nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.06.2019 Teelten komen jaren toe met bodemvoorraad fosfor

Door de verstrenging van de bemestingsnormen moeten teelten noodgedwongen de (rijke) bodemvoorraad fosfor aanspreken. Naar opbrengst toe geeft dat geen verschil, zelfs niet wanneer maïs tijdens zijn jeugdgroei paars kleurde. Bij een voldoende grote bodemvoorraad fosfor kan volgens Vlaamse experten elke vorm van fosforbemesting weggelaten worden zonder opbrengstderving. Voor tarwe is er zelfs na 100 jaar nog geen probleem. Omgekeerd, en dat is een voor de waterkwaliteit minder gunstige vaststelling uit de studie in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij, zal het nog tientallen jaren duren om de huidige hoge fosforgehaltes in de bodems van veel landbouwpercelen binnen de vooropgestelde streefwaarden te krijgen.

Vlaamse boeren en tuinders zijn zuinig geworden met fosfor. Kunstmest met daarin fosfor wordt amper nog toegepast. De meeste fosfor komt op de akkers in de vorm van dierlijke mest. Door het almaar verstrengen van de bemestingsnormen kan met varkensmest de behoefte van planten aan stikstof niet meer ingevuld worden omdat het fosforgehalte sneller tegen de wettelijke norm aanbotst. In het verleden werden wel grote dosissen toegepast zodat de planten zeker geen stikstof zouden tekortkomen. Het gevolg daarvan is dat de overmaat aan fosfor zich heeft opgehoopt in de bodem van het merendeel van de Vlaamse landbouwpercelen.

In opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) gingen onderzoekers van ILVO, KU Leuven en Bodemkundige Dienst van België op zoek naar de streefwaarden voor fosfor in de bodem. Het gewas moet voldoende fosfor ter beschikking hebben, maar een overschot kan het grond- en oppervlaktewater vervuilen. Te veel fosfor in water geeft aanleiding tot algengroei. Optimaal ligt het fosforgehalte van een perceel tussen 11 en 16 mg per 100 gram. “Dan zit u zowel voor opbrengst als milieu goed”, zo staat te lezen in een praktijkgids voor landbouwers die is opgesteld met de bevindingen uit de studie.

Landbouwers die percelen bewerken met te hoge fosforgehaltes vinden in de praktijkgids tips om het fosforgehalte richting het streefcijfer te laten evolueren. Geduld is hierbij op zijn plaats want – zo zegt ILVO-onderzoeker Fien Amery – “het zal nog tientallen jaren duren om de huidige hoge fosforgehaltes in veel landbouwbodems binnen de streefwaarden te krijgen”. Zelfs met een grote fosforafvoer door gras en maïs en geen enkele vorm van fosforbemesting duurt het meer dan tien jaar om van 26 naar 16 mg fosfor per 100 gram te evolueren. Jaarlijks 20 m³ runderdrijfmest toepassen, zal de duurtijd om het fosforgehalte te verlagen doen verdubbelen. Met varkensdrijfmest, die veel rijker is aan fosfor, is het nog veel moeilijker om het fosforgehalte in de bodem te doen dalen.

Landbouwers dienen volgens de onderzoekers voor ogen te houden dat fosforbemesting enkele jaren tot zelfs decennia niet nodig is voor het gewas bij een fosforgehalte in de bodem hoger dan 16 mg. Ook startfosfor voor maïs is dan overbodig. “In het begin staat de maïs er zonder die extra fosforgift soms wat kleiner en paarser bij, maar in de eindopbrengst is daar niets meer van te merken”, verzekeren de experten van ILVO, BDB en KU Leuven. Meststoffen die weinig fosfor aanbrengen en veel stikstof en koolstof zijn in deze optiek interessant. Vanwege hun gunstige verhouding koolstof versus fosfor moedigt de mestwetgeving het gebruik van compost en stalmest aan. Zij voeden niet alleen het gewas, maar verbeteren ook de bodem. Voor het kleine aantal percelen in Vlaanderen met een te laag fosforgehalte voor een goede gewasopbrengst zijn compost en stalmest eveneens een uitkomst. Rijenbemesting met kunstmest is in dat geval ook verantwoord.

Meer info: Vlaamse Landmaatschappij

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via