nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.09.2018 Sterft de hervorming van de pachtwet een stille dood?

Na een hoorzitting in het Vlaams Parlement in 2015 met de verschillende belanghebbenden is het stil geworden rond de vooropgestelde hervorming van de pachtwet. Hoewel uit het regeerakkoord de intentie blijkt om te sleutelen aan de (verouderde) pachtwet lijkt niemand daar deze legislatuur nog in te geloven. Eigenaarsorganisatie Landelijk Vlaanderen wil de hoop niet opgeven omdat hun leden geconfronteerd worden met de eindeloosheid van een pachtcontract en de uitwassen van de pachtwet (o.a. onderpacht door pensioenboeren). Voor Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat is toegang tot grond en rechtszekerheid voor de grondgebruiker het allerbelangrijkste, wat niet wegneemt dat zij willen praten over een hervorming. Een delicaat onderwerp is het zeker, te meer omdat uit onverwachte hoek de aanval is ingezet op de teeltvrijheid van de pachter.

Eind 2013 waren de landbouw- en andere organisaties binnen de Vlaamse adviesraad SALV het er over eens dat de pachtwet toe was aan modernisering. De eerste wettekst dateert van 1929 en legde het principe vast van pachtzekerheid voor periodes van negen jaar, samen met de zekerheid voor de pachter dat hij autonoom een teeltkeuze kan maken. In 1969 werd de overdraagbaarheid van pacht op de kinderen voorzien en werd het de eigenaar onmogelijk gemaakt om een pacht te beëindigen zonder geldige opzegreden. Een verpachter moest zelf landbouwer zijn om een geldige opzeg te kunnen doen. Toen werd ook het voorkooprecht van de pachter wettelijk verankerd.

Voor de pachtwet waren landbouwers de speelbal van (groot)grondbezitters. Nu is hun gebruiksrecht wettelijk zo goed verankerd dat veel eigenaars zich laten afschrikken door de pachtwet zodat gronden verloren gaan voor beroepslandbouw. Door de beperkte opzegmogelijkheden voor een verpachter wijzigt het gepachte areaal landbouwgrond niet sterk, maar is het ook hoogst uitzonderlijk dat een landbouwer een nieuw perceel aangeboden krijgt als reguliere pacht. Dat laatste kan volgens Landelijk Vlaanderen alleen veranderen met een pachtwet die eigenaars beter motiveert om grond ter beschikking te stellen van de landbouw. Dat kan onder meer met een hogere pachtprijs – een teer punt voor de landbouworganisaties. Daarom focust de eigenaarsvereniging nu vooral op andere stimuli, die minder blokkerend werken voor een hervorming.

“Landelijk Vlaanderen is akkoord met de doelstelling van de pachtwet, namelijk zoveel mogelijk grond ter beschikking stellen van de landbouw. Laat daar geen twijfel over bestaan”, zegt dossierhouder en erevoorzitter Philippe Casier. “Niemand, ook wij niet, is vragende partij om de pachtwet overboord te kieperen of volledig te herschrijven. Wat volgens ons wel moet veranderen, is het oneigenlijk gebruik van de pachtwet en de eindeloosheid van een pachtcontract. De pachtwet voorziet net als de handelshuurwetgeving in periodes van negen jaar, maar door de beperkte opzegmogelijkheden van de eigenaar en de bevoorrechte overdracht aan de volgende generaties kan er aan een landbouwpacht mogelijks nooit een einde komen. Daarom vragen wij een regeling die de pachter een termijn garandeert in overeenstemming met zijn afschrijvingen, maar voor de verpachter geen quasi-onteigening betekent.

Voor de landbouworganisaties is dat geen evidente vraag. De landbouwsector wordt getypeerd door lange afschrijvingstermijnen op investeringen en dat is moeilijk te rijmen met kortstondig grondgebruik. Boerenbond wil eigenaars op dit vlak toch een beetje tegemoetkomen in de hoop hen zo tot verpachten te bewegen. Het idee is om de pachtwet aan te vullen met een nieuwe contractvorm die grond voor minimum 18 jaar in gebruik geeft van een landbouwer. Na de afgesproken termijn eindigt de contractuele relatie tussen landbouwer en eigenaar van rechtswege. Dit voorstel maakt deel uit van een nota die Boerenbond vier jaar geleden samen met Landelijk Vlaanderen aan minister Joke Schauvliege overhandigde. 

