nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.04.2019 Teambuilding op de boerderij als versterking platteland

Voor haar eerste officiële boerderijbezoek, op uitnodiging van Boerenbond, ging gedeputeerde van plattelandsbeleid Kathleen Helsen (CD&V) langs bij de Sint-Jozefhoeve in Balen. Hier worden een 60-tal koeien gemolken, maar een klassiek melkveebedrijf is het allesbehalve. Op een doorsnee dag lopen er tientallen bezoekers op het erf. Grote bedrijven als KPMG en Janssen Pharmaceutica sturen er hun personeel op teambuilding. Bedrijfsleider Luc Nouwen houdt van de boerenstiel, maar ziet daarbuiten ook tal van mogelijkheden. Dat verklaart waarom hij al tot drie keer toe een LEADER-project indiende. “LEADER, een instrument voor plattelandsontwikkeling, legt de lat steeds hoger”, legt gedeputeerde Helsen uit waarom dat niet evident is voor een landbouwer met andere drukke bezigheden. Ze kondigt aan dat een adviesgroep van experten projecten op hun merites gaat beoordelen alvorens de zogenaamde plaatselijke groep de knoop doorhakt. De provincie Antwerpen mikt op een maximaal rendement van LEADER.

Een vat vol ideeën, zo kan je landbouwer Luc Nouwen uit Balen best omschrijven. Op zijn melkveebedrijf kwamen al uitgebluste jongeren herbronnen. “Respect en structuur is wat ik hen wil bijbrengen. Er is een tijd voor slapen, eten en voor werken.” De laatste jaren legt hij zich steeds meer toe op het organiseren van teambuildings. Het boerderijleven valt in de smaak van grote bedrijven die een originele locatie zoeken voor een teambuilding. Zozeer zelfs, dat Luc en zijn echtgenote Marina Geuens in 2010 fors investeerden in boerderijspelen om hun aanbod te professionaliseren. Sindsdien is de nevenactiviteit blijven groeien. Ondertussen draagt ze financieel meer bij aan het gezinsinkomen dan het melkveebedrijf.

Op het LinkedIn-profiel van Luc staat ‘agrarisch ondernemer’ in plaats van landbouwer, maar dat ondernemen is niet vanzelf gegaan. “Het is bijvoorbeeld niet evident om in agrarisch gebied een vergunning te krijgen voor ‘speeltuigen’. Ook de landbouwwetgeving is niet voorzien op een belangrijke bijverdienste uit niet-landbouwactiviteiten. Daarom is mijn echtgenote ondertussen zaakvoerder van de vennootschap waarin de teambuilding is ondergebracht. Zij is de werkende vennoot, ik de stille vennoot, en de boerderij is ondergebracht in een landbouwvennootschap waar ik zelf aan het hoofd van sta. Ondertussen is de boerderij voor een stuk het middel geworden om andere activiteiten te kunnen ontplooien.”

Indertijd is 100.000 euro geïnvesteerd in de teambuilding-spelen. Zonder de goedgekeurde aanvraag van plattelandssteun via LEADER waren ze er misschien nooit gekomen. “Nu was het een berekend risico van 35.000 euro.” Met het Europese subsidieprogramma LEADER had Luc voordien al kennisgemaakt, meer bepaald in 2007 toen hij investeerde in een vergaderzaal op de boerderij en een educatief wandelpad. Dat werd indertijd uitgeroepen tot het beste LEADER-project. Voor een derde project rond coaching op de boerderij hoopt hij nu op een herkansing want bij een eerste indiening werd het niet goedgekeurd door de stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van middenveldorganisaties en lokale besturen.

“Personeel uit het bedrijfsleven dat hier anders op teambuilding komt, zal nu de kans krijgen om de touwtjes in handen te nemen op de boerderij”, licht Luc zijn jongste project toe. “Na het volgen van een cursus coaching doe ik binnenkort de eerste test met personeel van een chemiebedrijf uit Nederland. Zij zullen zonder mijn hulp twee dagen lang hun plan moeten trekken: het rantsoen voor de koeien samenstellen, de kalveren melk geven, administratie doen en de bijbehorende problemen oplossen. Ze zullen een brief van de melkerij krijgen waarin staat dat weidegang voortaan vereist is, en een mededeling van de overheid met de boodschap dat de derogatie niet goedgekeurd is zodat er een mestoverschot ontstaat op mijn bedrijf. Vervolgens is het aan hen om met oplossingen te komen.”

Voor Luc is het de derde maal dat hij beroep wil doen op LEADER-subsidies. Aangezien de middelen daarvoor uit de pot van het gemeenschappelijk landbouwbeleid komen, hebben projecten van landbouwers een streepje voor. Toch ervaart Luc dat het niet evident is om de plaatselijke groep (de stuurgroep van middenveldorganisaties en lokale bestuurders, nvdr.) te overtuigen. Gedeputeerde Kathleen Helsen, verantwoordelijk voor plattelandsbeleid in de provincie Antwerpen, is op uitnodiging van Boerenbond op bezoek bij de Sint-Jozefhoeve in Balen. Wat Luc zegt, verbaast haar niet: “De lat voor LEADER-subsidies wordt steeds hoger gelegd.” Zo hoog blijkbaar, dat weinig aanvragen van landbouwers komen en dat vindt ze jammer. Bovendien ketsen door hen ingediende projecten vaak af op de regels rond staatssteun, die voor de plaatselijke groep een drempel zijn om het bedrijfsleven via LEADER te ondersteunen. Voor pakweg een lokaal bestuur dat iets wil ondernemen op het platteland speelt dat niet.

