nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.04.2018 Sp.a wakkert debat over faire voedselprijzen aan

Sp.a-Kamerlid Annick Lambrecht dient een resolutie waarin staat dat de regering minimumprijzen moet opleggen die supermarkten aan boeren moeten betalen. "In de plaats van geld te steken in de oplossing van steeds nieuwe voedselschandalen, zouden we beter de eigen boeren ondersteunen", vindt ze. Landbouworganisaties Boerenbond en ABS reageren wel genuanceerd op de voorstellen van sp.a. "We zijn blij met de aandacht voor het probleem, maar ingrijpen in het marktmechanisme kan ook nadelen veroorzaken", klinkt het.

"Na elk voedselschandaal wordt er veel gepraat, maar er gebeurt niks", zegt Lambrecht, doelend op recente schandalen als de Veviba-affaire en de fipronilcrisis. "Het wordt tijd dat er echt iets verandert", zegt Lambrecht aan De Standaard, De Morgen, Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg en Het Laatste Nieuws. Het sp.a-Kamerlid stelt voor om de minimumprijs per product te laten vastleggen door de federale overheidsdienst Economie. "Je kan een systeem uitwerken waarbij het minimumniveau de kostprijs van de producten is", zegt ze.

Lambrecht pleit ook voor een verbod op extreme kortingen voor voeding, iets wat in Frankrijk eveneens op de agenda staat. Daarnaast wil ze een invoertaks op elk buitenlands product met een Belgische variant. "Het is toch niet logisch dat we appelen uit Nieuw-Zeeland verkopen, terwijl we in eigen land zoveel lekkere appelen hebben?" De resolutie die Lambrecht heeft ingediend in de Kamer is geen wetsvoorstel, maar vooral bedoeld om het debat op te starten.

En met dit debat zijn de landbouworganisaties alvast blij. “Het is positief dat het debat over faire prijzen voor consument én boer eindelijk gevoerd wordt”, reageert Boerenbond in een persbericht. De organisatie wijst er echter op dat de minimumprijs waar nu over gesproken wordt, eigenlijk niet nieuw is. “Dat was vroeger gegarandeerd via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, maar dat beleid gesteund op minimumprijzen werd afgebouwd, iets waar wij zeker geen vragende partij voor waren”, luidt het. Volgens Boerenbond kwam er te weinig voor in de plaats waardoor de boer daar op dit ogenblik, vaak letterlijk, de rekening voor betaalt.

“Maar het besef dat de markt op Europees niveau gecorrigeerd moet worden om faire prijzen voor de consument én voor de boer te hebben, dringt gelukkig steeds meer door in het politieke en in het maatschappelijke debat. En dat is goed ook, want het is hoog nodig”, zegt voorzitter Sonja De Becker. Voor Boerenbond is het in elk geval cruciaal dat het bestaande verbod op verkoop met verlies aan de consument behouden wordt. “Het beschermt de boer tegen een prijzenslag zonder einde.”

De taks op import die de sp.a voorstelt, bestaat in de ogen van Boerenbond nu al via Europese invoerheffingen. “Dat is een goede zaak en willen we graag ook zo houden. Evenwichtige handelsakkoorden beschermen het recht op eigen voedselproductie door invoerheffingen te aanvaarden voor de kritische voedingsproducent.” Toch stelt de landbouworganisatie vast dat – onder druk van andere economische belangen – landbouw vaak als pasmunt gebruikt wordt in handelsakkoorden.

Wat promoties betreft, maakt Boerenbond een onderscheid tussen promoties om vraag en aanbod van een vers en bederfbaar product op elkaar af te stemmen en braderen met voedsel. “Het doet landbouwers pijn om te zien hoe soms met hun product gegooid wordt om de consument te lokken. Bovendien vertekent het de perceptie bij de consument van een correcte prijs voor voedsel. Neen, het is niet normaal dat melk goedkoper is dan water. Een beteugeling van extreme promoties is dus inderdaad wenselijk”, klinkt het.

Ook het Algemeen Boerensyndicaat is tevreden dat er vragen worden gesteld bij extreme promotieacties van supermarkten. “Wij zijn al langer vragende partij om die te beteugelen”, zegt voorzitter Hendrik Vandamme. Maar volgens hem ligt de sleutel bij de warenhuizen en de aankoopcentrales. “Daar moet dringend op een andere manier gekeken worden naar de prijsvorming van een product en naar de prijsonderhandelingen die er gevoerd worden.” In dat opzicht is Vandamme wel blij met de resolutie van sp.a omdat ze bijdraagt aan de bewustwording rond deze problematiek. Minimumprijzen zijn volgens hem iets moeilijker te realiseren. “Wat is een productiekost? Die is voor elk bedrijf verschillend”, klinkt het.