De duur van een pachtcontract inkorten of met steeds opnieuw te heronderhandelen pachtcontracten werken, is voor het Algemeen Boerensyndicaat een brug te ver. Voorzitter Hendrik Vandamme: “Een bezoek aan Nederland leerde dat de invoering van geliberaliseerde pachten (van 6 jaar of korter, nvdr.) de toegang tot grond daar niet verbeterd heeft, integendeel. Na afloop ontstaat telkens een opbod tussen kandidaat-gebruikers waarbij jonge landbouwers zonder financiële buffer uit de boot vallen. Bovendien hebben de huidige lange pachtperiodes een duidelijke link met de zware investeringen op een landbouwbedrijf en de rechtszekerheid die een landbouwer nodig heeft. Een stabiel pachtcontract van voldoende lange duur is écht nodig om de landbouwer wat gemoedsrust en zekerheden te verschaffen.”

Dat pachter en verpachter elkaar binnen zo’n langdurige relatie vaker zien en spreken – een andere vraag van Landelijk Vlaanderen –, daar heeft Vandamme niets op tegen. Het gebeurt dat beide partijen elkaar nooit zien en de relatie zich beperkt tot een jaarlijkse overschrijving van het pachtgeld. “Regelmatig contact, jaarlijks of tweejaarlijks, kan de verstandhouding enkel verbeteren.” Minstens het einde van elke negenjarige periode is volgens Landelijk Vlaanderen een moment voor reflectie over het pachtcontract. Samen met Boerenbond bepleitte de organisatie ook het geschreven pachtcontract met het oog op meer transparantie in de relatie.

“Sleutelen aan de pachtwet is delicaat omdat bepaalde evenwichten bewaard moeten blijven”, ervaart Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker. “We zijn niettemin voorstander van een hervorming omdat de huidige situatie onbevredigend is, waardoor een toenemend deel van het landbouwareaal niet meer door actieve boeren bewerkt kan worden. Onze betrachting is vooral om jonge landbouwers toegang tot grond te verzekeren. Het verpachten van grond moet daarom aantrekkelijker gemaakt worden voor eigenaars en investeerders, iets waar we samen met Landelijk Vlaanderen naar streven.” Op Nederlandse toestanden wil De Becker een hervorming niet zien uitdraaien. “We zijn geen voorstander van geliberaliseerde pachtcontracten met een korte looptijd van zes jaar of minder.”

Omtrent de pachtprijs liet Landelijk Vlaanderen altijd verstaan dat die “attractiever” moet worden, maar anno 2018 luidt het dat “een verhoging van de pachtprijs geen deel uitmaakt van een hervorming van de pachtwet zelf maar te regelen is in een andere wet”. Evenmin lijkt de eigenaarsvereniging vast te houden aan de mogelijkheid om “ecologische clausules” in het pachtcontract te schrijven. Vandaag komt die vraag uit een andere hoek, meer bepaald van organisaties die biologische of agro-ecologische landbouw bepleiten. “En het werkt verlammend voor de gesprekken over een hervorming”, merkt Casier, “terwijl de wetgeving al verregaande milieu-inspanningen van landbouwers verlangt en plaatsbeschrijvingen al in de wet voorzien zijn.”

Voor Landelijk Vlaanderen staat de teelt- en exploitatievrijheid van de pachter daarom niet ter discussie. Wel zou de organisatie het maatschappelijk aangewezen vinden differentiaties te voorzien volgens de ruimtelijke bestemming van de gronden. Dat zou eigenaars – weliswaar mits een overgangsregeling – toelaten om de vooropgestelde overheidsdoelstellingen op hun terreinen buiten agrarisch gebied (bos, natuur, …) te realiseren. Nu kan dat vaak niet op verpachte grond.

