nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Glyfosaat
08.05.2017  Twee akkerbouwers leggen uit tot welk nut de onkruidbestrijder hen is

Als we de fabrikanten van glyfosaat mogen geloven, dan zou een verbod op de onkruidbestrijder nefast zijn voor de oogst van landbouwgewassen en de financiële opbrengst. Naar verluidt staat een kwart van het landbouwinkomen in Europa op het spel. In Vlaanderen nam Boerenbond de verdediging van glyfosaat op zich, wat de buitenwereld ongewild de indruk kan geven dat onze landbouw sterk leunt op deze chemische onkruidbestrijder. Twee boeren-bestuurders die thuis een akkerbouwbedrijf runnen, Chris Coenegrachts en Hendrik Vandamme, stellen dat beeld bij. Zij gebruiken glyfosaat ter voorbereiding van de teelt die volgt omdat ze zuinig willen zijn op de structuur van de bodem, op het gebruik van selectieve herbiciden en op het brandstofgebruik van hun tractor. Volwaardige alternatieven voor de bestrijding van hardnekkige wortelonkruiden en grassen en voor het uitschakelen van herbicidenresistente onkruiden zijn niet voorhanden.

“De voorbije vijf jaar heb ik glyfosaat geen tien keer gebruikt”, steekt Chris Coenegrachts van wal. Hij is ondervoorzitter van Boerenbond maar we vragen hier in de eerste plaats naar zijn persoonlijke ervaringen met de onkruidbestrijder. Coenegrachts baat namelijk een gemengd akkerbouw-varkensbedrijf uit in Riemst (Limburg). Van de landbouworganisatie waarvoor hij als bestuurder actief is, weten we dat die het gebruik van glyfosaat verdedigt in de overtuiging dat het middel veilig is voor mens en milieu indien het correct gebruikt wordt. In De Zevende Dag op één betoogde Greenpeace dat er wellicht wat loos is met glyfosaat als fabrikant Monsanto onderzoek probeert te beïnvloeden. Als je abstractie maakt van de gemanipuleerde studies blijft er volgens Boerenbond meer dan genoeg wetenschappelijk onderzoek over dat glyfosaat veilig verklaart.

Wat denkt Coenegrachts daar zelf over, als professioneel gebruiker van het middel? “Over het al dan niet kankerverwekkend zijn van de stof kan je als boer geen zinnige uitspraken doen. Dat moet je overlaten aan experten. Het middel is erkend voor gebruik, dus mogen we er van uitgaan dat het veilig is. Door alle commotie zou een mens beginnen twijfelen, maar onveilige producten zijn in het verleden steeds uit de handel genomen”, legt de akkerbouwer uit waarom hij het vertrouwen in de erkenningsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen behoudt. Voor de gewone Vlaming zal het gebruik van glyfosaat niettemin ‘uit voorzorg’ verboden worden en het middel zal uit de handel verdwijnen. Even voortvarend optreden tegen professioneel gebruik doet minister Joke Schauvliege niet omdat ze niet wil vooruitlopen op de Europese besluitvorming omtrent de markttoelating van glyfosaat.

Professioneel versus particulier gebruik
In de algemene pers werd dat onderscheid tussen professioneel en particulier gebruik van glyfosaat op de korrel genomen omdat landbouwers de grootste gebruikers zijn. Op jaarbasis spuiten Belgische landbouwers circa 150 ton van de actieve stof, terwijl alle particulieren samen 41 ton gebruiken. Die vergelijking weet Hendrik Vandamme te plaatsen. De voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat is namelijk ook akkerbouwer in Oostende en weet dus als geen ander hoe een professioneel omgaat met glyfosaat. Hij ziet een aantal redenen waarom de overheid particuliere gebruikers meer in bescherming mag nemen, of is het tegen zichzelf beschermen? “Op mijn bedrijf staat glyfosaat samen met de andere gewasbeschermingsmiddelen in een fytolokaal, achter slot en grendel. In een doe-het-zelf-zaak vind je het in de rekken waar iedereen er bij kan, wat ik telkens weer een vreemde vaststelling vind. Zodra ze het product gekocht hebben, plaatsen burgers het op hun beurt onbewaakt in de garage of het tuinhuis.”

