nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.01.2018 Strenger mestbeleid doet boeren meer kunstmest kopen

De almaar strengere bemestingsnormen verstoren de landbouw-kringloop. Uit het jongste rapport van de Mestbank blijkt dat het kunstmestgebruik is gestegen tot 68 kilo stikstof per hectare in 2016. Tien jaar eerder was dat 54 kilo. “Fosfaat in plaats van stikstof werd het limiterende element. Hierdoor kan minder stikstof uit dierlijke mest aangeleverd worden en is meer stikstof uit kunstmest vereist om de gewasbehoeften in te vullen”, zo luidt de verklaring. Het werkelijke kunstmestgebruik is nog groter dan hetgeen jaarlijks door landbouwers gemeld wordt via de Mestbankaangifte.

De verstrenging van de bemestingsnormen MAP3 (2007), MAP4 (2011) en MAP5 (2015) vertaalt zich in een duidelijke daling van het gebruik van dierlijke mest op landbouwgrond tot 92,1 miljoen kilo stikstof en 40,6 miljoen kilo fosfaat in 2016. De Mestbank rapporteert in vergelijking met 2007 een afname van 8,5 procent voor stikstof en 16 procent voor fosfaat. Het gebruik van fosfaat uit dierlijke mest is relatief gezien sterker gedaald dan het gebruik van stikstof, wat erop wijst dat fosfaat het beperkend element is bij bemesting.

Twee derde van de gewasbehoefte voor stikstof kan nog worden ingevuld met dierlijke mest. De rest wordt aangevuld met kunstmest, en in mindere mate met andere meststoffen zoals compost en digestaat afkomstig van vergisting. Doorheen de jaren neemt in het dierlijk mestgebruik de verhouding stikstof tegenover fosfaat toe, wat erop kan wijzen dat landbouwers efficiënter bemesten door drijfmest bijvoorbeeld eerst te scheiden in een dunne en dikke fractie.

Op Vlaamse velden wordt voornamelijk rundermest (66,4 miljoen kilo N ofwel 72% van totale N) en varkensmest (20,8 miljoen kilo N ofwel 22,6% van totale N) gebruikt. De ruwe mestsoorten omvatten eveneens mestproducten die ontstaan na scheiding of droging. Slechts twee andere mestsoorten komen boven de 1 procent van de totale hoeveelheid stiktstof uit: paardenmest (1,5%) en digestaat (1,2%).

Pluimveemest wordt haast volledig verwerkt en geëxporteerd zodat slechts een minieme fractie op Vlaamse gronden belandt. Ongeveer de helft van alle varkensmest wordt uitgereden op landbouwgrond. De andere helft wordt verwerkt en uitgevoerd. Van de bodemverbeteraar compost die zo geroemd wordt voor zijn kwaliteiten werd slechts 287.000 kilo stikstof aangewend door Vlaamse boeren en tuinders. Digestaat (1,35 miljoen kilo N) en slib uit de (voedings)industrie (510.570 kilo N) zijn meer in trek.

Terwijl het gebruik van dierlijke mest op akkers en weiden daalt, stijgt het kunstmestgebruik. Die stijgende tendens wordt al sinds 2007 waargenomen. In de Mestbankaangiften voor productiejaar 2016 werd 46 miljoen kilo stikstof uit kunstmest aangegeven door landbouwers. In 2007 ging het nog om 36,8 miljoen kilo stikstof uit kunstmest, wat overeenkomt met een toename van 54 tot 68 kilo stikstof per hectare landbouwgrond.

Door vergelijking met de cijfers uit het landbouwmonitoringsnetwerk van het Departement Landbouw en Visserij weet de Mestbank dat dit een onderschatting is van de werkelijk toegediende hoeveelheid. Er zou een aanzienlijk verschil op de cijfers zitten. Boeren en tuinders geven zelf door hoeveel kunstmest ze aanwenden, maar zonder controle van de uitgaande facturen bij meststoffenhandelaars hangt de juistheid van die rapportering af van de goodwill van landbouwers. Bij een bedrijfsdoorlichting kunnen de controleurs van de Mestbank de kunstmestaankopen maar verifiëren in de mate dat de facturen door de landbouwer in kwestie bijgehouden zijn.

Waar het gebruik van stikstof uit kunstmest gestegen is, daalt het gebruik van fosfaat uit kunstmest verder tot 1 miljoen kilo in 2016. Sowieso was dat al erg beperkt, want het betreft een afname in tien jaar tijd van 2,9 tot 1,4 kilo fosfaat per hectare ingegeven door de krappe fosfaatnorm die meestal volledig wordt ingevuld met dierlijke mest. Naast het mestbeleid hebben ook de kunstmestprijzen en de neerslaghoeveelheden een invloed op het kunstmestgebruik.

In vergelijking met kunstmest en dierlijke mest is het gebruik van andere organische meststoffen beperkt. Het Mestrapport meldt weliswaar een toename met 0,3 miljoen kilo stikstof (+13%) ten opzichte van 2015, maar populairder (of meer voorradig) dan 2,3 miljoen kilo stikstof en 1 miljoen kilo fosfaat zijn andere meststoffen niet. De toename is vooral een gevolg van het vaker aanwenden van digestaat afkomstig van biogasinstallaties.

Meer info: Mestrapport 2017

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via