De financiële stimulans die eigenaars tot verpachten moet bewegen, zou ook van de overheid in plaats van de pachter kunnen komen. Landelijk Vlaanderen en Boerenbond richten zich in hun gezamenlijke nota tot die overheid, met de vraag om de successie- en schenkingsrechten op verpachte gronden te verlagen. Casier: “Normaal moet de overheid financieel niet opdraaien voor contractuele relaties tussen private partijen maar de pachter wordt ook ondersteund voor de maatschappelijke diensten die hij levert in het kader van een grondgebonden landbouwbedrijfsvoering. Ons lijkt het billijk dat de eigenaar-verpachter hier op de één of andere manier ook voor in aanmerking zou komen.”

Omdat je verpachten op die manier aantrekkelijker maakt zonder aan de bescherming van de pachter of de pachtprijs te raken, is dat de veilige piste die het Algemeen Boerensyndicaat het meest genegen is en eerder ook naar voren schoof. Boerenbond durft de eigenaars iets meer tegemoetkomen zonder evenwel afbreuk te doen aan de gebruikszekerheid voor grond die landbouwers nodig hebben om hun bedrijf uit te bouwen. “De hervorming moet een win-winsituatie zijn voor eigenaar én pachter”, aldus De Becker. “Indien we evolueren naar een versoepeling van de pachtwet, dan zal het zoeken zijn naar nieuwe evenwichten tussen beide partijen. Momenteel is er onvoldoende draagvlak voor een hervorming, wat wij betreuren gezien de voorstellen die we samen met Landelijk Vlaanderen deden.”

In het Vlaamse regeerakkoord was bepaald dat er een evaluatie zou gebeuren van de bestaande pachtwetgeving in overleg met alle betrokken actoren. Daar heeft minister van Landbouw Joke Schauvliege, onder meer met een hoorzitting in het Vlaams Parlement, grondig werk van gemaakt. “Op basis hiervan werd de werking van de pachtprijzencommissie reeds aangepast”, laat de minister weten. “Wat mij betreft is de volgende stap: in het nieuwe regeerakkoord een grondige herziening van de pachtwetgeving opnemen, zodat die aantrekkelijker wordt voor verpachters (en daar horen fiscale stimulansen bij) maar ook voldoende rechtszekerheid biedt voor de pachters.”

Schauvliege voegt er nog aan toe dat het door haar georganiseerde overleg van de voorbije jaren, waarmee reeds toenadering is gerealiseerd, een nuttige opstap kan zijn voor hervormingsplannen tijdens de volgende legislatuur. “Toegang tot grond is een basisvoorwaarde voor de bedrijfsvoering van onze landbouwers maar ook voor eigenaars dient de regeling voldoende aantrekkelijk te zijn. Vandaar het belang dat de wijziging van de pachtwetgeving gedragen wordt door alle betrokken actoren, en dit vraagt tijd”, spreekt de minister uit ervaring.

“De pachtwet moet ook in zijn nieuwe vorm voldoende rechtszekerheid bieden”, beaamt Hendrik Vandamme, “en beide partijen zullen water in de wijn moeten doen. Een slechte hervorming wil niemand, net zomin als een hervorming zonder consensus.” Wanneer het over een hervorming van de pachtwet gaat, dan komen de pensioenboeren nadrukkelijk in beeld. Zowel de eigenaarsvereniging als de landbouworganisaties ervaren het als problematisch dat pensioenboeren hun gepachte gronden niet meer zelf exploiteren maar in onderpacht of seizoenpacht geven. Hierdoor geraken actieve boeren moeilijker aan pachtgronden, of dienen ze er meer voor te betalen dan de pachtvergoeding die ze aan de eigenaar verschuldigd zouden zijn. Boerenbond en Landelijk Vlaanderen stelden de minister voor om pensioenboeren geen recht van voorkoop te geven, en de opzeg van een pacht eenvoudiger te maken wanneer het een pensioenboer betreft.

