nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Naar een duurzame financiering van de landbouw in Europa
25.09.2017  SUFISA

De landbouwsector kampt met een aantal fundamentele problemen die vragen om structurele oplossingen. Beleidsmakers staan voor de uitdaging om voedselproductie te stimuleren die leidt tot een waardig inkomen voor de producent, én daarnaast ook ecologisch en sociaal de meest duurzame keuze is. In deze context trekt Europa 5 miljoen euro uit voor onderzoek naar een duurzame financiering van de Europese landbouwsector. Het SUFISA consortium brengt goede praktijken in kaart en onderzoekt welke maatregelen nodig zijn om het huidige beleidskader te hervormen zodat de duurzame keuze ook de logische keuze wordt voor boeren. De onderzoekers baseren zich daarbij op case studies in 11 Europese lidstaten. “In eigen land kozen we voor twee sectoren die voor enorme uitdagingen staan, namelijk de teelt van hardfruit en suikerbieten”, zeggen SUFISA-coördinator professor Erik Mathijs (KU Leuven) en diens collega-professor Steven Van Passel (Universiteit van Hasselt en Antwerpen).

De landbouwsector vormt de basis van het voedselsysteem en een sterk Europa heeft dan ook nood aan een gezonde landbouwsector. Deze sector staat echter onder druk, hetgeen zich reflecteert in een aantal niet mis te interpreteren feiten. Het aantal landbouwers daalt systematisch – zowel in Vlaanderen als in de rest van Europa – en de sector vergrijst. De concurrentie neemt ook enorm toe. Voor nagenoeg alle landbouwproducten die in Europa worden geproduceerd, kan er wel een plaats in de wereld worden gevonden waar goedkoper geteeld of gekweekt kan worden. Concurreren op kostprijs is in dit geval uitermate moeilijk of zelfs geen optie. Daarbovenop komt de druk op het milieu, en het besef dat de Europese landbouw moet inzetten op ecologisch duurzame praktijken.

De uitdaging voor de sector zijn dus enorm, zowel financieel als ecologisch én sociaal. Is een gezonde landbouwsector een utopie? Hoe ziet een goed beleidskader er uit? Welke praktijken verdienen navolging? Is er nood aan een meer geïntegreerd voedselbeleid, of volstaat een grondige hervorming van het huidige landbouwbeleid om zuurstof te geven aan goede praktijken in Europa?

Complexe materie vraagt om samenwerking
De doelstellingen van het SUFISA consortium zijn ambitieus. Het consortium wil een conceptueel kader uittekenen dat de marktimperfecties in de sector linkt aan de beleidsnoden voor de Europese landbouwer. Daarbij zal rekening gehouden worden met de diversiteit van de sector en de geografische verschillen binnen Europa. Het consortium zal nagaan in welke mate marktimperfecties de efficiëntie, de strategische keuzes en de financiële prestaties van een landbouwbedrijf beïnvloeden. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar goede praktijken in de sector, om zo te komen tot beleidsaanbevelingen die dergelijke praktijken bevorderen.

Het hoeft geen betoog dat deze ambities vragen om een interdisciplinaire aanpak. Een zuiver economische of technische benadering volstaat zeker niet om de strategische keuzes van een landbouwer te verklaren. Het consortium verenigt daarom onderzoekers van uiteenlopende disciplines: van sociologen en landbouweconomen, tot experts in regionale ontwikkeling. Dit kadert volledig binnen de nieuwe benadering van de Europese Commissie inzake onderzoeksprojecten. Voor een buitenstaander mag samenwerking tussen academici uit verschillende domeinen dan als een evidentie worden beschouwd, in de praktijk is het geen sinecure om theoretische kaders en concepten te verenigen.

Naast interdisciplinaire samenwerking zullen de onderzoekers van SUFISA ook nauw samenwerken met het werkveld. Dat werkveld bestaat uiteraard niet alleen uit boeren en landbouworganisaties, maar omvat alle spelers in de sector – van toeleveranciers en voedingsindustrie, tot retail en consument. Een inzicht in de sector vereist dat alle partijen gehoord worden en – nog een stap verder – dat alle partijen bereid zijn om met elkaar in dialoog te gaan. In België is dergelijk constructief overleg al ingebed in het Belgisch ketenoverleg Agrovoeding, maar in veel andere lidstaten ontbreekt dergelijk platform.

lekkervanbijons_geVILT.jpg

De partners in het SUFISA consortium zijn de universiteiten van Leuven en Hasselt, Gloucestershire (Verenigd Koninkrijk) en Athene (Griekenland), Jagiellonian University (Polen), universiteiten van Bologna en Pisa (Italië), Aarhus University en Southern Denmark University (Denemarken), Baltic Study Center (Letland), Eberswalde University for Sustainable Development (Duitsland), Evora University (Portugal), Belgrado University (Servië) en het Institute for Sustainable Development and International Relations (Frankrijk).