Nog een verschil tussen beide gebruikers is dat professionelen zoals landbouwers een fytolicentie kunnen voorleggen. Je kan dat het best vergelijken met een attest van vakbekwaamheid voor beroepschauffeurs want ook de houder van een fytolicentie moet zich regelmatig bijscholen. “We zijn door ervaring en opleiding onderlegd in het gebruik van bestrijdingsmiddelen”, zegt Vandamme. Landbouwers wordt bijvoorbeeld ingepeperd dat ze hun spuittoestel niet mogen vullen en schoonmaken op een verhard oppervlak vanwege het risico op waterverontreiniging. Wanneer ze glyfosaat spuiten op een (onbeteeld) landbouwperceel, dan bindt de actieve stof zich aan planten en bodemdeeltjes en breekt ze snel af zodat het risico op uitspoeling naar het grondwater gering is.

spuittoestel_Cofabel.geVILT.jpg

Een gewone burger maakt daarentegen fouten uit onwetendheid, een voorbeeld: een particulier is zich niet of veel minder bewust van het risico op waterverontreiniging door bestrijdingsmiddelen. Hij of zij gebruikt glyfosaat vooral voor het onkruidvrij houden van verharde oppervlakten zoals een terras of oprit die aangelegd is in klinkers of kiezelsteentjes. Een overschotje en anders wel het spoelwater verdwijnen rechtstreeks in … het afvoerputje. Van daaruit gaat het in rechte lijn naar de riolering en in veel gevallen naar het oppervlaktewater. Dan verbaast het niet dat de waterverontreiniging door afspoeling van herbiciden volgens de Vlaamse Milieumaatschappij vooral afkomstig is van bronnen buiten de landbouw (burgers, bedrijven en besturen). Die laatste twee categorieën zijn sinds 2015 sterk beperkt in hun pesticidengebruik. Ook trottoirs en bermen moeten ondertussen zonder herbiciden beheerd worden. 

Glyfosaat spuit een boer voor of na een teelt
Van akkerbouwers Coenegrachts en Vandamme willen we graag weten voor welke specifieke toepassingen zij glyfosaat inzetten. Tijdens een groot deel van het seizoen gebruiken ze glyfosaat helemaal niet, zo blijkt, om de eenvoudige reden dat een landbouwgewas geen glyfosaat verdraagt. Bestaat er niet zoiets als glyfosaatresistente maïs en soja? Jawel, maar dat zijn genetisch gemodificeerde gewassen die niet toegelaten zijn in Europa.

“Circa 30 jaar geleden gebruikten Vlaamse boeren glyfosaat in granen om kleefkruid te verdorren want dit onkruid bemoeilijkte de oogst, maar met het huidige gamma selectieve herbiciden wordt kleefkruid goed bestreden en stelt het probleem zich niet”, vertelt Annie Demeyere, de specialiste gewasbescherming van het Departement Landbouw en Visserrij van de Vlaamse overheid. In Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië is glyfosaatgebruik in granen wel een normale landbouwpraktijk. Daar wordt het vooral in brouwgerst gebruikt, om er kort voor de oogst voor te zorgen dat de graankorrels gelijkmatig afrijpen en problemen met kiemende korrels vermeden worden.

Omdat glyfosaat spuiten in graan in eigen land geen normale en zeker geen goede landbouwpraktijk is, heeft het Belgisch Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen de toelating voor deze ongewone doch wettelijk toegelaten toepassing recent ingetrokken. De concrete aanleiding daarvoor was de tijdelijke verlenging van de markttoelating van glyfosaat op Europees niveau. Die werd vorige zomer door de Europese Commissie gekoppeld aan nieuwe toelatingsvoorwaarden. Eén daarvan droeg de lidstaten op om extra waakzaam te zijn voor de zogenaamde voor-oogsttoepassingen.

Laatste redmiddel voor probleemonkruiden
“Niet voor maar na de graanoogst zetten wij glyfosaat in”, getuigen Chris Coenegrachts en Hendrik Vandamme. “Probleemonkruiden en grassen die vanuit de randen het perceel insluipen, kan je erg efficiënt met glyfosaat bestrijden in de zomer. Meestal volstaat het om enkel de perceelranden te behandelen. Het seizoen daarna start je met een properder perceel en kan je zuiniger zijn met herbiciden”, zegt Coenegrachts. “Zonder die voorafgaande behandeling met glyfosaat wordt grassen bestrijden in de aardappel- en bietenteelt een stuk duurder maar vooral ook moeilijker. Ook grotere onkruiden en wortelonkruiden zijn in die teelten lastig te bestrijden.”

