nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.02.2017 "Tijdelijke natuur is heel veraf in de praktijk"

Door achtereenvolgens een artikel in het magazine Mblad en een parlementaire vraag aan minister Schauvliege circuleerde vorige week het idee om de meer dan 17.000 hectare braakliggende industriegrond in te schakelen als tijdelijke natuur. Vandaag maaien en spuiten grondeigenaars braakland tegen onkruidontwikkeling zodat het idee om de natuur er zijn gang te laten gaan de handen op elkaar kreeg. De vraag die gesteld dient te worden, is waarom eigenaars zo bang zijn dat beschermde soorten zich vestigen op hun terreinen. Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker geeft het antwoord: “De enige bereidheid die de overheid tot nu toe toonde richting industrie was die van de natuurcompensaties, waardoor bedrijven zich wel kunnen ontwikkelen maar landbouw steevast de prijs betaalt. Denk maar aan het beleid voor de havens.” Even problematisch is volgens De Becker het statuut van natuur in landbouwgebied.

Groen-politica Elisabeth Meuleman argumenteerde in het Vlaams Parlement dat tijdelijke natuur een opportuniteit is voor Vlaanderen. Ze liet zich inspireren door de getuigenissen van bedrijfsleiders in M-blad, een B2B-blad over milieu en duurzaamheid. Ook Hendrik Schoukens, een in milieurecht gespecialiseerd advocaat die verbonden is aan de Universiteit Gent, nam daarin het woord. Iedereen toont zich een groot fan van tijdelijke natuur, ook Vlaams minister Joke Schauvliege bleek naderhand. Over de garanties die bedrijven willen omtrent de ontwikkeling van hun percelen werd nogal licht heen gestapt. Minister Schauvliege verklaarde dat het wettelijk kader niet aangepast hoeft te worden. Volgens haar is er vooral nood aan goede praktijkvoorbeelden.

Wie het voorwoord van Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker in Boer&Tuinder leest, zal tot de conclusie komen dat die goede voorbeelden er in de praktijk niet zijn. De Becker verwijst naar het beleid in de buurt van de havens. De industrie in het Antwerpse havengebied kan uitbreiden hoewel er zich waardevolle natuur ontwikkelde op hun braakliggende terreinen. Alleen is het de landbouwsector die daarvoor het gelag betaalt omdat de natuurcompensaties gerealiseerd worden in het omliggende landbouwgebied. De Antwerpse haven is geen alleenstaand voorbeeld. Dezelfde problematiek speelt in Zeebrugge waar er historisch poldergrasland verloren gaat door havenuitbreiding. Het laat zich raden hoe en waar daarvoor compensaties geëist worden.

Het pleidooi voor tijdelijke natuur dat opgepikt werd door de algemene media valt moeilijk te rijmen met het rigoureus vasthouden aan natuurcompensaties zoals dat in Vlaanderen gebeurt. Leen Franchois, Boerenbondadviseur natuurbeleid, legt uit dat het compensatiebeleid zich niet beperkt tot de ‘grote’ dossiers genre havenuitbreiding, Essersbos en de zandontginningen in Limburg. “Zelfs voor de aanleg van een fietspad worden vandaag natuurcompensaties gevraagd. Bovendien beperkt die vraag zich niet tot het compenseren van Europees beschermde soorten en habitats. In de Vlaamse natuurregelgeving zit een natuurtoets vervat die de beoordeling voorschrijft van projecten met een impact op natuur. Die wordt dan gebruikt om ook voor ‘Vlaamse natuur’ compensaties te vragen...” Kortom, het huidige natuurbeleid strookt helemaal niet met het beeld dat Boerenbond heeft van tijdelijke natuur. Voorzitter De Becker haar boodschap is daarom glashelder: “Voor ons geen statuut tijdelijke natuur voor industrie als aan de compensaties in landbouwgebied geen halt wordt toegeroepen.”

Daarop aansluitend opent Sonja De Becker de discussie over een werkbaar kader voor natuur in landbouwgebied. “Dat gaat veel ruimer dan het al dan niet tijdelijk zijn van die natuur. Dat gaat bijvoorbeeld ook over de bossen die nu strikter beschermd zijn in landbouwgebied dan in natuurreservaten, het gaat over de rechtszekerheid voor landbouwers die natuur realiseren en nadien allerlei beperkingen of bijkomende eisen opgelegd krijgen – denk maar aan de poldergraslanden. Vorige vrijdag werd het nieuwe Natuurrapport in het Vlaams Parlement voorgesteld, waarin gewezen wordt op de vele mogelijkheden voor natuur in landbouwgebied. Als de Vlaamse overheid daarop wil inzetten, moet ze eindelijk ook het gesprek over rechtszekerheid aangaan!”

Op een studiedag in Leuven gaf Peter Van Bossuyt, directeur van de Boerenbond-studiedienst, het voorbeeld van een landbouwer die een poel aanlegt om daarna te moeten vaststellen dat de overheid niet wil dat die poel ooit nog verplaatst wordt. Hetzelfde kan gezegd worden over kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten. “Kleine landschapselementen zijn even strikt beschermd in landbouwgebied als in natuurgebied”, verduidelijkt Leen Franchois. “Het verplaatsen van een haag of houtkant is vergunningsplichtig zodat een landbouwer het oordeel van de vergunningverlenende overheid moet afwachten, die zich laat adviseren door het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit schept onzekerheid en dreigt averechts te werken voor de natuur in landbouwgebied. Een flexibeler statuut zou landbouwers over de streep kunnen trekken om hagen te planten en poelen aan te leggen.”

Eén goed praktijkvoorbeeld luistert naar de naam ‘agroforestry’. In het Bosdecreet staat namelijk expliciet vermeld dat aanplantingen van bomen op een landbouwperceel in het kader van een boslandbouwsysteem niet onder het decreet en het verbod op ontbossing vallen. Volgens Franchois zijn er meer van zulke vertrouwenswekkende voorbeelden nodig, “zeker nu er in het landbouwgebied soortenbeschermingsprogramma’s worden uitgerold voor de grauwe kiekendief en de wilde hamster”. Boerenbond vraagt dat de overheid landbouwers die daar vrijwillig aan meewerken de garantie geeft dat zij binnen dit en vijf jaar niet geconfronteerd worden met verplichtingen die hun bedrijfsvoering bemoeilijken. Omgekeerd zal een overheid die landbouwers vergoed heeft voor hun inspanningen niet willen dat de natuurwaarden die opgebouwd zijn verloren gaan. Een moeilijke evenwichtsoefening dringt zich dus op.

Bron: eigen verslaggeving / Boer&Tuinder

Volg VILT ook via