Ook Rikolto, het vroegere Vredeseilanden, komt tot die vaststelling. “De gemiddelde productiekost is zo variabel dat hij niets zegt. Bovendien loeren er ongewenste neveneffecten om de hoek. “Voor je het weet ben je overproductie aan het stimuleren, zoals in het verleden het geval was met de Europese minimumprijzen. Je dreigt ook onrendabele en slecht beheerde bedrijven te subsidiëren, wat dan weer niet fair is ten aanzien van goed beheerde landbouwbedrijven”, klinkt het.

Volgens Rikolto is het probleem van prijsvorming zo oud als de landbouw zelf omdat de prijzen van landbouwproducten inherent volatiel zijn. “Zowel de vraag als het aanbod zijn inflexibel: mensen eten niet meer appelen als de prijs daalt of bomen geven niet meer vruchten omdat er vandaag minder vraag is”, stelt de organisatie. Dat zorgt voor sterke prijsschommelingen bij onvoorzien overaanbod of tekort. Daarnaast wijst Rikolto ook op het machtsonevenwicht tussen veel kleine landbouwbedrijven en een handvol grote supermarkten als oorzaak voor een gebrekkig functionerende markt.

Berusten in deze situatie is echter geen optie, meent de organisatie. “De problematiek van onleefbare prijzen vormt een reële bedreiging voor de toekomst van onze landbouw en voedselvoorziening. We moeten dus op zoek naar oplossingen die de volatiliteit in de prijsvorming beheersen, over een langere periode een lonende prijs tot stand brengen, zonder daarbij structurele markttendensen uit te schakelen”, analyseert Rikolto.

In een ‘one size fits all’-oplossing gelooft de organisatie echter niet: één wet kan het probleem niet oplossen. “Voor producten met meer stabiele aanvoervolumes zoals melk of varkensvlees kan het zinvol zijn dat afnemers minimumprijzen afspreken met de producenten, gekoppeld aan bepaalde volumes die ze zeker nodig hebben. De minimumprijs kan volgens ons beter gekoppeld worden aan de gemiddelde marktprijs van de voorbije jaren, eerder dan aan de kostprijs. Op die manier geef je een marktsignaal mee aan de producenten, maar neem je wel het prijsrisico weg. Idealiter wordt er elke drie tot zes maanden een nieuwe minimumprijs berekend.”

Daarnaast stelt Rikolto voor om met gecompenseerde minimumprijzen te werken. “In een situatie waarbij de marktprijs onder de minimumprijs daalt, steunt de supermarkt dan een tijdje de producenten door toch de minimumprijs aan te houden. Wanneer de marktprijs terug boven de minimumprijs gaat, houdt de supermarkt de minimumprijs nog even aan, tot ze de eerder gegeven steun terug heeft verdient. Zo neem je het prijsrisico voor boeren grotendeels weg, zonder dat dit leidt tot een extra kost voor de supermarkt en dus een meerprijs voor de consument”, luidt het.

Ook voor sectoren die sterk afhankelijk zijn van weersomstandigheden zijn er oplossingen te bedenken. Rikolto verwijst daarbij naar de groente- en fruitsector. “Daar kan het werken met minimumprijzen erg marktverstorend werken. Op bepaalde momenten heb je door weersomstandigheden grotere productievolumes dan normaal. Als je dan de prijzen niet laat zakken, ga je met overschotten zitten. Toch zijn ook hier oplossingen te bedenken waarbij je met landbouwers, voedingsbedrijven en afnemers zoekt naar manieren om die overschotten te verwerken.

De oplossingen die Rikolto naar voor schuift, vergen allemaal samenwerking tussen de verschillende spelers in de keten. “In die samenwerking heeft de overheid een rol te spelen, al was het maar als toezichthouder om te vermijden dat er onrechtmatige prijsafspraken worden gemaakt. Bovendien kan de overheid een ombudsman aanstellen die onafhankelijk klachten kan onderzoeken over gevallen van machtsmisbruik in de handelsrelaties tussen boeren en grote voedingsbedrijven of supermarkten”, klinkt het nog.  

Bron: Eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via