Hendrik Vandamme beaamt dat probleemonkruiden met glyfosaat erg efficiënt aangepakt kunnen worden in een graanstoppel. Alternatieven ziet hij niet meteen. “Een diep wortelend onkruid zoals kweekgras is mechanisch moeilijk te bestrijden. In plaats van eenmaal glyfosaat te spuiten, zou ik de grond meerdere keren moeten bewerken met een cultivator. Niet alleen jaagt dat het brandstofverbruik van de tractor de hoogte in, maar ik heb bovendien niet dezelfde garantie dat de wortel volledig afsterft. Zie glyfosaat dus niet als een gemakkelijkheidsoplossing maar als een keuze voor efficiëntie.” In de kustpolder hebben collega’s van Hendrik Vandamme ook nare ervaringen met het grasonkruid duist in granen. Op percelen waar resistente duist aanwezig is, moet er in voor- en najaar gespoten worden om de onkruiddruk beheersbaar te houden. De resistente exemplaren die overblijven, worden in de zomer opgeruimd met behulp van glyfosaat zodat ze niet voor nog meer problemen zorgen het jaar nadien.

klaproos.resistentonkruid.graanveld_geVILT.jpg

De experte gewasbescherming van de Vlaamse overheid noemt resistentie een ongewenst neveneffect van het intrekken van producterkenningen. “Het gamma actieve stoffen dat landbouwers ter beschikking staat, dunt uit zodat men vaker bij producten van eenzelfde ‘chemische familie’ uitkomt. Dat vergroot het risico op selectie van resistente onkruiden”, zegt Annie Demeyere. Resistente exemplaren van duist, windhalm, klaproos en kamille in granen en van melganzenvoet in suikerbieten zijn daar voorbeelden van. Waar glyfosaat bij ons gebruikt wordt als redmiddel tegen zulke resistente onkruiden, ligt de onkruidbestrijder in de Verenigde Staten net aan de basis van het resistentieprobleem. “Je mag beide landbouwsystemen niet met elkaar vergelijken”, bezweert Demeyere, “want Amerikaanse boeren telen maïs, soja, katoen en suikerbieten die allemaal met elkaar gemeen hebben dat het glyfosaatresistente ggo’s zijn. Glyfosaat wordt dus jaar na jaar gespoten op dezelfde percelen zodat de onkruiden overblijven die er het best tegen bestand zijn.”

Bodembewerking is niet altijd aangewezen als onkruidbestrijding
Zowel Coenegrachts als Vandamme bewerken grond die tot de meest vruchtbare van Vlaanderen mag worden gerekend. Keerzijde is dat zowel de Haspengouwse leemgrond als de zware kustpoldergrond moeilijker bewerkbaar zijn dan lichtere grondsoorten. Om in het voorjaar een fijn zaaibed te kunnen aanleggen, moet voor de winter geploegd worden. Vooral na een zachte winter zie je dan in het voorjaar onkruid de kop opsteken. “Dat ruim je beter op zodat je met een propere lei aan een teelt start”, weet Coenegrachts. Op zandgronden kan je grotere onkruiden onder ploegen, maar dat gaat dus niet op zware grond die voor de winter geploegd is. Met een oppervlakkige bodembewerking krijg je grotere onkruiden niet klein.

Datzelfde probleem heeft een landbouwer ook als hij de bodem niet-kerend bewerkt. In de erosiegevoelige delen van Vlaanderen, o.a. Haspengouw, de Vlaamse Ardennen en het West-Vlaamse Heuvelland, heeft een deel van de boeren het ploegen moeten afzweren en zijn ze overgestapt op niet-kerende bodembewerking van hellende percelen. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie, bij monde van de Europese sectorfederatie ECPA, zegt dat niet-kerende bodembewerking zonder glyfosaat op de helling komt te staan. Afgaand op het verhaal van beide Vlaamse akkerbouwers lijkt dat niet eens overdreven. Glyfosaat pakt namelijk meerjarige onkruiden letterlijk bij de wortel aan. Bekende voorbeelden van hardnekkige wortelonkruiden zijn haagwinde, veenwortel en akkerdistel. Door de reserve in de wortelstok kan bijvoorbeeld een akkerdistel opnieuw uitlopen als hij door een ander herbicide dan glyfosaat slechts oppervlakkig afgebrand wordt. Een bodembewerking werkt in het geval van akkerdistel averechts omdat elk stukje worstelstok opnieuw gaat groeien en een nieuwe distelplant vormt. Het probleem vermenigvuldigt zich als het ware.

