nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.03.2019 Stomen verlost grondwitlooftelers van bodemziektes

Maandagavond organiseert de Nationale Proeftuin voor Witloof samen met partnerorganisaties een infoavond over stomen in de teelt van grondwitloof. Dat heeft niets van doen met het bereiden van de heerlijke witloofkroppen, maar alles met de grote problemen waar veel telers de voorbije winters mee geconfronteerd werden. Het forceren van de witloofwortels tot eetbare kroppen gebeurt in de grondschuur. Eens de bodem daar besmet is met een ziekte als sclerotinia of phytophthora nemen de opbrengst- en kwaliteitsverliezen jaar na jaar toe. Vroeger werd daar een halt aan geroepen met een chemische bodemontsmetting. Daartoe ontbreken nu de middelen, maar onderzoeker Jonas De Win legt uit dat de bodem verhitten door stomen bijzonder effectief blijkt als alternatief. Ook in de slateelt bewijst de methode zijn nut.

Om acht uur ’s avonds blazen witlooftelers op 18 maart verzamelen in de cafetaria van veiling BelOrta in Sint-Katelijne-Waver. Daar worden ze door teeltexperten bijgepraat over een vernieuwde en beloftevolle methode om schimmelziekten die overleven in de bodem van hun grondschuur kwijt te geraken. Veel grondwitloofbedrijven werden de afgelopen winters geconfronteerd met zware besmettingen van phytophthora en sclerotinia. Eénmaal de ziekte in de grondschuur aanwezig is, zal ze zich elk jaar manifesteren op en rond de witloofkroppen. De verliezen lopen hoog op. Ongeveer een derde van de grondwitlooftelers hield voor Kerstmis de helft of zelfs minder kroppen over van de ingelegde wortels tegen een veel hogere arbeidskost.

“Vorig jaar waren de witloofwortels voor de forcerie verzwakt door de droogte. Barst zo’n uitgedroogde wortel door de bevochtiging in de grondschuur, dan is de plant gevoeliger voor ziekten. Ook de warme herfst en hogere bodemtemperatuur waren bevorderlijk voor ziekteontwikkeling”, legt Jonas De Win uit. De wetenschappelijk medewerker van de Nationale Proeftuin voor Witloof (NPW) in Herent bezocht grondschuren waar meestal de eerste tekenen van besmetting zich in de winter 2017-2018 al voordeden. “Een nattere rooiperiode in november 2017 zorgde toen voor zieke wortels die mee geoogst werden. Als die wortels later worden ingetafeld, komt de ziekte de grondschuur in. Een ziekte als phytophthora is bij intafelen nog niet te zien op de wortel, maar kan zich snel verspreiden”

Het probleem is op die manier snel veroorzaakt, maar een oplossing leek veraf door het verdwijnen van effectieve middelen voor een chemische bodemontsmetting. De combinatie van verzwakte wortels, warmere bodemtemperaturen en ziekte die reeds in de grond zat, hebben afgelopen winter tot grote problemen geleid. Meerdere chemische bodemontsmettingsmiddelen verloren de afgelopen jaren hun markttoelating. De voorbije jaren werd chloorpicrine uitzonderlijk toch toegelaten bij gebrek aan een goed alternatief. Zo’n 120-dagenregeling is voor 2019 uitgesloten zodat telers wat anders moeten verzinnen. Net op tijd lijkt er nu een oplossing te komen vanuit het praktijkonderzoek. De Nationale Proeftuin voor Witloof wisselde kennis uit met het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver. Daar leerde men stomen kennen als de beste methode om fusarium te beheersen in serres waar sla geteeld wordt.

Proeftuinmedewerker Jonas De Win bezocht afgelopen week een West-Vlaams grondwitloofbedrijf dat de bodem in de grondschuur in november 2018 zelf heeft gestoomd, nadat een hele partij wortels begon weg te rotten in hun schuur. Daardoor kon hij dit jaar tegen kerstmis eindelijk gezond witloof oogsten. De Win: “Toen lag de forcerie bij heel wat telers voor Kerstmis stil. Wanneer ze later in het seizoen konden heropstarten, was het te laat om er financieel nog wat van te maken. Een grondwitloofteler maakt zijn jaar goed met de verkoop tussen oktober en Kerstmis. Traditioneel zakken de prijzen daarna in elkaar.”

Grijpen bodemziekten in de witloofschuur om zich heen, dan is de meest ingrijpende maatregel de grond tot een halve meter diep vervangen. De onderzoeker van de proeftuin is opgelucht dat stomen een goed alternatief biedt want uitgraven is weinig praktisch (veel grondverzet, drainagebuizen die in de weg liggen, …) en niet altijd effectief want er mag geen morzel grond vergeten worden. “Bovendien”, vervolgt De Win, “mist de aangevoerde grond een normale bodemstructuur en dat brengt nieuwe kwaliteitsproblemen zoals zwartverkleuring van het witloof met zich mee.”

De bodem stomen ter bestrijding van plantenziekten is geen nieuwe uitvinding. Een kwarteeuw geleden werd het al gedaan. Chemische oplossingen deden de techniek op de achtergrond verzeilen. Circa tien jaar geleden kwam stomen terug onder de aandacht met het spitstomen. “Het verschil met toen en nu is dat we niet spitstomen – wat voor de tractorbestuurder erg belastend is – maar stomen via de drainagebuizen of onder een zeil. Er hoeft niemand in de buurt te zijn wanneer temperatuur en luchtvochtigheid toenemen en het onprettig vertoeven wordt in de witloofschuur.”

Tijdens de infoavond wordt stilgestaan bij de effectiviteit en aandachtspunten bij zeil- of drainagestomen, ook bij de bodemvruchtbaarheid. Al het bodemleven, het schadelijke maar ook het goedaardige, is immers verdwenen na het stomen. “Een wetenschapper van Scientia Terrae legt uit hoe snel zich dat herstelt, hoe je als teler dat herstel kan stimuleren en hoe je de bodem op lange termijn weerbaarder maakt zodat schimmelziekten minder kans maken. Als sector moeten we inzetten op preventie. Stomen blijft immers een noodmaatregel met een hoge kost”, besluit Jonas De Win.

Meer weten? Infoavond maandag 18 maart voor grondwitloof- en slatelers

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Nationale Proeftuin voor Witloof

Volg VILT ook via