nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.10.2017 Steken bietentelers hun centen in eigen suikerfabriek?

Met zeven (groeperingen van) fabrikanten die samen ruim 80 procent van alle suikerbieten verwerken, is er een behoorlijk grote machtsconcentratie op de Europese suikermarkt. In eigen land zijn twee verwerkers actief, met name Iscal Sugar en Tiense Suikerraffinaderij. Of moeten we schrijven twee actief en mogelijk een derde speler op komst want op initiatief van de Waalse bietentelersvereniging wordt de haalbaarheid van een coöperatieve suikerfabriek onderzocht. Seneffe is de uitverkoren locatie, wat bietenleveringen vanuit Wallonië én Vlaanderen zou toelaten. Een beslissing valt voor de lente van 2018. Het financiële plaatje rond krijgen, wordt de grote uitdaging.

De afschaffing van het suikerquotum zet veel in beweging in de suikerbietsector. Om te beginnen bij de bestaande suikerfabrieken, die hun leveranciers aangemoedigd hebben om meer bieten te telen zodat ze meer suiker kunnen produceren. In combinatie met een hoge suikeropbrengst per hectare door gunstige weersomstandigheden stevenen we deze campagne af op een productiviteitsstijging met bijna 20 procent. Al die suiker moet ook verkocht geraken, en dat belooft moeilijker te worden gezien de wereldmarktprijs die onder druk staat en de suikerprijs in Europa mee omlaag trekt.

In een sterk geconcentreerde Europese suikermarkt is de Duitse groep Südzucker marktleider met een productie van 4,1 miljoen ton suiker per jaar. De Tiense Suikerraffinaderij, waar 600 ton bieten per uur verwerkt worden, neemt een sterke positie in binnen de Südzucker-groep. Europees parlementslid Hilde Vautmans (Open Vld) bracht eind vorige week een bezoek aan de suikerfabriek in Tienen. Tijdens dat bezoek werd niet alleen gesproken over het sterke merk dat Tiense suiker is, maar kwam ook de actualiteit aan bod. “Zo hebben we gesproken over de afschaffing van het suikerquotum en de handelsbesprekingen met het Zuid-Amerikaanse blok Mercosur. Hier blijf ik vooral pleiten om enige voorzichtigheid aan de dag te leggen in de onderhandelingen. Daarnaast is het ook bijzonder belangrijk het lot van de suikerbiettelers na de afschaffing van het quotum in acht te nemen”, zegt Vautmans.

Het loslaten van de marktafscherming door Europa zet de relaties tussen bietentelers en suikerfabrieken inderdaad op scherp. Suikerfabrikanten zijn meer dan ooit elkaars concurrenten, en ze willen hun competitiviteit veilig stellen door scherpe leveringsvoorwaarden te negotiëren met hun leveranciers. In eigen land verliepen de onderhandelingen tussen de bietentelers en de Tiense Suikerraffinaderij bijzonder stroef, en kwamen er twee door de ministers van Landbouw aangeduide bemiddelaars aan te pas. Aan Waalse zijde was de onvrede over het verloop van de gesprekken zo groot dat de telersvereniging ABW de haalbaarheid laat onderzoeken van een suikerfabriek in handen van de bietentelers.

ABW wil naar eigen zeggen bietenteelt rendabel houden in België. Zij zijn ervan overtuigd dat de periode van onzekerheid die nu volgt op het verdwijnen van het suikerquotum nieuwe mogelijkheden biedt. Genoeg bieten aanleveren voor een nieuwe coöperatieve suikerfabriek die 14.000 ton bieten per dag verwerkt, mag geen probleem zijn. Door de suikerhervorming is het bietenareaal flink gekrompen sedert begin de jaren 2000. Slechts de helft van het door bietenteelt verlaten areaal zou opnieuw in gebruik moeten worden genomen om de nieuwe fabriek te doen draaien.

De uitverkoren locatie is Seneffe (provincie Henegouwen), op zo’n 30 kilometer van de taalgrens. Het vakblad De Bietplanter, een uitgave van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters CBB, schrijft dat de bouw van een geheel nieuwe suikerfabriek economisch voordeel biedt ten opzichte van oudere fabrieken. Het ontwerp vanaf een blanco blad laat bijvoorbeeld een meer optimale energievalorisatie toe.

Een beslissing is er nog niet gevallen, maar aan telerzijde lijkt men er wel in te geloven: “België heeft twee belangrijke troeven: zijn landbouwpotentieel en zijn ideale ligging zowel ten aanzien van grote industriële klanten als van exportfaciliteiten vanaf Antwerpen, draaischijf voor opslag en internationaal suikertransport. Seneffe als locatie beperkt de bevoorradingsafstand voor de bieten tot een minimum, en de bevoorrading van kalkstenen en cokes (speciale steenkool, nvdr.) kan per schip. Als de suikerfabriek er komt, dan zou dat 90 voltijdse arbeidsplaatsen creëren, en nog eens vier- tot vijfmaal zoveel als je rekening houdt met bietentelers, transporteurs en onderaannemers.

Een coöperatieve suikerfabriek is in Europa helemaal niet zo uitzonderlijk. Bijna twee derde van de suiker wordt geproduceerd door fabrieken met een coöperatieve structuur. De eerste en ongetwijfeld grootste uitdaging om dat model in België te doen werken, is bietentelers bereid vinden om (financieel) te participeren en nog op andere manieren de noodzakelijke fondsen te verzamelen. “Men is daar mee bezig”, vertelt Mathieu Vrancken, bietenteler en voormalig CBB-voorzitter die met belangstelling een infovergadering volgde.

Voordien zijn al simulaties gemaakt van de te verwachten productiekosten enerzijds en een realistische verkoopprijs van de suiker anderzijds. Daarmee zullen de initiatiefnemers banken en investeerders proberen te overtuigen. De eersten die met geld over de brug moeten komen, zijn de bietentelers zelf, zo beseft Vrancken. Tegenover hun investering in een coöperatieve suikerfabriek staat de garantie dat de winst bijna integraal, uitgezonderd een reserve voor het goed functioneren van de fabriek, naar de telers zal terugvloeien via de bietenprijs.

Bron: De Bietplanter / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via