nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.09.2016 Tuinders uit Andes leren hier hoe ze samen sterk staan

Aan de strakke organisatie van de groente- en fruitsector in ons land gaat een coöperatieve geschiedenis van wel 100 jaar vooraf. De wijze waarop de veilingen het aanbod bundelen en op de markt brengen, is voor veel leden-telers een evidentie. Voor de delegatie tuinders uit Peru en Ecuador die een week lang in Vlaanderen vertoefde, is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Zij kijken met enige afgunst naar onze goed georganiseerde coöperaties. Ontwikkelingsorganisatie Trias en veilingenverbond VBT gingen met vijf boeren uit de Andes een kijkje nemen bij onder meer REO Veiling in Roeselare, Afcowest in Poperinge en BelOrta in Sint-Katelijne-Waver en Borgloon.

Tijdens een after-work-evenement in Leuven organiseerden Trias en VBT een ontmoeting met vijf tuinders uit het Andesgebergte. De delegatie uit Peru en Ecuador werd een week lang wegwijs gemaakt in de groente- en fruitsector. Zij werden gegidst door het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) dat samen met haar leden-veilingen in 2013 een engagement is aangegaan in het Zuiden. Met ondersteuning van de ngo Trias helpt het Belgische veilingwezen daar bij de uitbouw van sterke boerenorganisaties en duurzame ketens.

In het Andesgebergte vechten familiale boeren om te overleven. Landbouw is er per definitie kleinschalig want een ingrijpende landhervorming maakte komaf met grootgrondbezit. De teeltomstandigheden kunnen wij ons nauwelijks voorstellen want het gaat hier om landbouw op de flanken van het Andesgebergte of te midden van het Amazonewoud, de kustlijn niet te na gesproken. Op hun terrassen tegen de bergflanken telen de Andesboeren koffie, cacao, suikerriet, aardappelen, quinoa, granen en alfalfa (luzerne) als veevoeder. Ze melken één tot drie koeien of combineren groente- en fruitteelt met het kweken van cavia’s voor hun vlees.

Hoewel ze met quinoa een goudklompje voor export in handen hebben, zijn de meeste Andesboeren georiënteerd op de binnenlandse markt. Voor afzet zijn ze meestal aangewezen op lokale markten. Een belangrijk deel van hun productie gaat de deur niet uit maar is nodig voor de eigen voedselvoorziening. Een miljoenenstad als Lima, de hoofdstad van Peru, is een gedroomde afzetmarkt voor voedingsproducten. Voor veel boeren blijft het bij dromen want transport is in het onmetelijk grote land – 40 keer zo groot als België – een moeilijk te nemen hindernis. Niet alleen zijn de afstanden van een heel andere grootteorde dan bij ons, ook is er in het Andesgebergte geen meter vlak en zijn de wegen er slecht.

Ter illustratie, Felimon Mechate Ipanaque en Rey Chambe Aquino, twee vertegenwoordigers van dezelfde boerenorganisatie (ANPE) wonen 3.000 kilometer bij elkaar vandaan. Zij zullen vreemd opgekeken hebben toen ze in Poperinge vernamen dat een extra depot en eigen coöperatie is opgezet omdat de hoofdzetel van REO in Roeselare “ver weg” is. Voor een groot land als Peru is het best bijzonder dat er een nationale boerenorganisatie actief is. ANPE verenigt 12.600 kleinschalige bioboeren. Felimon is hun nationale voorzitter. “We vertegenwoordigen boeren uit bergen en valleien, verspreiden kennis over landbouwmethoden, beschermen het zaaigoed en ondersteunen de verkoop van de producten van de familiale landbouw”, vertelt Felimon. In zogenaamde ecowinkels kan je de producten van de ANPE-leden verkrijgen aan een eerlijke prijs voor de boer.

Daarmee weten we ook wat Andesboeren verbindt met hun collega’s in Vlaanderen. In totaal andere omstandigheden voeren ze dezelfde strijd, een strijd die moet resulteren in een faire vergoeding voor hun werk. Felimon beseft dat ze eerst de structuur van hun organisatie nog moeten versterken om de stem van boeren luider te doen klinken. Ook de verjonging van de organisatie is een werkpunt want de ervaren bestuurders hebben opvolgers nodig. Meer vrouwen in het bestuur is een gelopen race want beide geslachten zijn gelijk vertegenwoordigd in de nationale raad van ANPE, wat een weerspiegeling is van de 46 procent vrouwelijke leden. Daar kunnen veel sectororganisaties in Vlaanderen een voorbeeld aan nemen, zo wordt ons ingefluisterd door één van de deelnemers aan ‘Trias After Work’.

Bij ANPE beseffen ze maar al te goed wat ze aan Trias hebben, bijvoorbeeld bij het beïnvloeden van het beleid in voor landbouw gunstige zin. Felimon noemt de wet op de familiale landbouw, de wet omtrent de biologische landbouw en de wet op gezonde voeding voor kinderen en jongeren en zegt erbij dat ze tot stand zijn gekomen dankzij de steun van Trias. Aan de implementatie is nog werk want de budgetten zijn niet zo groot als de ambities van de wetgever. Zo reserveert de regering in Peru tien procent van het landbouwbudget voor biolandbouw, maar is daar in de praktijk weinig van te merken.

