nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

11.05.2017 Studie veehouderij en gezondheid besproken in parlement

De literatuurstudie van de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) en het bijbehorende tv-optreden openden in Vlaanderen het debat over veehouderij en gezondheid. WMF richtte zich rechtstreeks tot de beleidsmakers, met resultaat want ook in het Vlaams Parlement werd de kwestie geagendeerd. Volksvertegenwoordigers van drie partijen informeerden hoe minister Joke Schauvliege aankijkt tegen de gezondheidsrisico’s waarop de milieufederatie wijst. In de vraagstelling keert telkens terug dat ook voor de parlementsleden veel onduidelijk is, omdat er onderzoeken zijn met tegenstrijdige conclusies en dito berichtgeving. Minister Schauvliege kijkt naar de federale onderzoeksinstellingen om één en ander uit te klaren, maar rekent ook op het eigen landbouwonderzoeksinstituut ILVO.

De West-Vlaamse Milieufederatie heeft van veehouderij en gezondheid van de ene op de andere dag een thema gemaakt. Tot dusver ging het in negatieve zin haast altijd over de milieu-impact van intensieve veehouderij, maar daar komt nu een minstens even gevoelig thema bij. Door de literatuurstudie onder de aandacht van alle politieke fracties te brengen, maakt WMF er ook een politieke kwestie van. In het Vlaams Parlement stonden de vragen over veehouderij en gezondheid woensdag in de landbouwcommissie op de agenda.

Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen) onthoudt van de WMF-studie vooral dat de gezondheidsrisico’s door bijvoorbeeld blootstelling aan fijn stof en ammoniak uit stallen tot waakzaamheid nopen voor kwetsbare groepen: kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en zieken. “De opstellers van het rapport hoeden zich voor alarmerende grootspraak, maar roepen beleidsmakers wel op tot verhoogde waakzaamheid en bovenal bijkomend onderzoek”, voegt hij eraan toe. Els Robeyns (sp.a) vindt de belangrijkste conclusie dat er vandaag geen Vlaams bevolkingsonderzoek bestaat over de gezondheidseffecten van “industriële veeteelt”. Niemand ontkent dat de sector inspanningen doet om emissies te verminderen, maar alleen al uit voorzorg vindt Robeyns het aangeraden dat er zo’n onderzoek komt.

CD&V-parlementslid Tinne Rombouts verwijst naar een artikel in De Standaard waarmee de sfeer gecreëerd wordt dat het platteland een ongezonde plek is om te wonen. “Dat maakt dat mensen daarop reageren. Het is belangrijk dat wij als overheid goed weten hoe we daarmee moeten omgaan.” Wat haar het meest bezighoudt, is de tegenstrijdigheid in de berichtgeving over veehouderij en gezondheid. Op VILT.be merkte landbouwonderzoeksinstituut ILVO bijvoorbeeld op dat oudere studies vooral in de richting van een negatief gezondheidseffect wijzen terwijl recenter onderzoek ook het omgekeerde aantoont.

De gezondheidsrisico’s verbonden aan veehouderij zijn volgens minister Joke Schauvliege in twee categorieën onder te brengen: die voor professionelen en voor omwonenden. Een groot deel van de vermelde risico’s is er enkel voor boeren, veeartsen en slachthuispersoneel die in direct contact komen met dieren. Schauvliege legt uit dat het causaal verband tussen oorzaak (emissies) en gevolg (ziekte) voor omwonenden van veebedrijven nog niet eenduidig aangetoond kon worden. Daarom vindt ze de oproep van de West-Vlaamse Milieufederatie niet verkeerd, en vraagt ze de federale onderzoeksinstellingen om hun inspanningen op dat vlak voort te zetten. “Uiteraard doen onze diensten ook zelf onderzoek”, zegt Schauvliege, verwijzend naar emissieonderzoek door ILVO en VMM.

Verder wijst de minister nog op de emissiereducties die de landbouwsector reeds realiseerde: “Het aandeel ammoniakemissiearme stallen in Vlaanderen is in de periode 2007-2015 gestegen van 4 tot 24 procent wat betreft varkens. In de pluimveesector ging het in dezelfde periode van 14 naar 43 procent. Wat de bijdrage van landbouw aan de fijnstofconcentraties in de lucht betreft, kan ook hier een daling worden vastgesteld van de meest schadelijke deeltjes. In 2014 was de landbouwsector verantwoordelijk voor nog 6 procent in de totale emissie van de meest schadelijke partikels. Sinds 1995 werd volgens VMM een opvallende daling van 47 procent opgetekend in de landbouw. Om lokaal geuroverlast van de intensieve veehouderij te voorkomen, wordt bij een vergunningsaanvraag waarbij geuroverlast niet a priori kan worden uitgesloten, een geurstudie gevraagd.

Groen-parlementslid Bart Caron erkent de inspanningen van de sector, maar zegt dat de intensiteit van de veehouderij te groot wordt in zijn provincie West-Vlaanderen. “De varkensbedrijven liggen er dichter bij elkaar dan de bushaltes. Dat wordt moeilijk en ondraaglijk. De geurhinder is een thematiek waarover ik elke dag iets lees in het lokale nieuws.” Hij vreest dat de emissiewinst die met behulp van nieuwe technologie geboekt wordt, verloren gaat indien een oude stal zonder luchtwassers vervangen wordt door een nieuwe stal mét luchtwassers maar ook met een dubbel zo groot aantal dieren. Collega Tinne Rombouts plaatst daar als kanttekening bij dat in de praktijk op één bedrijf het dieraantal vergroot, maar andere veehouders (met verouderde stallen zonder luchtwassers, nvdr.) uit de sector stappen zodat er in totaliteit wel een positief effect is op de emissie door veehouderij.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via