nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.05.2017 Smaak en gewoonte voornaamste redenen om vlees te eten

Het thuisverbruik van vlees, gevogelte en wild daalt verder. In 2008 bedroeg het nog 35 kilo per capita, maar in 2016 zakte het tot 29 kilo. Gezondheid, variatie, impact op het milieu, prijs en dierenwelzijn zijn de belangrijkste drijfveren om de vleesconsumptie terug te schroeven. Toch eet de gemiddelde Belg nog steeds vaker vlees dan vis of vegetarisch. Dat heeft vooral met de smaak te maken. Ook gewoonte en het voedzame karakter worden als belangrijke redenen bestempeld om vlees te eten. Dat concludeert VLAM uit GfK-cijfers en ander marktonderzoek.

Volgens VLAM blijft de Belg een echte vleeseter. Zo verklaart 63 procent van de Belgen dat ze minstens vier keer per week vlees eten en bijna een kwart onder hen zou dit dagelijks doen. Daartegenover staat dat 21 procent meer dan één keer per week vis of week- en schaaldieren eet en eveneens 21 procent meer dan één keer per week vegetarisch. Amper vijf procent van de Belgen tussen 18 en 65 jaar zijn vegetariër. Van de 29 kilo vlees die elke Belg jaarlijks eet, gaat het om 19 kilo vlees en 10 kilo gevogelte en wild. Een gemiddelde persoon eet 6 kilo vis, week- en schaaldieren per jaar en 0,3 kilo vegetarische vleesvervangers.

VLAM stelt dat op basis van deze cijfers kan gezegd worden dat voor veel Belgen vlees nog steeds een onmisbaar deel van de maaltijd is. “De belangrijkste reden om vlees te eten, is dat het lekker is. Het hoort ook sterk bij onze eetcultuur: als er geen vlees op het bord ligt, dan krijgt de Belg al gauw het gevoel dat het evenwicht zoek is. Belgen beseffen ook dat vlees essentiële voedingsstoffen bevat en dus niet zomaar geschrapt kan worden uit een gezonde en evenwichtige voeding”, luidt het. Het gemak om vlees te kopen en te bereiden en de variatie die het biedt, zijn bijkomende drijfveren om vlees te eten.

Toch blijkt ook uit de cijfers dat Belgen de laatste jaren minder vlees eten. Zo daalde de aankoopfrequentie van vlees tot 53 keer per jaar, terwijl dit in 2008 nog 63 keer was. Bovendien zegt 37 procent van de Belgen expliciet dat ze nu minder vlees eten dan vorig jaar. Bijna drie op tien zegt te overwegen om in de toekomst nog te gaan minderen. “Opvallend is evenwel dat het aantal vegetariërs niet significant toeneemt en dat ook het aantal dagelijkse vleeseters stabiel blijft. Het zijn dus vooral de mensen uit de tussencategorie, de consumenten die eerder al vlees afwisselden met vleesvervangers, die nog iets regelmatiger vlees afwisselen met vis of vegetarisch”, concludeert VLAM.

De belangrijkste reden die Belgen aanhalen om voor afwisseling te kiezen is gezondheid. “Via allerlei kanalen vernemen consumenten dat (rood) vlees niet gezond is. Toch is het merendeel overtuigd van het voedzame karakter van vlees: 69 procent gaat akkoord met de stelling dat vlees essentiële voedingsstoffen bevat en dus niet zomaar geschrapt kan worden uit een evenwichtige voeding. Dat percentage bleef de afgelopen vijf jaar bovendien stabiel”, klinkt het. Andere redenen zijn onder meer smaakvoorkeur, variatie, milieu, prijs en dierenwelzijn. Tegelijk worden er ook vragen gesteld bij de alternatieven voor vlees. Zijn ze wel lekker? Zijn ze gezond? Wat is de kostprijs?, enz.

Vlees en gevogelte wordt nog steeds het meest thuis geconsumeerd. Van het totaal aantal consumptiemomenten vindt twee derde thuis plaats. In acht procent van de gevallen wordt het geconsumeerd bij familie of vrienden, in zeven procent bij klassieke horecazaken en vijf procent van de consumptiemomenten vindt op het werk of op school plaats. Het valt ook op dat gemengd vlees en varkensvlees vaker thuis wordt gegeten, terwijl rundvlees meer in een horecazaak op het bord komt (10%).

Het pure verse varkensvlees kon zich, binnen een dalende vleesmarkt, handhaven op een aankoop van iets minder dan zes kilo per capita of 31 procent van het aangekochte volume vers vlees. Vleesmengelingen blijven in volume de grootste categorie: met een volume van 6,5 kilo maken ze ondertussen 36 procent van het aangekochte volume vers vlees uit. Rundvlees krijgt af te rekenen met een verdere daling van 4,7 naar 4,6 kilo per capita. Kalfsvlees wist in 2014 meer kopers aan te trekken, maar is die intussen kwijt. Het gaat om minder dan 700 gram per capita per jaar. Schapen- en lamsvlees vormen met 3 procent volume-aandeel een klein maar stabiel segment in de vleesmarkt. Grootste verliezers in de vleescategorie zijn paarden- en orgaanvlees.

Qua distributie blijven de traditionele grootwarenhuizen het belangrijkste aankoopkanaal voor vers vlees met een marktaandeel van 41 procent. De slager, inclusief superettes en ambulante handel, stabiliseert en heeft een kwart van de markt in handen. Hard discount is binnen vlees een kleinere speler, maar ontwikkelt zich snel. Op acht jaar tijd verdubbelde dit kanaal zijn marktaandeel tot 13 procent vandaag. De buurtsupermarkten blijven schommelen rond de 18 procent marktaandeel.

De charcuteriemarkt is een stabiele markt over de jaren heen. De Belg koopt zo’n 11 kilo vleeswaren en besteedt er 128 euro aan. In 2016 kocht de Belg iets minder vleeswaren dan het jaar voordien, maar door een hogere gemiddelde charcuterieprijs stegen de bestedingen wel lichtjes. Voor vleeswaren is de ‘hard discount’ het afzetkanaal dat het meeste terrein wint.

Bron: Landbouwleven

Beeld: VLAM

Volg VILT ook via