nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.01.2018 Twee staalnemers zijn door Mestbank op fraude betrapt

Ieder najaar worden er op duizenden landbouwpercelen in Vlaanderen stalen genomen om te meten hoeveel stikstof er niet door de teelt is opgenomen, en riskeert uit te spoelen naar het oppervlaktewater. De nitraatresidustaalname wordt gezien als het sluitstuk van het mestbeleid, maar Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen) vreest dat het vanwege de gevoeligheid voor fraude ook de zwakke plek is van het mestbeleid. Hij kreeg lucht van “vriendendiensten” bij staalname die resulteren in een voor de boer gunstiger resultaat. Volgens minister Schauvliege zijn 100 van de 159 actieve staalnemers het voorbije najaar op het terrein gecontroleerd, en werden er twee op non-actief gezet wegens fraude. In totaal gingen drie staalnemers zwaar in de fout. In 2016 waren dat er nog tien (9%).

In 2017 hebben meer dan 2.700 landbouwers op eigen kosten het nitraatresidu moeten laten bepalen op één of meerdere percelen. Zij schakelen daarvoor één van de erkende laboratoria in, die de vaste medewerkers aanvullen met tijdelijke krachten vanwege de arbeidspiek tijdens de nitraatresiducampagne. Ongeacht wie de opdracht voor het staal geeft (overheid of landbouwer) en ongeacht wie het staal neemt, dat moet altijd op een correcte manier gebeuren want de handhaving door de overheid stoelt hierop en er hangt voor een landbouwer veel van af. Sinds MAP5 kan een slecht resultaat resulteren in het statuut focusbedrijf met de bijbehorende maatregelen. Omgekeerd kan een gunstig staal leiden tot vrijstelling van dit wegens strengere bemestingsnormen en -verplichtingen onaantrekkelijke statuut.

Net omdat er zoveel van afhangt, worden de staalnemers streng gecontroleerd door de Mestbank. Moderne technologie helpt bij het efficiënt organiseren van die controle. Elke staalnemer draagt namelijk een klein GPS-toestelletje bij zich, van het type dat ook wandelaars en fietsers gebruiken. Elke tien seconden genereert dit toestel een GPS-signaal zodat de stappen van de staalnemer over het perceel gevolgd kunnen worden. Wekelijks maken de laboratoria al deze GPS-data van hun medewerkers over aan de Mestbank. Zo kan de overheid controleren of de staalnemers hun werk goed doen. Voor een correct uitgevoerd staal moeten er kruiselings over het perceel 15 boringen gebeuren, waarbij er aarde verzameld wordt tot op een diepte van 90 centimeter. Is een staalnemer niet tot in alle hoeken van het perceel geweest, of wijzen de GPS-signalen op te weinig boringen, dan moet de staalname overgedaan worden.

Daarnaast krijgt een meerderheid van de staalnemers (59% in 2016 en 63% in 2017) minstens éénmaal het onverwachte bezoek van een inspecteur van de Mestbank. Tijdens de terreincontrole wordt onder meer geverifieerd of er voldoende boringen zijn uitgevoerd, of de boringen gebeurden tot een diepte van 90 cm, enz. Bij zware overtredingen kan de Mestbank aan het erkende laboratorium vragen om een staalnemer tijdelijk of definitief uit te sluiten voor het vervolg van de staalnamecampagne. Zo’n zware tekortkoming tijdens de staalname werd in 2016 bij tien medewerkers van erkende laboratoria vastgesteld, en vorig jaar bij drie medewerkers.

In zijn vraag aan de minister heeft Groen-parlementslid Bart Caron het niet over tekortkomingen maar over fraude. Dat gebeurt helaas ook. Van de drie zware tekortkomingen tijdens de campagne 2017 ging het tweemaal om fraude waarvoor een proces-verbaal werd opgesteld. In 2016 lag het aantal zware overtredingen met tien een stuk hoger, maar van actieve fraude was slechts in drie gevallen sprake. De fraudeurs gaan altijd op dezelfde manier tewerk: de grondstalen worden op een andere/verkeerde plaats gestoken (berm naast het perceel, tuin van de boerderij, …) omdat er daar minder nitraat in de grond zit en de analyse dus positiever zou uitvallen. De Mestbank moest zelfs een keer vaststellen dat de landbouwer de boor overnam van de staalnemer.

