nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.06.2018 Thuisverbruik aardappel blijft lichtjes dalen

Het thuisverbruik van verse ongeschilde aardappelen staat al een paar jaar onder druk. Ook in 2017 werd een volumedaling met 3,4% genoteerd. De andere maaltijdbegeleiders, verwerkte aardappelen of andere producten als rijst en pasta, noteren een status quo of een lichte stijging. Van alle maaltijdbegeleiders komt de aardappel nog wel steeds het vaakst op tafel in de Belgische keuken. Dat blijkt uit GfK-marktonderzoek in opdracht van VLAM. 

De aardappel, waar de Vlaming zo verknocht aan is. Of niet (meer)? 92% van de Belgische gezinnen kopen verse aardappelen en ze doen dit gemiddeld 14 keer per jaar. Dat blijkt uit gegevens die VLAM aankocht bij GfK Belgium, die de aankopen van 5.000 Belgische gezinnen voor thuisverbruik opvolgt, uit online onderzoek dat iVox in opdracht van VLAM uitvoerde en uit de Marktmaker, de online research community van VLAM in samenwerking met InSites Consulting.

Zowel het aantal kopers als het aantal keer per jaar dat de Vlaming verse aardappelen kochten, bleef de laatste jaren relatief stabiel, maar door een dalend aankoopvolume per keer daalt het volume per capita jaarlijks. In 2017 bedroeg die daling 3,4% zodat we uitkomen op een thuisverbruik van verse aardappelen van 22,9 kg per capita. De gemiddelde prijs bleef stabiel op 0,99 euro per kg, waardoor ook de besteding per Belg in 2017 daalde met 3,4% tot 22,7 euro per capita.

In Vlaanderen ligt het thuisverbruik van verse aardappelen met 24,2 kg per capita hoger dan in Wallonië (21,8 kg) en Brussel (18,2 kg). Ook qua leeftijd noteren we grote verschillen: 30,1 kg per capita bij 65-plussers tegenover 17,0 kg per capita bij 30-39 jarigen. De daling in het thuisverbruik van aardappelen kan deels verklaard worden door een grotere drang naar variatie met andere maaltijdbegeleiders, die nog verder aangewakkerd wordt door het groeiende aanbod aan alternatieven en het contact met andere eetculturen, aldus VLAM. Gekookt is de meest gegeten bereidingsvorm van aardappelen, gevolgd door frietjes, puree en gebakken aardappelen.

90% van de aangekochte aardappelen worden voorverpakt gekocht. Het aankoopgewicht van 5 kg blijft het populairst, met een volumeaandeel van 48%, gevolgd door de aankoop van 2,5 kg met 23%. De lagere gewichten (<2,5 kg) winnen de laatste jaren terrein en kwamen in 2017 uit op een marktaandeel van 14%. De hogere gewichten (> 5 kg) verliezen hierdoor aandeel: van 26% volumeaandeel in 2008 tot 14% in 2017. In 2008 bedroeg de gemiddelde aankoophoeveelheid 5,2 kg, in 2017 is dit nog 4,1 kg.

Het volumeaandeel van de grote 3 variëteiten (Bintje, Nicola en Charlotte) daalt jaarlijks ten voordele van diverse andere variëteiten. Bintje daalde van 34% aandeel in 2008 tot 20% in 2017, Nicola van 17% tot 13% en Charlotte van 11% tot 7%. De andere variëteiten stegen dus samen van 38% van het volume in 2008 tot 60% in 2017. Het gaat over heel veel verschillende variëteiten. De keuze van het kooktype (vastkokend, bloemig) is voor de consument belangrijker dan de keuze van de variëteit. 82% van de verse aardappelen worden gekocht in een supermarkt.

Na een stabilisatie in het thuisverbruik van verse verwerkte aardappelen tussen 2011 en 2013, noteren we sinds 2014 een verdere stijging. In 2017 gaat het om een stijging met 2,2% tot 1,8 kg per capita. 63% van de Belgische gezinnen kochten in 2017 verse verwerkte aardappelen en ze deden dit gemiddeld 7,0 keer per jaar. Het thuisverbruik van verwerkte aardappelen in diepvries kende ook een stabilisatie tussen 2009 en 2013 (5,6 à 5,7 kg per capita), maar hier zien we sinds 2014 een dalende tendens en kwamen we in 2017 uit op 5,1 kg per capita.

De aardappel blijft nog steeds de maaltijdbegeleider bij uitstek. 34% van de Vlaamse gezinnen bereiden nog minstens 4 keer per week een maaltijd met verse aardappelen en maar liefst 70% doet dit minstens 2 keer per week. Bij de andere maaltijdbegeleiders (pasta, rijst, wraps, quinoa …) ligt deze frequentie een heel stuk lager. Zo geeft slechts 4% aan wekelijks quinoa te bereiden en 81% doet dit minder dan maandelijks of nooit.

Dat blijkt ook uit het thuisverbruikcijfers. Droge deegwaren vormen een stabiele markt met een thuisverbruik van 5,0 à 5,1 kg per capita. Ook het thuisverbruik van rijst bleef de voorbije jaren schommelen tussen 1,5 en 1,6 kg per capita. 85% van de keren dat we gekookte aardappelen eten, is dit thuis en 7% van de keren bij familie en vrienden. Er blijft dus slechts 8% over voor buitenshuisconsumptie.

Nagenoeg hetzelfde verhaal bij aardappelpuree, dat voor 89% thuis of bij familie en vrienden wordt gegeten en slechts voor 11% elders. Ook bij andere aardappelbereidingen zoals gebakken aardappelen blijft thuis veruit de belangrijkste consumptieplaats. Uitzondering zijn frietjes. Hier daalt het belang van thuisconsumptie tot 53%. Daarnaast eten we frietjes voor 7% bij familie en vrienden, maar ook voor 27% in horeca en voor 4% op het werk/school. Indien frietjes thuis gegeten werden, dan werden ze bovendien in een derde van de gevallen afgehaald, bijvoorbeeld in een frituur. 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLAM

Volg VILT ook via