Tegen jong kiemend eenjarig onkruid is een bodembewerking wel afdoende. Standaard een zogenaamd ‘vals zaaibed’ aanleggen om een perceel pas later – na een tweede bodembewerking – in te zaaien, heeft volgens Chris Coenegrachts als nadeel dat kostbare weken van het groeiseizoen verloren gaan. Een andere belangrijke reden om onkruid in het voorjaar niet mechanisch aan te pakken, is voor Oostendenaar Hendrik Vandamme de gevoeligheid van een zware poldergrond voor verdichting. “Hoe minder passages met de tractor, hoe beter voor de bodem. Een verdichte bovenlaag schaadt de bodemstructuur en de gevolgen daarvan sleep je een heel seizoen mee”, weet hij uit ervaring. Dit voorjaar verliep door de droge weersomstandigheden voorspoedig maar er zijn jaren dat polderboeren de zeldzame goede momenten voor grondbewerking en zaaien moeten ‘stelen’. Extra werkgangen met een machine van drie meter breed zijn dan zonde van de tijd (en brandstof) als je weet dat onkruid in eenmaal opgeruimd kan worden met een 20 of 30 meter breed werkend spuittoestel gevuld met glyfosaat.

Wat als …
Landbouwers zijn het stilaan gewend geraakt dat het ene na het andere gewasbeschermingsmiddel van de markt verdwijnt. “Zolang er een alternatief middel voor handen is, til je daar als professioneel gebruiker niet zwaar aan. Al stel je tot je eigen spijt meestal wel vast dat het alternatief duurder is dan het origineel”, zegt Chris Coenegrachts. “Voor glyfosaat ligt dat anders en lijkt er geen goed alternatief voorhanden. Ik ken alleszins geen herbiciden die je kan spuiten, waarna je zeven dagen later al mag ploegen en zaaien. Andere middelen hebben veel langere wachttijden en zijn delicater voor het gewas dat volgt”, getuigt hij.

Mechanische onkruidbestrijding is duur in de vorm van tijd en brandstofgebruik, andere herbiciden hebben niet dezelfde werking tot in de wortel van het onkruid. Bovendien kan geen enkele andere onkruidbestrijder met glyfosaat concurreren op basis van prijs. Glyfosaat is immers al lang geen exclusief merkproduct (Roundup) van Monsanto meer. Als generiek middel is het onder handelsnamen zoals Glyfall en Glyfos op de markt aan een fractie van de prijs die een boer in de jaren ’80 voor Roundup neertelde. Hendrik Vandamme voegt daar meteen aan toe dat glyfosaat niet rijkelijk gespoten wordt omdat het nu eenmaal goedkoop is. “Een landbouwer haalt zijn spuittoestel beredeneerd uit de schuur. Hij neemt een kijkje op het veld en weegt de kosten en baten van een chemische onkruidbestrijding tegen elkaar af.”

onkruid.glyfosaat_geVILT.jpg

Zijn collega Coenegrachts kent de dosering van glyfosaat uit het hoofd en zegt de maximumdosis enkel te gebruiken voor het vernietigen van een graszode. Op dat vlak kunnen burgers nog wat leren van boeren. Overdosering van de bestrijdingsmiddelen die je in tuincentra en doe-het-zelf-zaken vindt, is zo’n hardnekkig probleem dat de gewasbeschermingsmiddelenindustrie steeds meer producten kant-en-klaar aanbiedt. Een consument koopt dus niet alleen de actieve chemische stof, maar betaalt ook voor … water omdat de fabrikanten zelf niet durven vertrouwen op een correcte dosering door hobbytuinders en andere particulieren.  

Dit is trouwens maar één van de vele maatregelen die de sector samen met de overheid genomen heeft om het risico bij particulier gebruik te verkleinen. Naast gebruiksklare en anderszins aangepaste verpakkingen (b.v. speciale doseersystemen en kindveilige doppen) wordt de consument in de verkooppunten geïnformeerd over een veilig gebruik van bestrijdingsmiddelen en over de beschikbare alternatieven. Wie daarna nog met vragen zit, kan op bijna ieder moment van de week bellen naar een callcenter dat gefinancierd wordt door de gewasbeschermingsmiddelenindustrie.

