nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

05.03.2018 Uit droogteperiode in 2017 komt plan van aanpak voort

Droogte teisterde vorig jaar de aardappelen en groenten van West-Vlaamse boeren. Het leed was er zo groot dat er acuut naar oplossingen werd gezocht en plannen gesmeed zijn om in de toekomst meer water te sparen. De droogteperiode in 2017 bleek in vele opzichten een leermoment want een crisisdraaiboek was niet voorhanden. Toch kon er snel en efficiënt beslist worden dankzij constructief overleg tussen alle betrokkenen. “Gebeurt het opnieuw, dan zullen we beter voorbereid zijn”, verzekert Bart Debussche, aangeduid als watercoördinator bij het Departement Landbouw en Visserij.

Juni 2017. Provinciegouverneur Carl Decaluwé heeft landbouwers actief in het IJzerbekken net verboden om nog water op te pompen voor de beregening van hun gewassen. Voor recreatieve doeleinden mag er in gans de provincie West-Vlaanderen geen water meer geput worden uit waterlopen. Een eerste overleg met de waterbeheerders, de landbouworganisaties en praktijkcentrum Inagro volgt snel. Net zoals de maatregelen tegen waterschaarste zou ook het overleg aanhouden, en uitgebreid worden met onder meer de toezichthouders, drinkwaterproducenten en de in allerijl aangeduide watercoördinator van het Departement Landbouw en Visserij.

De aanhoudende droogte deed vrezen voor de drinkwatervoorziening. Aan alle West-Vlamingen werd daarom gevraagd om spaarzaam met water om te springen. Het oppompverbod voor beregening van landbouwgewassen trof steeds meer waterlopen want de situatie verbeterde niet, integendeel. De lange droogteperiode verhoogde het zoutgehalte in het water. Op heel wat plaatsen lag de zoutconcentratie zo hoog dat oppervlaktewater ongeschikt werd voor het laven van de veestapel. Het verbod om water op te pompen in het IJzerbekken, het Bekken van de Brugse Polders en het Leiebekken zou pas opgeheven worden op 18 augustus.

Van de waterschaarste is een evaluatienota gemaakt door het West-Vlaamse provinciebestuur. Gouverneur Carl Decaluwé wil zo de ontwikkeling van een droogteplan op Vlaams niveau bespoedigen. “Aan een crisisdraaiboek en een droogterisicobeheerplan wordt gewerkt”, vernemen we bij het Departement Landbouw en Visserij. De crisiscoördinatie zal in de toekomst toevertrouwd worden aan een droogtecommissie in de schoot van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), waar de landbouwadministratie aan deelneemt. Voor de toekomst wordt nagedacht over structurele maatregelen: meer rekening houden met watervraag en -aanbod in de vergunningverlening, op zoek gaan naar ruimte voor extra water(voorraden), het waterverbruik per sector kwantificeren en naar een evenwicht zoeken met de waterbeschikbaarheid, enz.

Landbouw en scheepvaart zijn bij de eerste slachtoffers wanneer water zo schaars wordt dat het economisch een impact heeft. Vlaanderen zal prioriteiten moeten vastleggen voor de verdeling van het beschikbare water. In volle droogtecrisis in West-Vlaanderen werd water in de eerste plaats gereserveerd als drinkwater voor de mens, in tweede instantie voor het drenken van vee en dan pas voor het beregenen van landbouwgewassen. In grote delen van West-Vlaanderen werd boeren de toegang tot oppervlaktewater ontzegd. Mogelijk gaan veredelaars na zo'n desastreus verlopen seizoen meer aandacht hebben voor de droogteresistentie van plantenvariëteiten want Bart Debussche zag met eigen ogen hoe groot de verschillen tussen percelen soms waren. Debussche is bij het Departement Landbouw en Visserij sectoradviseur voor de teelt van openluchtgroenten, en sinds vorige zomer ook watercoördinator.

Of moet de Vlaamse landbouw, die nu hoofdzakelijk regen-gevoed is, voluit kiezen voor irrigatie en daarvoor alternatieve waterbronnen aanspreken zoals het gezuiverd afvalwater van de voedingsindustrie? Debussche: “Als er één les getrokken kan worden uit 2017, dan is het wel dat water dichtbij voorradig moet zijn voor teelten met een grote waterbehoefte.” Hij geeft bloemkool als voorbeeld omdat een voorjaarsteelt vrijwel altijd één of meerdere beregeningsbeurten nodig heeft. “Voor andere gewassen is irrigatie minder belangrijk, al moeten we voorzien dat weersextremen vaker zullen voorkomen door de klimaatverandering. Al dan niet gaan beregenen, zal altijd afhangen van de toegevoegde waarde van een teelt. Voor granen en vlas bijvoorbeeld, kan je er niet aan beginnen omdat het niet rendabel te rekenen is.”

Als het water niet uit de hemel valt, en een regenhaspel geen uitkomst is, dan zijn de gewassen voor hun waterbehoefte volledig afhankelijk van bodemvocht. “Je kan de waterproblematiek niet los zien van de bodemgesteldheid”, zegt Debussche. “Het vermogen van een landbouwbodem om water vast te houden, hangt samen met bodemtextuur, het organische stofgehalte en de aanwezigheid van ondoordringbare lagen in de ondergrond. Een goede bodemcombinatie kan je aflezen aan de stand van de gewassen. Zowel bij droogtestress (2017) als ten tijde van wateroverlast (2016) zie je grote verschillen tussen percelen.”

Sectoradviseur Bart Debussche vindt het opportuun om daar in de voorlichting de nodige aandacht aan te besteden en landbouwers oplossingen aan te reiken. “De bodemconditie verbeteren, is een werk van lange adem. Wonderoplossingen bestaan niet. Het is een combinatie van de bodem niet verdichten en bedekt houden, bodemerosie voorkomen en het organische stofgehalte verhogen met compost, stalmest en groenbedekkers. Ik ben er van overtuigd dat landbouwers zelf al geleerd hebben uit de stand van hun gewassen in 2016 en 2017.” En stel dat 2018 opnieuw een tekort aan water in petto heeft? “Er zal dan sneller gereageerd kunnen worden, op een meer gestructureerde manier. Al moeten we realistisch zijn in het besef dat een langdurige droogte de landbouwsector altijd voor problemen zal stellen.”

Meer weten? Lees de integrale terugblik op de extreme droogte in 2017.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via