nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.08.2018 Sneuvelt het taboe van de ggo's bij Groen?

De jongerenafdeling Jong Groen staat positiever tegenover genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s). Ze neemt een andersluidend, soepeler standpunt in tegenover gentechnieken. Dat dat standpunt botst met dat van de ‘grote partij’ vindt Belinda Torres Leclercq, covoorzitster van Jong Groen, wat te sterk uitgedrukt. In De Standaard zegt ze: “We hechten alle twee het grootste belang aan duurzame landbouw. Als ggo's die kunnen bevorderen, zijn wij niet tegen.” Andere stemmen in het ggo-debat zeggen dan weer dat de claim dat we crispr nodig hebben om de wereld te voeden, een mythe is die de agro-industrie graag in stand houdt.

Sinds de uitspraak van het Europees Hof van Justitie dat de nieuwste technieken die wijzigingen in het genoom van organismen aanbrengen - waaronder crispr - onder de vrij strikte Europese ggo-wetgeving vallen, komt het ggo-debat opnieuw op gang, ook in de politiek. Genetisch gemanipuleerde organismen (ggo's) zijn geen taboe meer voor Groen, kopte de krant De Morgen. De nieuwe impuls komt van de jongerenpartij Jong Groen, die een soepeler standpunt inneemt. Ze kregen daarin enige bijval van partijkopstuk Petra De Sutter.

De partijwoordvoerder van Groen ontkent intussen dat er sprake is van een bocht en zegt dat het partijstandpunt niet veranderd is. “Jong Groen heeft een standpunt ingenomen dat ik als ‘ja, maar’ omschrijf. Of: ggo's kunnen als ze aan voorwaarden voldoen”, reageert Bart Staes, boegbeeld van de partij in het Europees Parlement en al jaren actief rond de ggo's. “Petra De Sutter en ik hebben het algemene partijstandpunt voorbereid en dat luidt nog steeds ‘ggo's kunnen niet, tenzij’. Voor ons zijn de voorwaarden niet vervuld en daarom blijven we beter voorzichtig.”

“De oudere garde binnen de partij blijft er zeer sceptisch over dat ggo's kunnen in een duurzaam agrarisch model”, zegt Petra De Sutter. “Ze zitten vandaag verweven in industriële landbouw en monopolies en we zien niet in hoe ze daar uit kunnen raken. De jongeren zijn kennelijk wat idealistischer.” Ook uit een andere hoek wordt de inpassing van ggo’s in een duurzaam landbouwmodel met een kritische blik gevolgd. “Dat we crispr nodig hebben om de wereld te voeden, is een mythe die de agro-industrie graag in stand houdt”, reageren Greet Lambrecht en Lien Vrijders in een opiniestuk.

“De realiteit is dat de industriële landbouw vandaag slechts 30 procent van ons voedsel produceert, maar een enorme impact heeft op milieu en klimaat”, zegt Lien Vrijders, docente agro-ecologie en trekker van de vzw Vitale Rassen. “Maar liefst 70 procent van onze voeding is afkomstig van kleinschalige landbouw die niet afhankelijk is van grootschalige input en veel gemakkelijker te verzoenen is met natuurherstel en klimaatadaptatie.” Ook Greet Lambrecht, bioboerin en trekker van het netwerk Zelf Zaden Telen, vraagt zich af: op welk landbouwmodel zetten we in? En welk soort plantenveredeling hoort daarbij?

“De laatste eeuw verloren we 75 procent van onze groenten- en fruitvariëteiten door de industrialisering van de landbouw en de plantenveredeling”, zeggen Vrijders en Lambrecht. “Moet crispr die genetische erosie herstellen of wordt het tijd om met de plantenveredeling andere pistes te verkennen? Dat zou een rijk en complex debat kunnen opleveren waarin wetenschappelijke, economische, ecologische en sociale argumenten hun plaats hebben. Jammer genoeg werd dat debat nog niet gevoerd in Vlaanderen omdat maar één denkpiste van veredeling een forum krijgt binnen overheid en universiteit. Hopelijk komt daar verandering in”, besluiten ze.

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via