Specifiek voor glyfosaat benadrukt sectorfederatie Phytofar dat de onkruidbestrijder een relatief laag milieu- en gezondheidsrisico heeft. “Mensen grijpen naar azijn als alternatief voor glyfosaat. Gewasbeschermingsmiddelen met een vergelijkbaar gehalte azijnzuur als keukenazijn zijn schadelijker dan glyfosaat. Dat kan je afleiden uit de risico-evaluatie die de Vlaamse Milieumaatschappij tot 2014 bijhield met toepassing van de POCER-indicator van het Laboratorium voor Fytofarmacie (UGent). Nog opvallender is de vergelijking tussen glyfosaat en cafeïne op basis van de dosis (RfD) die iemand gans zijn leven kan innemen zonder schadelijk effect. We maken ons zorgen over een blootstelling aan glyfosaat die 100 maal kleiner is dan de RfD terwijl we niet stilstaan bij een caffeïneconsumptie die 100 keer hoger ligt dan de RfD.”  

… glyfosaat van de markt verdwijnt
Als het tot een algemeen verbod op glyfosaat zou komen en landbouwers zouden daarom uitwijken naar andere totaalherbiciden, dan heeft dat landbouw- en milieukundig mogelijk niet het verhoopte resultaat. Een voor de hand liggend alternatief voor glyfosaat is bijvoorbeeld diquat, bekend van onder meer de aardappelloofdoder Reglone. “Diquat brandt de onkruiden bovengronds af, maar werkt niet tot in de wortel”, weet Annie Demeyere. “Bovendien staat de erkenning van diquat nu reeds onder druk.” De actieve stof is voor het eerst geregistreerd in de jaren ‘60, maar wordt net als andere gewasbeschermingsmiddelen elke tien jaar opnieuw onder de loep genomen om op basis van de meest actuele wetenschappelijke kennis uit te maken of ze veilig is. De procedure tot herregistratie loopt momenteel op EU-niveau. Het Verenigd Koninkrijk werd aangeduid als rapporteur en adviseerde positief maar voedselveiligheidsautoriteit EFSA formuleerde twee bezwaren, omtrent de veiligheid van diquat voor de mens en voor broedvogels. Een reportage op PlattelandsTV maakt duidelijk dat een verbod op diquat zeker tot de mogelijkheden behoort nu de lidstaten de knoop moeten doorhakken. 

schoffelmachine.onkruid_geVILT.jpg

Is het dan toch de betere optie om het onkruid mechanisch te lijf gaan? Gangbare landbouwers zien vooral de nadelen en beperkingen daarvan. Hun collega’s die biologisch telen, zijn enthousiaster maar zij weten de extra arbeid dan ook vertaald in een hogere prijs voor hun producten. Van de twee akkerbouwers met ervaring leerden we dat het mechanisch vernietigen van onkruiden zowel beperkingen als nadelen heeft. Niet alleen akkerbouwers maar ook tuinders, fruittelers en boomkwekers staan voor een uitdaging in het geval van een verbod. In de fruitteelt en boomkwekerij wordt glyfosaat gebruikt voor het onkruidvrij houden van de strook onder de bomen. De mechanische alternatieven zijn schoffel- en borstelmachines en toestellen die het onkruid met gas of heet water verbranden. Zulke machines bestaan al lang, gaven niet altijd voldoening maar ze verbeteren voortdurend en er gebeuren ook nieuwe ontdekkingen. Op een vakbeurs in Sint-Truiden zal half mei de nieuwsgierigheid van fruittelers geprikkeld worden voor een machine die onkruid onder fruitbomen bestrijdt met zuiver regenwater, dat onder extreem hoge druk het onkruid aan flarden spuit. 

