer één: geen landbouw zonder landbouwers dus hoe hou je hen aan de slag en trek je nieuwkomers aan?

Landbouwadviesraad SALV identificeert vijf uitdagingen voor een duurzame toekomst van de Vlaamse landbouw. Je vindt ze niet terug in een ‘klassiek’ SALV-advies, maar in een verkennende nota die er gekomen is omdat de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement van gedachten wou wisselen over de toekomst van de sector. Dat is op 31 mei gebeurd, en ondertussen is de nota die aan de basis lag van de gedachtewisseling publiek beschikbaar.

De SALV omschrijft het zelf als een aanzet voor een discussie over de gezamenlijk geformuleerde toekomstige uitdagingen, waarbij de verschillende invalshoeken aan bod kunnen komen. Over de oplossingsrichtingen verschillen de meningen maar SALV-secretaris Koen Carels vindt het frappant dat er eensgezindheid is over de uitdagingen. Binnen de SALV zijn immers 18 ledenorganisaties vertegenwoordigd, en die delen niet allemaal dezelfde zienswijze op landbouw.

Waar ze het bijvoorbeeld wel over eens zijn, is dat de krimpende boerenpopulatie één van de belangrijkste uitdagingen is voor de toekomst. De vraag is of en hoe je dat kan keren door bestaande boeren aan de slag te houden en de volgende generatie of nieuwkomers van buiten de sector in de stiel te laten stappen. Uit de verkennende nota blijkt dat een aantal randvoorwaarden daarvoor ongunstig zijn. Zo wordt de toegang tot grond steeds moeilijker. Het toenemend niet-agrarisch gebruik van gronden stuwt de prijzen de hoogte in. Voor veel landbouwers wordt het steeds moeilijker om grond te kopen of te pachten. Wanneer jonge boeren gevraagd worden naar hun grootste zorgen, is ‘grond’ hun eerste antwoord.

Een landbouwbedrijf overnemen of opstarten is complex geworden. Bedrijven worden groter, niet alleen in oppervlakte maar ook in kapitaalsbehoefte. Jonge landbouwers beschikken bij de start maar over beperkte middelen. Uit een bevraging in 2013 bleek dat zeven op de tien jonge landbouwers eerst buitenshuis gaat werken voor hij of zij het bedrijf overneemt. Een kwart van hen deed dit om een eigen vermogen op te bouwen. Een (familiale) bedrijfsovername heeft naast het financiële aspect ook sociale implicaties. Zakelijke belangen en familiale banden kunnen met elkaar in conflict komen. Ook moeten tal van juridische aspecten geregeld worden, van de overdracht van de pachten tot de keuze van de bedrijfsstructuur en rechtsvorm. Het uitbaten van een landbouwbedrijf is veel meer dan vroeger kennisintensief, wat een degelijk opleidingsniveau nodig maakt.

Waar de huidige generatie erg mee worstelt, is de grote volatiliteit van hun inkomen. De beschermende marktmechanismen van het Europees landbouwbeleid werden afgebouwd. Boeren voelen dat in hun portemonnee. Als gevolg van de grotere volatiliteit kunnen moeilijk financiële buffers worden opgebouwd. Het inkomensverschil tussen landbouwers en werknemers neemt verder toe in het nadeel van landbouwers. Veel landbouwers ervaren unfaire prijzen. Machtsconcentratie in bepaalde schakels van de agrovoedingsketen zorgt voor druk op de prijzen en ongelijke onderhandelingsmacht. In België is vooral de retail erg geconcentreerd. Drie grote supermarktketens hebben samen een marktaandeel van bijna 75 procent. In vergelijking daarmee oogt de positie van de circa 24.000 boeren en tuinders in de keten zwak.

Van de ene op de andere dag wat anders gaan doen, kan een landbouwer niet. De investeringen in machines en gebouwen zijn groot, en door de kleine marges zijn de terugverdientijden lang. Bovendien wordt de sector gekenmerkt door een grote specialisatiegraad. Veranderen van deelsector of bedrijfsmodel is vaak onhaalbaar. Binnen de SALV vindt men het een pijnpunt dat landbouwopleidingen te weinig aandacht besteden aan ‘marktgericht ondernemerschap’, en aan de verschillende landbouwpraktijken. Toekomstige landbouwers moeten een keuze kunnen maken die voor hen rendabel is. Wat de investeringssteun van de overheid betreft, wordt opgemerkt dat er steun is voor overnemers maar niet voor nieuwe starters in de landbouw. SALV en Minaraad hoopten dat deze maatregel opgenomen zou worden in het plattelandsontwikkelingsprogramma.

De landbouwadviesraad gaat de oorzaak van het probleem ook zoeken bij de boerenstiel zelf. Die scoort qua balans tussen werk en privé niet zo goed, wat nieuwkomers kan afschrikken. Uit de Vlaamse werkbaarheidsmonitor is af te lezen dat één op de drie zelfstandigen uit de sector het moeilijk hebben om werk en privé op elkaar af te stemmen. Ook ervaart 29 procent van de ondervraagde agrarische ondernemers werkstress. Op vlak van ‘werkbaar werk’ scoort land- en tuinbouw slechter dan het Vlaams gemiddelde.

Benieuwd naar de vier andere uitdagingen voor landbouw? Hou VILT.be in de gaten of lees alvast de verkennende SALV-nota.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via