Volgens Bart Caron krijg je dat soort toestanden wanneer er in de groep ‘losse’ staalnemers personen zijn die een band hebben met de gecontroleerde landbouwers, bijvoorbeeld omdat ze doorheen het jaar op het erf van de boer komen om producten of diensten te verkopen. Bovendien kan een landbouwer vragen dat hij kort voor de staalname gecontacteerd wordt zodat hij aanwezig kan zijn. Zijn aanwezigheid maakt het in de ogen van Caron alleen maar moeilijker voor de staalnemer om het staal in alle onafhankelijkheid te nemen. Hij vreest dat fraude een grote impact kan hebben op de handhaving van het mestbeleid zodat hij van minister Schauvliege wou weten wat er tegen belangenvermenging en fraude gedaan wordt.

“Alle erkende laboratoria nemen in hun overeenkomsten met staalnemers clausules op die bepalen dat een staalnemer geen stalen mag nemen bij landbouwers met wie hij bepaalde commerciële banden zou hebben”, zegt minister Joke Schauvliege. De verantwoordelijkheid voor het verifiëren van de onafhankelijkheid en de integriteit van hun werknemers ligt bij de erkende laboratoria. “We doen wat we kunnen”, reageert één van de drie laboratoria die vorig jaar een staalnemer op non-actief zette. “De staalnemers ondertekenen een vertrouwelijkheidsverklaring waarin ze bijvoorbeeld beloven om geen stalen te nemen bij familieleden, en wij voeren interne audits uit om te verifiëren of ze hun werk goed doen.”

Zoals gezegd oefent ook de Mestbank controle uit, en wel in die mate dat vorig najaar 100 van de 159 actieve staalnemers het gezelschap kregen van een inspecteur. In vier gevallen werd een schriftelijke aanmaning naar het labo gestuurd vanwege een kleinere tekortkoming. Drie staalnemers deden hun werk echt niet goed. Eerder gaven we al mee dat er tweemaal frauduleuze praktijken werden vastgesteld tijdens de nitraatresiducampagne van 2017. Dat werd al tijdens de eerste week vastgesteld zodat beide staalnemers verder geen staalnames meer hebben uitgevoerd. Het derde geval betrof een staalnemer die sjoemelde om zijn werk te verlichten. De GPS-logging is namelijk niet 100 procent waterdicht. In 2016 werd viermaal vastgesteld dat een staalnemer het controlemechanisme probeerde te omzeilen zodat hij met minder boringen zou toekomen. Van de in totaal bijna 23.000 staalnames werden er 6.679 met behulp van de GPS-data gescreend. In de grote meerderheid van de gevallen (6.630) werden geen onregelmatigheden vastgesteld.

Ondanks de controle door de erkende laboratoria op hun staalnemers, en de controle op de controle door de Mestbank is Vlaams parlementslid Bart Caron niet gerustgesteld. “In 2016 ging het over tien zware overtredingen, wat betekent dat 9 procent van de staalnemers in de fout ging. Je hoeft geen statisticus te zijn om te weten dat de foutmarge groot is want er gebeuren veel meer staalnamen zonder dan met inspecteur van de Mestbank die er op staat te kijken. De administratie doet zijn best, maar cowboys heb je zowel bij landbouwers als bij staalnemers, en de handhaving via het nitraatresidu zou sluitend moeten zijn.”

Caron vindt het goed dat de GPS-techniek al enkele jaren zijn nut bewijst, maar oppert ook een ‘doorschuifsysteem’ om staalnemers niet in de verleiding te brengen om “vriendendiensten” te verlenen. Caron: “Het risico op misbruik daalt indien een staalnemer niet jaar na jaar bij dezelfde landbouwer metingen moet uitvoeren. Bovendien valt een knoeier ook sneller door de mand als hij sterk afwijkende waarden meet in vergelijking met de resultaten van collega-staalnemers op de percelen van die boer in voorgaande jaren.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via