nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.07.2018 Steeds meer Limburgse boeren zonder opvolger

De vergrijzing zet zich verder door, ook op het platteland. Daar vinden landbouwers die dicht bij de pensioenleeftijd staan – of die al gepasseerd zijn - steeds moeilijker jonge boeren om hun bedrijf over te nemen. En dat is ook het Belang van Limburg niet ontgaan. Zij trokken door hun provincie en stelden vast dat steeds meer Limburgse boeren geen opvolging hebben. “Mijn twee dochters van 33 en 31 jaar hebben allebei universitaire studies gedaan en zijn niet geïnteresseerd in ons bedrijf”, getuigt een melkveehouder uit Bree.

2.894 landbouwbedrijven. Zoveel stonden er in 2016 ingeplant op het grondgebied van de provincie Limburg. Tien jaar geleden waren dat er 4.061, 15 jaar geleden nog bijna 5.000. Bijna de helft van de eigenaars van de overgebleven Limburgse landbouwbedrijven is bovendien 55 jaar of ouder. Eén op de vijf Limburgse boeren is zelfs 65 jaar of ouder. Jonge landbouwers zijn er nauwelijks te vinden, amper 5,8 procent van de eigenaars van een landbouwbedrijf in Limburg is jonger dan 35 jaar.

Naast vergrijzing stelt zich ook het probleem van de opvolging. Amper één op de zeven Limburgse landbouwers heeft vandaag een opvolger op het oog. De overige boeren vinden voorlopig geen opvolger of hebben er nog niet actief naar gezocht. “Er zijn hier veel mensen over de vloer geweest, maar zelden waren dat ernstige kandidaten”, getuigt Toine (64), een melkveehouder uit Bree. “En mijn dochters hebben geen interesse in koeien.” Toch zijn er ook enkele landbouwers te vinden waar de opvolging wel verzekerd is. “Onze dochter Tinne en haar vriend Glen zitten al mee in het bedrijf en zullen het op termijn ook overnemen”, vertelt melkveehouder Dirk (53). “Maar als ze willen overleven, moeten ze het met hart en ziel doen.”

Toch is er nog een andere reden waarom landbouwers op leeftijd niet zo gemakkelijk afstand willen doen van hun bedrijf. “Als ik mijn bedrijf wil verhuren, moet ik dat volgens de huidige pachtwet voor minstens negen jaar doen”, zegt melkveehouder Toine. “Maar dat wil zeggen, dat ik de komende negen jaar niet aan mijn vermogen kan dat ik in al die jaren heb opgebouwd. Ik ben er dan ook voorstander van om de pachtwet aan te passen, zodat we bijvoorbeeld voor twee of drie jaar zouden kunnen verhuren.” Het bedrijf verkopen, ziet hij ook niet helemaal zitten. “Als we verkopen, zijn we ook onze woning bij het bedrijf kwijt. Als je al je hele leven op de boerenbuiten woont, ben je niet meteen geneigd om op je oude dag op een appartementje in het centrum te gaan zitten.”

Vergrijzing en gebrek aan opvolging is natuurlijk geen Limburgs probleem. Uit de laatste cijfers van Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie, was in 2016 slechts 11 procent van de 10,3 miljoen landbouwers/bedrijfsmanagers jonger dan 40 jaar. Een derde van de Europese landbouwers daarentegen, was ouder dan 65 jaar. Ook op Europees vlak is dus nood aan verjonging van de sector. Op Vlaams niveau krijgen jonge boeren wel steun van de overheid. Zo’n 116 jonge landbouwers kregen vorig jaar extra financiële middelen om een bestaand landbouwbedrijf over te nemen. “Het is ook geen gemakkelijke stiel”, zegt melkveehouder Dirk. “Ik werk 17 uren per dag en in het weekend werken we hier gewoon door omdat onze hoevewinkel dan ook open is. Deze stiel kan je enkel volhouden als je het met volle overtuiging doet. Maar ik denk dat mijn dochter Tinne dat ook goed beseft.”

Bron: Het Belang van Limburg / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via