In de provincie Antwerpen zijn negen thema’s afgebakend waarrond LEADER actie kan ondernemen. In de drie LEADER-gebieden werden daaruit telkens drie thema’s gekozen. “Hier worden geen kappelletjes gerenoveerd met deze middelen. We zetten ze gericht in voor vrijwaring van open ruimte, bestrijding van plattelandsarmoede, plattelandseducatie, agrobiodiversiteit, enz.”, zegt gedeputeerde Helsen. “De link met landbouw werd binnen LEADER gaandeweg versoepeld omdat er te weinig kandidaat-projecten waren. Nu is er een continu spanningsveld tussen hoe eng of breed je dat moet bekijken, in het achterhoofd houdend dat de subsidies uit het landbouwbudget komen.”

De gedeputeerde van plattelandsbeleid meent dat LEADER meer in zijn mars heeft dan er nu uitkomt. Luc Nouwen gaf al aan dat hij zich niet altijd goed begrepen voelt bij de voorstelling van een projectidee – “een projectpresentatie geven, is niet iets wat als ik landbouwer dagelijks doe”. Kathleen Helsen pikt daar meteen op in: “In de toekomst willen we projecten beter begeleiden in de aanloop naar hun definitieve goedkeuring. Bovendien mag je van de plaatselijke groep die over een project oordeelt niet alle expertise verwachten. Wie affiniteit heeft met agrobiodiversiteit, zal dat wellicht niet hebben met plattelandsarmoede en omgekeerd. Daarom zal het oordeel van de ‘generalisten’ die in de plaatselijke groepen zetelen voorafgegaan worden door een advies van specialisten in de materie. De samenstelling van die adviesgroep kan telkens aan het LEADER-thema aangepast worden. Dit is ook goed voor de continuïteit in de besluitvorming gezien de vele nieuwe leden in de plaatselijke groepen na de recente lokale verkiezingen.”

De nieuwe aanpak bij de beoordeling van LEADER-projecten in de provincie Antwerpen staat los van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020. “We kennen de plannen van Europa met dit instrument voor plattelandsontwikkeling niet. Al gaan we wel uit van het behoud ervan en daarom zijn we reeds begonnen met de voorbereiding van de volgende programmaperiode.”

De activiteiten op de boerderij verbreden zoals Luc en Marina doen, wordt vaak als een oplossing gezien voor de laagconjunctuur binnen de landbouw. “Dat is niet voor iedereen weggelegd”, beseft gedeputeerde Helsen, “en daarom zijn er ook bedrijfsleiders die kiezen voor schaalvergroting om rendabel te blijven. Alle ondernemers verdienen ruimte om te innoveren, maar stilaan evolueren we naar mastodontbedrijven die een aanslag zijn op het landschap en het maatschappelijk draagvlak voor landbouw. De vraag waar we naar toe willen met onze open ruimte dringt zich op. Een discussie die we evengoed moeten voeren over de inplanting van nieuwe windmolens. Tot hiertoe gebeurt de vergunningverlening ad hoc, ook in dossiers zoals dat van Luc.” De ondernemende landbouwer is vragende partij voor een duidelijk beleidskader. Hij wil zijn infrastructuur voor teambuilding op korte termijn nog uitbreiden. Opnieuw vreest hij te botsen op regelgeving die geënt is op hoe een landbouwbedrijf er vroeger uitzag.

Meer nog dan in de vier andere provincies staat in Antwerpen de resterende open ruimte onder druk. Dat verklaart waarom open ruimte één van de LEADER-thema’s is en de nood aan visievorming hier zo sterk gevoeld wordt. Gedeputeerde Helsen verwijst naar een pilootstudie die inzoomt op de ontwikkelingsmogelijkheden van landbouwbedrijven in de Noorderkempen. Daar is de schaalvergroting in de landbouw een item, terwijl in haar thuisregio Herselt de verpaarding van het platteland zich sterker doet voelen. “Voor geen enkele ondernemer is het prettig dat de vergunningverlening ad hoc gebeurt. Nu mag iets in de ene gemeente wel en in de andere niet, terwijl de open ruimte gemeentegrenzen overschrijdt.”

Helsen benadrukt tot slot dat plattelandsbeleid over meer dan alleen landbouw gaat, en bijvoorbeeld ook over wonen en dienstverlening op het platteland. “Dorpen zijn in verandering want we zien de Kempense bevolking vergrijzen. Daarom voeren we een beleid rond veerkrachtige dorpen. Het aandeel beroepslandbouwers in de plattelandsbevolking slinkt, maar de schaal van hun bedrijven groeit. In de vergunningverlening zullen gemeenten en provincie de landbouw- of andere economische activiteit altijd afwegen tegen de draagkracht van de omgeving. Het komt de overheid toe om te bepalen wat we best wel en beter niet vergunnen om de levenskwaliteit van mensen te garanderen. Dit vraagt een sterk beleid vanuit een sterke visie. Regelgeving zou langer moeten standhouden zonder wijzigingen want ondernemers zoals Luc investeren niet voor vijf maar voor twintig jaar.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via