nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

09.02.2018 Tegengestelde verwachtingen omtrent herkomstlabeling

De zuivelindustrie haalt opgelucht adem omdat merkproducten buiten het nieuwe voorstel vallen omtrent een vrijwillige herkomstvermelding voor de ingrediënten in verwerkte voedingswaren. Zuivel- en andere voedingsbedrijven zien met lede ogen aan dat een aantal lidstaten het EU-initiatief niet afwachten en op eigen houtje experimenteren met herkomstlabeling. Zelfs al verplichten ze het niet, dan nog bestaat het risico dat supermarkten het van hun leveranciers gaan eisen. Consumentenverbond BEUC vindt dat de EU-wetgever niet ver genoeg gaat en ook boerenkoepel Copa vreest dat voedingsfabrikanten weinig transparant zullen blijven over de herkomst van landbouwgrondstoffen.

Nu verschillende lidstaten van fabrikanten gaan eisen dat ze het land van herkomst duidelijker vermelden op voedingsverpakkingen doet de Europese Commissie een poging tot harmonisatie. Herkomstlabeling verplichten voor de ingrediënten in verwerkte voeding ziet men in Brussel niet zitten. Betrekt een voedingsfabrikant de landbouwgrondstoffen (melk, aardappelen, groenten, enz.) uit een ander land, dan mag maar moet dat niet aangeduid worden op de verpakking. De plaats waar een gewas geoogst wordt, of een dier gekweekt, is niet noodzakelijk dezelfde als waar de verwerking gebeurt zodat de vraag is hoe transparant een fabrikant daarover moet zijn, en kan zijn zonder dat het onwerkbaar wordt.

De Europese consumentenorganisatie BEUC vindt dat de consument het recht heeft om de precieze herkomst te weten, en ijvert daarom voor een verplichting. “Meer dan acht op de tien consumenten willen weten waar hun melk en vlees, in verse of verwerkte vorm, vandaan komen. Minstens voor deze twee productcategorieën zou labeling verplicht moet worden.” Een aantal lidstaten doen dat reeds op eigen houtje: Frankrijk, Italië, Portugal, Litouwen, Griekenland, Finland en Spanje. Als het van de consumentenbond afhangt, dan krijgt dit EU-breed navolging.

Tijdens de openbare raadpleging werd duidelijk dat de voedingsindustrie daar helemaal niet op zit te wachten. Namens de vleesindustrie drukt EUCBV de hoop uit dat de vrijwillige herkomstlabeling in de plaats komt van nationale initiatieven die een verplichting invoeren, en dat beide systemen niet naast elkaar gaan bestaan. De zuivelindustrie, met EDA en Eucolait als spreekbuizen, is opgelucht dat merkproducten buiten schot zouden blijven. Nu het Commissie-voorstel meer strookt met hun opvattingen, mag het van de European Dairy Association (EDA) snel ingevoerd worden zodat een einde komt aan de wildgroei van nationale initiatieven op vlak van herkomstlabeling. Handelaarsverbond Eucolait wil al helemaal niet weten van nieuwe regeltjes die het vrije handelsverkeer kunnen verstoren. Als herkomstlabeling moet, dan liever vrijwillig is ook daar de teneur.

De visie van de landbouwsector, op EU-niveau vertegenwoordigd door Copa, sluit korter aan bij de opinie van de consumentenbond. De boerenkoepel geeft de wetgever in Brussel volgende feedback: “De plek waar hun voedsel geproduceerd wordt, is van toenemend belang voor consumenten. Lokale voeding kopen, geeft hen het gevoel dat ze bijdragen aan de lokale economie. In de praktijk is de herkomstaanduiding op een voedselverpakking vaak geen goede aanduiding van de plek waar de landbouwgrondstoffen vandaan komen. Spijtig genoeg geeft het voorstel van EU-richtlijn voedingsfabrikanten nog altijd de ruimte om mist te spuien. In plaats van de herkomst van de ingrediënten te vermelden, kunnen ze simpelweg meedelen dat die verschillend is van de productieplek van het eindproduct. De ontwerptekst is met andere woorden te flexibel en te vaag.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via