Ook voor het Algemeen Boerensyndicaat is dat bespreekbaar onder voorwaarden. Voorzitter Vandamme ziet nog een andere reden waarom gronden niet zo snel doorgegeven worden: “Het Europees landbouwbeleid voorziet een positieve discriminatie van jonge landbouwers maar maakt geen onderscheid tussen pensioengerechtigde 65-plussers en andere landbouwers. Dit werkt (via de aan grond gekoppelde inkomenssteun, nvdr.) in de hand dat landbouwers op leeftijd ook hun gepachte percelen niet loslaten.” Misbruiken zijn er aan beide kanten – bij pachters en verpachters – en ze doen de intenties van de wetgever oneer aan. Daarom gruwt Landelijk Vlaanderen van de pensioenboer die zijn gronden zonder toestemming van de eigenaar (en aan een hogere prijs) in gebruik geeft aan een collega-landbouwer. “Als we dat in de toekomst kunnen vermijden, zouden we al een heel eind verder staan. En zou het pachtcontract volgens de geest van de wet worden uitgevoerd.”

Wat eigenaars ook als onprettig ervaren, is dat ze de feitelijke gebruiker van de grond soms niet kennen. Dat kan velerlei redenen hebben, legt Philippe Casier uit: afspraken die generaties geleden enkel mondeling gesloten werden, seizoenpacht of (illegale) onderpacht, opeenvolgende teeltcontracten, ruil van gronden onder landbouwers, successies en pachtoverdrachten zonder verwittiging van de verpachter, enz. Dat alles kan maken dat het persoonlijk contact tussen eigenaar en verpachter verwaterd is en de wederzijdse verantwoordelijkheid zoek is. “Minstens zou de mogelijkheid voor een eigenaar moeten bestaan om uit te zoeken wie zijn grond feitelijk gebruikt”, aldus Casier. Via het verzameldecreet Natuur-Landbouw dat in de steigers staat, zou daaraan tegemoet gekomen worden. Het decreet voorziet dat eigenaars kunnen nagaan wie het gebruik van hun percelen – al dan niet rechtmatig – aangeeft bij het Departement Landbouw en Visserij.

Wat voor Landelijk Vlaanderen een “grote stap in de goede richting” is, gaat voor het Algemeen Boerensyndicaat de foute kant op. Vandamme kaatst de bal terug: “Moet een eigenaar wel toegang hebben tot een overheidsdatabank om zijn pachter(s) te kennen? Ik denk het niet. Het lijkt mij de verantwoordelijkheid van de eigenaar-verpachter om zijn administratie bij te houden en een register aan te leggen van de kadastrale gegevens van zijn percelen en de contactgegevens van de gebruikers.”

Vandamme is ook erg beducht voor enig ingrijpen in de exploitatievrijheid die een pachter geniet. Recent zag hij een voorbeeld daarvan, meer bepaald de aankoop van een bioboerderij door Colruyt met de bedoeling om een landbouwer te vinden die de gronden verder biologisch moet blijven bewerken. “Met alle respect voor Colruyt, maar een landbouwer is een zelfstandige ondernemer en hun werkwijze ontneemt de grondgebruiker alle mogelijkheden om zelf een bedrijfsstrategie uit te stippelen.”

Ook voor Boerenbond is het behoud van de exploitatievrijheid van de pachter een echt strijdpunt. Gebruikersinformatie delen, is daarentegen geen halszaak want, zo legt voorzitter De Becker uit: “wanneer een eigenaar verzoekt om de naam en het adres te kennen van de persoon die of het bedrijf dat aangifte doet van zijn percelen in de verzamelaanvraag, dan wordt de landbouwer in kwestie daarvan op de hoogte gebracht.”

Met de verkiezingen snel in aantocht verwacht eigenaarsvereniging Landelijk Vlaanderen niet dat er schot komt in het pachtdossier op Vlaams niveau. “De pachtrelatie is zeer emotioneel, wat de discussie bemoeilijkt. Door wat afstand te nemen, is er zeker ruimte voor gevoelige verbeteringen van de (geregionaliseerde) pachtwet. In Wallonië zijn de problemen met de pachtwet dezelfde, maar circuleert er wel een politiek voorstel tot verbetering”, weet Casier. Navraag leert dat er ook daar moeilijk te overbruggen meningsverschillen zijn tussen eigenaars en landbouwers enerzijds en tussen landbouworganisaties onderling anderzijds.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Marion Laleman

Volg VILT ook via