nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.12.2017 Stallenbouw is even conjunctuurgevoelig als landbouw

Het jaar 2016 verliep “uitzonderlijk teleurstellend” voor stallenbouwers en leveranciers van staluitrusting. De melkveehouderij stond in overlevingsmodus en bij varkens- en vleesveehouders was de investeringslust al langer weg. Kippenstallen en bewaarloodsen voor aardappelen, dat is zowat het enige wat er vorig jaar gebouwd werd. 2017 is beter maar nog altijd geen hoogvlieger. “Het vertrouwen bij de landbouwers keert terug, maar inmiddels zijn een aantal bouwbedrijven gestopt of geheroriënteerd naar industriebouw”, beschrijft sectorvoorzitter Johan Colpaert (Fedagrim) de sporen die 2016 heeft nagelaten.

De lage melk- en varkensprijs in 2016 heeft niet alleen de primaire producenten pijn gedaan, maar ook hun leveranciers van staluitrusting en de firma’s gespecialiseerd in stallenbouw. Zij zagen hun omzet met 26 procent dalen in 2016, en slechts met zeven procent hernemen in de eerste twee kwartalen van dit jaar. Sectorvoorzitter Johan Colpaert windt er geen doekjes om: “Qua omzet was het zonder meer slecht. Automatisch gaat ook de marge per gebouw omlaag want als er zich minder gegadigden aandienen, dan strijden firma’s voor elke stal.” Die strijd bleef niet zonder gevolgen want een aantal bouwfirma’s zijn inmiddels stopgezet en anderen heroriënteerden zich naar industriebouw.

Ook de leveranciers van melkapparatuur beleefden een moeilijk jaar, naar verluidt het slechtste in 20 jaar tijd. “Deze firma’s overleefden op de omzet uit onderhoud van melkapparatuur want de verkoop viel volledig stil”, weet Colpaert. De eerste twee kwartalen van 2017 tonen zowel voor stallenbouw en staluitrusting een matig herstel van de verkoop. “In diverse deelsectoren is er vraag naar renovatie van bestaande stallen, bijvoorbeeld voor het vervangen van asbestdaken. Ook worden er opnieuw varkensstallen gebouwd, al is de interesse samen met de varkensprijs weer gedaald. Na enkele uitstekende jaren wat het aantal offertes voor pluimveestallen betreft, was de interesse in 2017 eerder matig. Voederfabrieken stimuleren de expansie in de pluimveehouderij omdat de sector het de voorbije jaren niet slecht deed en goede toekomstperspectieven heeft, onder meer vanwege het gezonde imago van kip. Vraag is of de overproductie in 2018 en 2019 geen prijsdaling brengt.”

Stallenbouwers hebben al jaren weinig werk in de vleesveehouderij. Johan Colpaert beschrijft de bouwactiviteiten in deze deelsector als volgt: “Als er al gebouwd wordt, dan zijn de klanten meestal vleesveehouders met afzet in de korte keten die meer toegevoegde waarde realiseren. De anderen zijn selectiebedrijven die de meerwaarde uit de stierengenetica halen, en enkele industriële bedrijven die verbonden zijn aan slachterijen. Vleesveehouderij worstelt ook met het probleem van de ammoniakemissie, en er is geen commerciële firma die daarin wil investeren omdat het er qua omzet niet zal uitkomen. In de melkveehouderij gaan bouwfirma’s wel actief mee op zoek naar oplossingen.”

Wie wou investeren in de melkveehouderij deed dat bij het verdwijnen van het melkquotum zodat de vraag naar nieuwe stallen en uitrusting relatief klein blijft in 2017. De activiteit die er is, betreft vooral ‘kleine’ renovatieprojecten zoals de bouw van sleufsilo’s. Melkveehouders zijn de extreme prijsvolatiliteit nog niet gewend, en nemen een afwachtende houding aan nu het weer beter gaat. Het meeste plezier hebben stallenbouwers beleefd aan de aardappelsector. De aardappelverwerking groeit en tezelfdertijd professionaliseren de in aardappelen gespecialiseerde akkerbouwbedrijven. Er worden meer loodsen en opslagruimten gebouwd, al is de bouwwoede nu wel wat bekoeld. Op de aardappelmarkt is er immers totaal geen handel in vrije aardappelen. De grootschalige akkerbouwbedrijven die de voorbije jaren de meeste investeringen deden, telen vooral aardappelen op contract maar hun restvolume vrije aardappelen kan het seizoen goed of in dit geval slecht maken.

De activiteit in stallenbouw is erg conjunctuurgevoelig, terwijl landbouwers die hun centen in een goed jaar niet meteen uitgeven goedkoper zouden kunnen bouwen in een kwaad jaar. Colpaert verstopt niet dat de marges op gebouwen mee met de conjunctuur fluctueren. Tegelijk nuanceert hij het beeld alsof er volop gebouwd wordt zodra de prijs van landbouwproducten weer een beetje aantrekt. “In de varkenssector zijn veel bedrijven kopje onder gegaan en andere bedrijven zijn geen eigendom meer van de boer. Alleen de besten draaiden break-even of maakten nog een beetje winst. Als er in de varkenshouderij gebouwd wordt, dan is dat vaak op de niet-familiale bedrijven. De meesten waren in 2017 bezig met putten vullen en hadden simpelweg de centen niet om te bouwen.”

Tien nieuwe stallen in gans België maken voor de toeleveranciers het mooie weer niet. Vroeger waren het er, alleen al in de varkenshouderij, een 40-tal op jaarbasis. 2017 wordt wel beter dan 2016 voor stallenbouwers, “maar er is nog altijd veel onrust in de sector”, luidt de toelichting bij het economisch jaardossier van sectorfederatie Fedagrim. Behalve de conjunctuur zorgt ook de voorzichtigheid bij banken en de terughoudendheid bij vergunningverleners voor kopzorgen bij stallenbouwers. “Eén buur kan de hele vergunningsprocedure tegenhouden. In Wallonië is het probleem nog groter dan in Vlaanderen. Voor een varkens- of kippenstal moet je minstens rekenen op een vergunningstermijn van een jaar. In Vlaanderen wil het in (niet landschappelijk waardevol) agrarisch gebied beter lukken.”

Aan een vergunning worden steeds strengere eisen inzake stalarchitectuur gekoppeld. “Te strenge eisen”, als je het Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert vraagt, die in het dagelijkse leven leiding geeft aan bouwfirma Altez. “Projecten die in het verre buitenland of zelfs in Frankrijk kunnen, zijn in Vlaanderen onmogelijk. In de provincie Antwerpen is het bijvoorbeeld ondenkbaar dat een stal gebouwd wordt in grijze betonplaten. Het vereiste baksteenuitzicht is mooi, maar verbetert het rendement van de veehouder niet, integendeel. Idem dito met de gekleurde in plaats van grijze golfplaten die op hun beurt duurder zijn. Er komen zoveel eisen van Vlaanderen, de provincies en de gemeenten dat elke stal uniek is. Dat heeft zijn weerslag op de prijs want modulair bouwen zoals in Frankrijk zou veel goedkoper zijn. De maatschappijdruk is in Vlaanderen echter zo groot dat je niet onder de extra investeringen in dierenwelzijn, emmissiereductie en stalarchitectuur uit kan.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via