Namens PACAT, de boerenkoepel die ecologische groente- en fruittelers verenigt, getuigde de Ecuadoraanse boerin Edith Marlene Freire Morales. Op 2.500 meter boven de zeespiegel verbouwt ze in moeilijke omstandigheden een grote diversiteit aan gewassen. Zo hoog in de bergen kan het maandenlang droog zijn, maar evengoed onophoudelijk regenen. Met haar boerderij wil ze niet ter plaatse blijven trappelen. Ze droomt van technologische hulpmiddelen die de handenarbeid verlichten en van een meer zekere afzetmarkt voor haar producten. In de praktijk brengt de boerenstiel haar veel onzekerheid over afzet en verkoopprijzen en moet ze teelttechnisch alles zelf uitzoeken. Landbouwonderzoek zoals wij dat kennen, is er in Ecuador nauwelijks. Opleiding is dan ook een belangrijk actiepunt voor PACAT. De boerenkoepel organiseert bedrijfsbezoeken bij pionier-boeren, zorgt op een solidaire manier voor kredietverstrekking en koopt gezamenlijk zaaigoed aan.

Zowel Edith als Felimon gaan hun bezoek aan België niet gauw vergeten. Beiden zijn ze onder de indruk van de orde en organisatie die hier heerst. Technologie is overal aanwezig. De kwaliteit van het eindproduct is onberispelijk. Hoewel VBT hen ongetwijfeld uitgelegd zal hebben dat prijsvorming ook bij ons een heikel punt is, kreeg Edith wel de indruk dat de boer hier deel uitmaakt van de groente- en fruitketen. Felimon verwoordt het als volgt: “Iedereen aan de tafel is gelijkwaardig, niemand slaat de ogen neer als de ander praat.” Na hun bezoek aan de Belgische groente- en fruitsector zijn de boeren uit de Andes overtuigd dat samenwerken in coöperaties de weg naar een betere toekomst is. Ze onthouden deze wijsheid: “Als je snel wil gaan, ga dan alleen. Als je ver wil gaan, ga dan samen.”

Aan het netwerkevenement in Leuven waren voor de Andesboeren drukke dagen in ons land voorafgegaan. Zij bezochten BelOrta in Sint-Katelijne-Waver en Borgloon, REO Veiling in Roeselare, Afcowest in Poperinge, het Proefcentrum Fruitteelt, de kantoren van Boerenbond en de coöperatieve dienstverlener Coopburo. Eén van hun begeleiders tijdens het werkbezoek is Sven Debuysscher van Trias. Hij vertelde in Leuven over de obstakels die de boeren uit Ecuador en Peru in eigen land ervaren: “Transport van verse voedingswaren is een probleem door de verre afstanden en de slechte wegen. Er gaat veel verloren bij stockage, de afzet is onzeker en boeren hebben moeilijk toegang tot grondstoffen en krediet. Microkredietverleners vinden landbouw te risicovol vanwege de onzekere markt en het onvoorspelbare weer.”

Woensdag trekt de delegatie naar het hoofdkantoor van Trias en het distributiecentrum van Delhaize. Donderdag keren ze terug naar hun thuisland, maar niet zonder een berg nieuwe ervaringen. Iedereen beseft dat het nog niet voor morgen is dat de boeren in Ecuador en Peru kunnen terugvallen op een afzetstructuur naar Belgisch voorbeeld. Felimon bekijkt het filosofisch: “Het is voor een mens belangrijk om te dromen maar nog belangrijker om doelen voorop te stellen. Coöperaties zijn de oplossing om te vermijden dat tussenpersonen hun zakken vullen en met de marge van de boer gaan lopen. We hebben nood aan sterke organisaties, aan marktstrategieën en marketingtools, aan traceerbaarheid doorheen de keten en aan een sterk collectief merk.”

Guy Callebaut (VBT/BelOrta) maakt zijn collega uit het Zuiden duidelijk dat we in eigen land ook niet van vandaag op morgen zo ver staan. “Wat je nu ziet, is het resultaat van 100 jaar samenwerking en concentratie van het aanbod groenten en fruit.” Van de ervaringen die een VBT-delegatie in Peru opdeed, onthoudt Callebaut dat er met de ecowinkels een goed concept is, “een eerste stap in de organisatie van de afzet”. Ook is er al een kwaliteitssysteem opgezet dat je kan vergelijken met een Flandria avant-la-lettre. Hij geeft Felimon en Edith nog als tip mee om niet op de lauweren te rusten wanneer de coöperaties als dusdanig uitgebouwd zijn. “Na de structuur, begint het eigenlijke werk – het besturen – pas.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VBT

Volg VILT ook via