nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

09.10.2017 Uit honingstalen blijkt hoe wijdverspreid neonics zijn

Eind juni verscheen in Science een grootschalig onderzoek naar neonicotinoïden. Het sterke vermoeden dat deze insecticiden schadelijk zijn voor bijen – hun gebruik is daarom ingeperkt in de EU – werd bevestigd, zelfs al betrof het een door de fabrikanten gefinancierde studie. In hetzelfde wetenschapsblad staat nu te lezen dat bijen er haast overal aan blootgesteld worden. In driekwart van bijna 200 honingstalen uit alle continenten werden één tot zelfs vier of vijf actieve stoffen teruggevonden. Steeds in zeer lage en voor de mens ongevaarlijke concentraties, maar het Zwitserse onderzoeksteam waarschuwt voor de chronische effecten op bijen.

Uit analyses van honing op neonicotinoïden valt op te maken dat bijen op grote schaal blootgesteld worden aan dit type insecticiden, meestal toegepast in de vorm van een zaadomhulling. Onderzoekers van de universiteit van Neuchâtel (Zwitserland) analyseerden de gegevens van 198 honingmonsters die tussen 2012 en 2016 op diverse plekken in de wereld werden genomen. Hoewel het gebruik van neonicotinoïden in die periode teruggedrongen is, kon in driekwart van alle stalen de aanwezigheid van neonicotinoïden worden aangetoond. Honing uit Noord-Amerika (86%) en Europa (79%) bleek het vaakst gecontamineerd. Zuid-Amerikaanse honing is het zuiverst, maar testte in 56 procent van de stalen wel positief op neonicotinoïden.

Naar vijf veelgebruikte middelen werd gezocht. In 30 procent van de stalen werd één neonicotinoïde gevonden terwijl er in de andere 45 procent positieve stalen meerdere actieve stoffen werden aangetroffen. In 10 procent van de honingstalen zaten vier of zelfs alle vijf de onderzochte neonicotinoïden. De gemeten concentraties in honing waren steeds zeer laag en bleven dus onder de veiligheidsnorm die de EU hanteert voor voeding. Schadelijke effecten kunnen er volgens de onderzoekers wel zijn voor bijen. De combinatie van neonicotinoïden met blootstelling aan andere bestrijdingsmiddelen zou de schade aan bestuivers nog kunnen vergroten.

De Standaard bericht ook over het onderzoek, maar plaatst één en ander wel in perspectief: “In het eerste onderzoek (dat eind juni in Science verscheen, nvdr.) zochten de vorsers ook naar andere insecticiden in bijen. Ze vonden er 26. Verscheidene die door landbouwers gespoten worden, maar nog meer die door u en mij in huis gespoten worden tegen vliegen en muggen. Bovendien veroorzaken neonicotinoïden bijensterfte, maar zijn ze lang niet de enige oorzaak van de achteruitgang. Er zijn vele mogelijke oorzaken: andere insecticiden, klimaatopwarming (verschuiving bloeiperiode), de beruchte varroamijt, het deformed wing virus, versnippering van het landschap, enz.

In een commentaarstuk in Science wordt opgemerkt dat we de blootstelling aan neonicotinoïden niet mogen bagatelliseren, zelfs al blijft die beneden de acute giftigheidsdrempel. Chronische blootstelling aan lage dosissen kan leiden tot aanpassingen in de zenuwen van de bijen (neonicotinoïden zijn voor insecten een zenuwgif), en daardoor tot hogere kwetsbaarheid. Het zou ook tot een soort verslaving kunnen leiden, zoals gewone nicotine doet bij rokers. Neonics verlagen ook het vermogen tot leren en onthouden van bijen, wat bij te lang durende blootstelling leidt tot een mindere 'oogst' van nectar en stuifmeel, en zo tot minder kans om de winter door te komen.”

Meer info: Science 

Bron: De Standaard / AgriHolland / Science

Beeld: Amazone

Volg VILT ook via