SUFISA beschouwt de volledige Europese landbouw- en visserijsector. In een context van marktfalen en strategische bedrijfskeuzes kunnen de verschillende subsectoren niet over één kam geschoren worden. Hetzelfde geldt voor de regionale verschillen in Europa. Het SUFISA consortium selecteerde daarom een aantal sectoren, die toelaten te komen tot diepgaande inzichten en toch het brede spectrum van de Europese landbouw- en visserijsector in beeld brengen.

SUFISA case studies: opportuniteit voor Europese vergelijking
Case studies selecteren is een proces waar heel wat analyse aan vooraf gaat. Voor SUFISA was het van cruciaal belang dat kernactoren binnen de case bereid waren om mee te werken aan het onderzoek. Deze afweging in combinatie met regionale verscheidenheid en de representativiteit van de diverse sectoren in de Europese landbouw leidde uiteindelijk tot de selectie van 13 cases. De cases kunnen worden opgedeeld in acht groepen: akkerbouw, zuivel, fruit, vlees, aquacultuur, wijn, visserij en olijfteelt.

De Belgische partners van het project – KU Leuven en Universiteit Hasselt – kozen voor appel/peer en suikerbieten. KU Leuven trekt de kar voor de appel en peer case studie. De Universiteit van Hasselt leidt de studie naar suikerbieten. Een eerste argument voor deze keuze ligt bij het economisch belang van beide sectoren voor de Belgische landbouw. België behoort bij de top 3 in Europa als het gaat om landbouwproductiviteit. Met een productie van 4,45 miljoen ton vertegenwoordigt de Belgische suikerbiet meer dan de helft van de totale oogst aan industriële gewassen in ons land. Ook voor de keuze van appel en peer zijn economische motieven. Het betreft de belangrijkste fruitsoorten voor onze landbouw, en bovendien is België de derde grootste perenproducent in Europa.

peer.conference_geVILT.jpg

Beide sectoren staan echter voor enorme uitdagingen. Het verdwijnen van het suikerbietquotum alsook de lage prijs voor suikerbieten stelt boeren immers voor de strategische keuzes. Daarnaast is ook de structuur van de suikersector erg boeiend voor verdere analyse. Zowel bij de toeleveranciers als bij de verwerking is het aantal spelers bijzonder beperkt. De uitdaging in de fruitsector is van geheel andere aard. Appel- en peertelers werden de afgelopen jaren geconfronteerd met drastische en abrupte wijzigingen op de afzetmarkt. Daar waar deze fruitboeren in 2014 nog bij de meest optimistische boeren waren in ons land, zakte deze barometer naar een dieptepunt door de Russische boycot.

De universiteit van Bologna koos de peersector als haar case studie. De Universiteit van Krakau legt zich in het kader van het SUFISA onderzoeksproject toe op de appelsector in Polen. Dit biedt uiteraard zeer boeiende perspectieven voor een vergelijking tussen de Belgische, de Poolse en de Italiaanse fruitteler.

Media-analyse – wat schrijft de pers over landbouw?
Het consortium zal nauw samenwerken met alle actoren in de voedselketen. Een gezonde dialoog is immers cruciaal om de hiaten in het voedselsysteem te identificeren en duurzame oplossingen te formuleren. Dit veronderstelt uiteraard de analyse van beschikbare statistieken, interviews en overleg. Maar ook een analyse van de media kan in deze context tot interessante inzichten leiden. Wat schrijft de pers over de sector? Welk beeld krijgt de gewone burger van de landbouwsector? Welke actoren staan in de schijnwerpers, en wiens stem is ondervertegenwoordigd in het debat?

KU Leuven selecteerde 100 artikels over een periode van 10 jaar (2006-2016) uit de meest populaire kranten in Vlaanderen. De analyse gebeurde met behulp van NVivo©, een softwareprogramma dat onder meer toelaat om de meest gebruikte termen in de artikels te identificeren.

Een eerste opvallend resultaat is dat in de periode van 2007 tot 2015 Piet Vanthemsche dé spreekbuis van de sector lijkt te zijn terwijl de boer zelf in realiteit zelden het woord krijgt in onze geschreven pers. Vanaf 2015 stellen we vast dat Boerenbond – als organisatie - de fakkel overneemt als spreekbuis van de boeren.

