nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.12.2016 Spartelende primaire sector fnuikt omzet machineverkoop

Het aantal investeringen in nieuwe staluitrustingen en landbouwmachines is in 2015 flink gedaald, en ook tijdens de eerste jaarhelft van 2016 liepen er bij de stallenbouwers en machineverkopers merkelijk minder bestellingen binnen dan de voorgaande jaren. Uitschieter in de negatieve richting zijn de cijfers voor de melkveehouderij, waar fors minder geïnvesteerd wordt. Over de verklaring daarvoor hoeft Johan Colpaert, voorzitter van de koepelfederatie Fedagrim, niet lang na te denken: “Er wordt niet veel verdiend bij de boeren, en dat voelen we.” De verkochte machines worden wel steeds groter en gesofisticeerder, maar konden niet verhinderen dat de sector in 2015 zijn laagste omzet in 10 jaar realiseerde. 

Wat verkopers van staluitrustingen en landbouwmachines tijdens het jaar merken in hun dagdagelijkse bedrijfsvoering, wordt aan het einde van het jaar in harde cijfers vertaald op de pagina’s van het Economisch Dossier van sectorkoepel Fedagrim. 2015 staat in ons geheugen gegrift als het jaar van de breed gedragen en massaal bijgewoonde boerenbetoging op 7 september om de malaise in de sector en het onmondig antwoord daarop vanuit het beleid aan te klagen. 2015 was het jaar van de zuivelcrisis en het jaar ook waarin de varkensmarkt de absolute bodem bereikte.  

Dat een flink deel van de Belgische land- en tuinbouwers in 2015 noodgedwongen de vinger op de knip hield, is dan ook niet verwonderlijk. “Er wordt niet veel verdiend bij de boeren, en dat voelen we in de handel”, zo klinkt het onomwonden bij Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert. Om daar meteen een cijfer op te plakken: vorig jaar dook de verkoop van tractoren met een vermogen groter dan 50 pk voor het eerst sinds lang onder de 2.000 stuks, 1.971 om precies te zijn. In 2014 waren dat er nog 2.389. Bij de kleine tractoren, met een vermogen kleiner dan 50 pk, zet de groei van de voorbije jaren zich gestaag verder: 521 stuks in 2015 tegenover 453 stuks in 2013 en 514 in 2014. Dat die in heel wat gevallen naar paardenhouders, hobbyboeren of andere bestemmingen buiten de professionele landbouw gaan, verklaart waarom zij aan de conjunctuurdip ontsnapten. Bij de grote tractoren blijft New Holland het meest populaire merk, gevolgd door John Deere, Deutz Fahr, Case en Fendt, in die volgorde.

Bij de landbouwmachines zien we diezelfde neerwaartse trend herhaald. Daar waar er tijdens het eerste en tweede kwartaal van 2014 nog 438 verreikers aan de man werden gebracht, waren dat er tijdens het eerste en tweede kwartaal van 2015 maar 351, en tijdens diezelfde kwartalen dit jaar slechts 282. Dat is een daling met liefst 19,7 procent ten opzichte van vorig jaar. Ook de verkoop van kunstmeststrooiers nam met een daling van 19,6 procent ten opzichte van het eerste en het tweede kwartaal vorig jaar een flinke duik: 296 in 2015 tegenover 238 dit jaar. Bij de ploegen was de daling met 4,7 procent gematigder. Van sommige machines werden overigens ook meer stuks verkocht. Harken (+0,6%), persen en wikkelaars (+12,5%) en vooral maaiers (+39,9%) gingen dit jaar iets vlotter de deur uit.

Als we dan even inzoomen op de melkveehouderij dan blijken de cijfers een logische vertaling van de povere melkprijs die boeren vorig jaar uitbetaald kregen. De grote investeringen in de aanloop naar de afschaffing van de quota zorgden voor flinke cijfers in 2013 en 2014. Na de afschaffing van de quota op 1 april 2015 verdampte de investeringshonger. Het aantal melkinstallaties daalde tijdens de eerste twee kwartalen van dit jaar met 34,3 procent ten opzichte van diezelfde kwartalen in 2015. Het aantal nieuw geïnstalleerde visgraatmelkstallen en stallen met robot halveerde quasi en ook bij de andere staltypes werden stuk voor stuk minder orders genoteerd. Ook de daling met 18,3 procent van het aantal nieuwe melkkoeltanks bevestigt de neerwaartse trend. Opvallend daarbij: terwijl in 2005 maar 11 procent van die tanks een capaciteit groter dan 10.000 liter had, was dat in 2015 liefst 75 procent, een bewijs van de schaalvergroting die het voorbije decennium plaatsvond in de sector.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via