nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

06.02.2018 Tot 20 mln euro schade door Canadese ganzen tegen 2050

Als Vlaanderen geen maatregelen neemt tegen de toenemende populatie Canadese ganzen, dan zullen de dieren tegen 2050 voor minstens 20 miljoen euro aan landbouwschade en watervervuiling veroorzaken. Dat stellen economen en biologen in een multidisciplinaire studie geleid door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De Canadese gans wordt beschouwd als een invasieve soort en de populatie wordt op veel plaatsen in de wereld beheerd.

Canadese ganzen werden ingevoerd vanuit Noord-Amerika en gehouden als jachtwild en gezelschapsdier. De vogels ontsnapten echter en verloren hun natuurlijk trekgedrag. In de jaren ’70 kwamen de eerste dieren in onze contreien broeden. De laatste 20 jaar nam de populatie exponentieel toe tot naar schatting 15.000 vogels. Door hun graasgedrag veroorzaken ze heel wat schade aan gewassen en graslanden in landbouw-, recreatie- en natuurgebied. Door hun mest vervuilen ze ook zwemwaters en plassen. De aanwezigheid van deze ganzen legt ook een hypotheek op natuurherstelprojecten.

Omwille van hun invasieve karakter worden Canadese ganzen ook in Vlaanderen bejaagd en gevangen. In de periode 2009-2012 werden jaarlijks meer dan 2.000 ganzen gevangen tijdens hun ruiperiode. Canadese ganzen vervangen dan hun slagpennen en kunnen niet vliegen. Dat laat toe om ze te vangen in kooien. Ook na 2012 werd het beheer van de populatie verdergezet, met een duidelijk effect. Op basis van jaarlijkse wetenschappelijke tellingen is het gemiddeld aantal ganzen per gemeente in Vlaanderen afgelopen zomer gehalveerd ten opzichte van 2010.

In de nieuwe studie van INBO wordt nu voor het eerst ingezoomd op het financiële aspect van dit beheer in een kosten-batenanalyse. De onderzoekers vergeleken een scenario waarin ganzen enkel bejaagd worden en hun eieren geprikt worden, met het huidige scenario waarbij de ganzen daarenboven ook gevangen en gedood worden. De ganzenpopulatie, beheerkosten en schadekosten werden tot 2050 in kaart gebracht rekening houdend met variabele parameters voor populatieontwikkeling, schadekosten en discontovoet.

Volgens de onderzoekers van de universiteiten van Gent, Leuven en Newcastle die aan de studie meewerkten, zijn de kosten voor het verderzetten van het afvangen steeds zeer klein in vergelijking met de vermeden schadekosten. “De minimaal vermeden maatschappelijke kost ligt in de grootteorde van 20 miljoen euro. Onze studie toont aan dat het gecoördineerd wegvangen, bovenop andere beheermethoden, een economisch rendabele en effectieve bijdrage is om op Vlaamse schaal de populatie Canadese ganzen in toom te houden en de impact ervan te milderen”, klinkt het. De onderzoekers pleiten er ook voor om vaker socio-economische analyses te gebruiken bij beslissingen over beheer van invasieve soorten. 

In de marge van dit onderzoek stelt INBO dat er binnenkort ook een beheerplan nodig zal zijn voor de nijlganzen. Hun populatie begint nu pas hard te groeien. Het onderzoeksinstituut vermoedt dat de nijlgans profiteert van de vrijgekomen ruimte door de kleinere populatie van de Canadese ganzen. Nijlganzen kunnen enkel afgevangen worden met speciale kooien aangezien ze niet samen ruien zoals Canadese ganzen. “We beseffen dat afvangen en doden geen populaire methodes zijn”, luidt het, “maar al bij al is het de minst kwalijke manier om het probleem aan te pakken. En uiteindelijk is de meest effectieve methode ook deze die het minste slachtoffers maakt.”

Meer informatie: Cost-benefit analysis for invasive species control: the case of greater Canada goose in Flanders

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: RATO

Volg VILT ook via