Op de doorbraak van mechanische onkruidbestrijding is het lang wachten
“De zoektocht naar alternatieven voor glyfosaat in de fruitteelt is al lang bezig. In de jaren ’90 werkte ik mee aan het praktijkonderzoek”, zegt Annie Demeyere. “We hebben indertijd quasi alles uitgeprobeerd: worteldoek leggen, een bodembedekking met compost of houtschors, onkruid machinaal schoffelen of branden met propaangas. Elke techniek had zo zijn nadelen, stelden we vast. Woelmuizen schuilen graag onder worteldoek en na afloop van de teelt creëer je een berg plastic afval. Onkruidbranders gebruikten zeker in die tijd enorm veel propaangas en als je pech had, waren de irrigatieleidingen verschroeid. Een bodembedekking vergrootte dan weer het risico op schade door lentenachtvorst. Gras of klaver laten groeien onder de fruitbomen, beconcurreerde de fruitproductie. We vonden toen geen valabele techniek, maar zijn wel geëvolueerd van vijf naar twee chemische onkruidbestrijdingen.”

fruitteelt.biodiversiteit.onkruid_geVILT.jpg

Eind 2017 vervalt de markttoelating van glyfosaat (opnieuw). Dat gebeurde reeds een eerste maal op 30 juni 2016. Omdat de lidstaten toen excelleerden in besluiteloosheid stelde de Europese Commissie voor om de goedkeuring van glyfosaat tijdelijk te verlengen. Zo werd tijd gekocht in afwachting van de beoordeling van de stof door het Europese agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Net zoals voedselveiligheidsautoriteit EFSA is ECHA inmiddels tot het inzicht gekomen dat er op basis van de huidige wetenschappelijke kennis geen reden is om glyfosaat als kankerverwekkend te beschouwen. Bij het tijdelijk verlengen van de glyfosaatvergunning heeft de Europese Commissie niettemin een aantal voorzorgen genomen, waarmee de lidstaten instemden. Zo werd de hulpstof tallowamine verboden in herbiciden op basis van glyfosaat omdat die wel eens schadelijker zou kunnen zijn dan glyfosaat zelf.

Gezond boerenverstand als raadgever
En wat doet de landbouwsector zolang de onzekerheid rond glyfosaat aansleept? Die wacht af, en steekt af en toe zijn hoofd boven het maaiveld om duidelijk te maken dat boeren en tuinders de onkruidbestrijder echt niet graag verliezen indien autoriteiten zoals EFSA en ECHA glyfosaat veilig vinden. Komt de associatie van landbouw met glyfosaat hen op boze blikken te staan? “Daar is niets van te merken hoewel ik sinds de heisa het spuittoestel toch een aantal keren gebruikt heb”, verzekert Chris Coenegrachts. “Dat heb je ook zelf in de hand. Als ik een voorbijganger te voet of op de fiets zie, dan hou ik even halt vooraleer ik de perceelrand aan de straatzijde spuit. Ik hoop dat elke landbouwer dat doet, ook al zijn de middelen die we spuiten erkend en maken we gebruik van speciale spuitdoppen die de sproeistoffen ook bij een beetje wind op het veld doen terechtkomen.” 

Lees ook: Waarom contesteert oordeel autoriteiten over glyfosaat?

Hendrik Vandamme hoopt op zijn beurt dat experten opnieuw de bovenhand halen in het debat over glyfosaat “want je fronst de wenkbrauwen als je ziet wie er zich nu allemaal in mengt”. Hij vindt het niet aan bepaalde drukkingsgroepen om een oordeel te vellen over een product dat landbouwers gebruiken, noch om in de plaats van landbouwers de keuze te maken voor de biologische in plaats van gangbare teeltmethode. Vandamme ziet liever dat agrarische ondernemers zelf hun keuzes maken en beleidsmakers zich in hun beslissingen laten leiden door wetenschappelijke inzichten.

Of hij op termijn wel een andere keuze zal hebben dan biolandbouw indien het ene na het andere chemische gewasbeschermingsmiddel verdwijnt, willen we nog weten. Vandamme: “Onderzoek en ontwikkeling in de chemie staan niet stil. Er zullen nieuwe actieve stoffen komen zoals er op basis van verfijnde detectiemethodes en voortschrijdend inzicht oude geschrapt worden. Dat is van alle tijden. Zoals er geneesmiddelen voor mensen zijn, zullen gewasbeschermingsmiddelen nodig blijven voor planten. Misschien gebruiken we in de toekomst wel meer bestrijdingsmiddelen die gebaseerd zijn op natuurlijke stoffen. Eén ding is zeker, omdat labo-analyses steeds preciezer worden en erkenningsprocedures almaar strenger, zijn de gewasbeschermingsmiddelen die we vandaag gebruiken veiliger dan ooit.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour / Cofabel / VILT

Volg VILT ook via