nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.08.2018 “Stedelijk voedselbeleid als motor voor transitie”

In een opiniestuk in het magazine Knack pleit Charlotte Prové, sociologe bij denktank Minerva, voor een prominentere plek voor landbouw en voeding op de stedelijke en gemeentelijke agenda. “Niet om het groene imago van een stad op te smukken, maar om een transitie in ons voedselsysteem op gang te trekken”, zegt ze. “Het is belangrijk dat zowel het beleid als de burgers nadenken over welk landbouw- en voedselsysteem we willen. Stedelijke landbouw kan een manier zijn om dat te bereiken. Maar we moeten vermijden dat we blind en onkritisch in het duurzaamheidsdiscours stappen.”

De droogte die ons de voorbije maanden teisterde, deed veel stof opwaaien over de duurzaamheid en veerkracht van ons landbouw- en voedselsysteem. “Talloze mediaberichten verschenen over de opgelopen schade van de oogst en tezelfdertijd over de tonnen overschot door overproductie en vroegrijpe groenten en fruit die niet voldoen aan de verkoopnormen”, reageert sociologe Charlotte Prové. De alarmbel klonk even luid aan de consumentenzijde: het overaanbod aan kant-en-klare producten en plastic verpakkingen werden aangeklaagd, maar ook de veel te lage prijs die we zouden betalen voor ons voedsel. “Het is hoog tijd dat we anders omgaan met ons voedsel. Maar hoe verwezenlijken we een duurzamer landbouw- en voedselsysteem?”

Volgens Charlotte Prové gaat het antwoord op die vraag veel verder dan het al dan niet toelaten van de CRISPR-techniek in de veredeling van landbouwgewassen. “Decennialang werd landbouw beschouwd als een thema dat enkel voor het platteland belangrijk is”, zegt ze. “De laatste jaren groeit echter het bewustzijn dat een brede aanpak nodig is om een structurele verandering, of een transitie, door te voeren. Dit impliceert een verschuiving van een landbouwbeleid dat zich voornamelijk beperkt tot 'wat op het erf gebeurt' naar een voedselbeleid waarin alle aspecten van een voedselsysteem samen worden aangepakt.”

Volgens haar kan stedelijke landbouw de motor van die transitie zijn. “Lokale besturen steunen steeds vaker de opkomst van initiatieven als stadslandbouw, korte keten, en samentuinen. Dat zijn voorbeelden die de transitie naar een beter voedselsysteem op gang kunnen trekken.” Een stedelijk voedselbeleid kan ook de huidige versnippering tegen gaan. “Alle actoren uit het landbouw- en voedselsysteem komen hierin samen. Op die manier bekom je een geïntegreerd beleid dat de complexiteit van een duurzame transitie omarmt.”

Het idee om voedsel terug op de stedelijke politieke agenda te zetten is overgewaaid uit Noord-Amerika. Daar werden sinds de jaren ‘90 voedselraden opgezet. “In die voedselraden wordt overlegd, worden problemen en opportuniteiten geïdentificeerd, en worden beleidsaanbevelingen geformuleerd, of zelfs acties ondernomen”, legt Charlotte Prové uit. “Ook bij ons is er urgentie om van landbouw en voeding opnieuw een belangrijk publiek thema te maken, gezien onze voedselproductie wereldwijd verantwoordelijk is voor een kwart van de broeikasgasuitstoot.”

In ons land staat het thema nog nauwelijks op de lokale politieke agenda. “Op enkele koplopers na, waaronder Gent, Leuven, Brussel en Brugge, is het opmerkelijk dat het thema nog nauwelijks op de agenda staat”, aldus Charlotte Prové. “Het blijven vooralsnog anderen - vooral grote marktspelers - die bepalen wat we eten, en hoe het geproduceerd wordt.” Volgens de sociologe moet stedelijk voedselbeleid in het bijzonder inzetten op kwetsbare groepen. “In het geval van landbouw en voeding zijn dat er al minstens twee: de landbouwers zelf en burgers die moeilijk toegang hebben tot duurzame, gezonde voeding.”

“Om een transitie in ons voedselsysteem op gang te trekken, moeten we inzetten op de kwesties die het meest impact hebben, zoals het ondersteunen van landbouwers in en rondom de stad, het vrijwaren van landbouwgrond en het verhogen van de toegang tot gezonde en duurzame voeding voor kwetsbare groepen”, besluit Charlotte Prové. Volgens haar wachten we daarvoor beter niet op de overheid. “In de meeste gevallen komt dit beleid er pas na het harde labeur van burgers.”

Bron: Knack

Volg VILT ook via