Piet Vanthemsche 20jaarVILT_NB.jpg

In de Vlaamse pers zijn er ook een aantal sectoren die beduidend meer het nieuws halen dan anderen. De meest populaire landbouwthema’s in de media zijn melk en melkquota, mestoverschotten, de varkenssector, illegale praktijken en slachthuizen, alsook het ritueel slachten. Vanaf 2014 kwam door het Russische embargo ook de fruitsector, en meer specifiek het lot van appel- en peertelers in beeld.

De studie ging ook na vanuit welke denkkaders er naar de sector wordt gekeken. Een denkkader geeft aan vanuit welke perspectief mensen naar de sector kijken en dus ook waar ze oplossingen zien om de sector te verduurzamen. De denkkaders die in deze studie werden gehanteerd zijn het marktkader, het machtskader, het interventiekader, en het relationele kader.

Het marktkader is veruit het overheersende denkpatroon. Het neemt de vrije markt als uitgangspunt en zoekt oplossingen voor marktfalen in competitiviteit, labels, subsidies en erkende standaarden. In het marktkader wordt voedsel beschouwd als een product, een ‘commodity’ net als elk ander verhandelbaar product zoals ijzer of textiel. De argumenten tegen dit denkkader zijn erg uiteenlopend. Milieuorganisaties, maar ook steeds meer actoren in de keten, geven aan dat de milieukost niet is opgenomen in de prijs van voeding. Verder dreigt de unieke structuur van het voedselsysteem te leiden tot bodemprijzen voor landbouwproducten, de zogenoemde ‘race to the bottom’. En tenslotte is er de toenemende kritiek op de groei-economie en het besef dat er grenzen zijn aan de groei.

preirooien_geVILT.jpg

Het machtskader gaat ervan uit dat samenwerking de oplossing is voor de landbouwsector. Boeren moeten zich verenigen en zo voor tegengewicht zorgen ten opzichte van de grote spelers in de markt. Boerenbond en de veilingen zijn de belangrijkste pleitbezorgers van het machtskader. Hoewel dit kader – met voor- en tegenstanders – zeker leeft onder de boeren, komt het niet zo vaak expliciet in beeld in de media.

Het interventiekader gaat ervan uit dat de landbouwsector structureel nood heeft aan overheidsregulering. Voedsel wordt in deze context vaak genoemd als recht, veeleer dan als marktgoed. De bezorgdheid van zowel burgers als boeren, naar aanleiding van TTIP, kon binnen dit kader bijvoorbeeld rekenen op veel media-aandacht.

Tenslotte is er een relationeel kader van waaruit de sector kan worden geanalyseerd. Dit kader vertrekt van relaties tussen de actoren in de keten. Het Belgisch ketenoverleg agrovoeding past uiteraard helemaal binnen dit kader. Maar ook de lokale initiatieven die boer en burger dichter bij elkaar brengen vallen hieronder. We stellen vast dat de kleinschalige boer steeds vaker positief in beeld komt, als de voedselproducent die zorg draagt voor maatschappij en milieu.

hoevewinkel_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Een bedenking die in heel deze media-analyse kan gemaakt worden, is het gebrek aan de stem van de landbouwer zelf. Dit geldt zeker voor landbouwers die zich niet rechtstreeks richten tot de eindconsument maar contracten afsluiten met de verwerkende industrie, leveren aan de veiling, of kiezen voor export. Komt dit type landbouwer aan het woord, dan is dat meestal in crisissituaties – zoals bij het Russisch embargo en de fipronil-besmetting. De onderzoekers denken dat de burger op die manier een sterk vertekend beeld krijgt van onze Vlaamse landbouwsector.

En de toekomst
Het SUFISA consortium werkt momenteel aan een enquête waarmee ze landbouwers over heel Europa wil bereiken. De resultaten van de enquête moeten leiden tot een beter inzicht in de strategische keuzes van landbouwers. In het najaar zullen appel- en peertelers alsook de suikerbietentelers uitgenodigd worden om deel te nemen aan deze online enquête.

Een jaar later, in het najaar van 2018, zullen de resultaten bekendgemaakt worden in de vorm van een nationaal rapport en vergelijkende Europese studies. Maar de finaliteit van SUFISA gaat verder en ligt in de vertaalslag van deze inzichten in beleidsaanbevelingen voor een sterke en dynamische Europese landbouwsector, een noodzakelijke bouwsteen voor een meer duurzaam voedselsysteem.

Meer info: SUFISA

Bron: |

Beeld: VILT / Loonwerk Defour

In samenwerking met: KU Leuven

Volg VILT ook via